De Tweede Kamer stemt vervolgens op dinsdag 12 mei over het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers.
Aangenomen amendementen
De volgende amendementen zijn aangenomen:
36746-42 – termijn van 36 maanden
“De regering wil dat werkgevers vijf jaar moeten terugkijken of iemand eerder voor ze heeft gewerkt. De regering noemt echter zelf dat 85% van de draaideurconstructies binnen 18 maanden plaatsvindt. Een termijn van drie jaar pakt dus vrijwel alle misbruik aan, maar vermindert de administratieve last voor werkgevers aanzienlijk. Indiener is van mening dat een termijn van 36 maanden aansluit bij de doelstelling van het arbeidsmarktpakket zoals vastgesteld in de hoofdlijnenbrieven van Minister Van Gennip. Daar wordt namelijk gesproken van een lange termijn zonder een concrete invulling. Indiener is van mening dat 36 maanden, vergeleken met de huidige zes, een lange termijn is.”
36746-15 – nulurencontract voor AOW-gerechtigden
“De indiener wil met dit amendement de mogelijkheid behouden voor AOW-gerechtigden om met een nulurencontract te blijven werken, net zoals het voorliggende wetsvoorstel reeds een uitzondering biedt voor studenten en scholieren.”
36746-43 – bewijs werknemer is student of scholier
“Dit amendement beoogt de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlagen door expliciet vast te leggen dat de status van scholier of student, zoals bedoeld in de uitzonderingsbepalingen voor de oproepovereenkomst (artikel 7:628ac Burgerlijk Wetboek), kan worden aangetoond met alle wettelijke bewijsmiddelen. Hiertoe wordt een nieuw lid ingevoegd dat de onverkorte toepasbaarheid van artikel 152 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevestigt. Hierin is geregeld dat bewijs met alle middelen kan worden geleverd en dat de waardering hiervan aan de rechter is. Met dit amendement worden geen extra regels gesteld ten opzichte van het huidige bewijsrecht.”
36746-16 – urencriterium gelijktrekken op 16 uur
“Met dit amendement wil de indiener het urencriterium gelijktrekken voor verschillende uitzonderingen op de regelgeving die volgt uit dit wetsvoorstel voor studenten en scholieren. Zo bestaat er een uitzondering voor deze groep op de ketenbepaling en op het verbod op nulurencontracten, aangezien zij dit werk als bijbaan doen naast studie of school. Voor beide uitzonderingen bestaat een urencriterium om te waarborgen dat het inderdaad een bijbaan betreft om oneigenlijk gebruik te voorkomen, alleen dit urencriterium verschilt per uitzondering, namelijk 12 uur voor de ketenbepaling en 16 uur voor het verbod op nulurencontracten. De indiener vindt dit verschil niet passend aangezien beide uitzonderingen gericht zouden moeten zijn op dezelfde groep. Daarom stelt de indiener voor om het urencriterium voor beide groepen gelijk te trekken op 16 uur.”
36746-18 – uitzondering ketenbepaling werknemer op school
“Dit amendement schrapt de uitzondering op de ketenbepaling voor werknemer op een school, indien die arbeidsovereenkomst is aangegaan in verband met vervanging wegens ziekte van een werknemer die een onderwijsgevende of onderwijsondersteunende functie met lesgebonden of behandeltaken bekleedt. Deze uitzondering is ook al geregeld in de Regeling ketenbepaling bijzondere functies en hogere vergoeding kantonrechter.”
36746-25 – uitzendkrachten doorbetalen bij ziekte
“Met dit amendement wil de indiener regelen dat uitzendkrachten doorbetaald worden bij ziekte, ook als zij een uitzendbeding hebben. De indiener vindt het niet passend dat werk direct kan worden stopgezet en een uitzendkracht direct inkomen kwijtraakt in geval van ziekte. Op dit moment is dat nog wel mogelijk als een werknemer uitzendbeding heeft en doorbetaling niet geregeld is via de cao. Met dit amendement wil de indiener dus ook voorkomen dat uitzenders die doorbetaling via de cao al geregeld hebben een concurrentienadeel ondervinden ten opzichte van ongebonden uitzendbureaus.”
36746-40 – inkaderen bij cao afwijken van gelijke arbeidsvoorwaarden
“Dit amendement wijzigt artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), zodat de mogelijkheid om per collectieve arbeidsovereenkomst (cao) af te wijken van het beginsel van gelijke beloning wordt ingekaderd. Per algemene maatregel van bestuur (amvb) kunnen arbeidsvoorwaarden worden aangewezen waarbij niet mag worden afgeweken van dit beginsel, waardoor elk van deze arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk is voor een ter beschikking gestelde arbeidskracht.”
36746-26 – voorhangbepaling en uitzondering bij WSW, beschut werk e.d.
“Dit amendement regelt een voorhangprocedure voor de mogelijkheid die dit wetsvoorstel biedt voor een uitzondering op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. De indiener steunt de mogelijkheid een dergelijke uitzondering op te nemen voor mensen met een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW), indicatie beschut werk of voor mensen die zoals onder de doelgroep banenafspraak als onder de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) “Aan de slag” vallen.”
36746-27 – regels vergoedingen bij ministeriële regeling
“Met dit amendement willen de indieners een grens stellen aan de mogelijkheid die de wet biedt om een vergoeding te vragen als een arbeidskracht gaat werken bij de inlenende werkgever na afloop van een terbeschikkingstelling. De indieners zien namelijk dat in de praktijk veel en hoge vergoedingen betaald worden om werknemers in dienst te kunnen nemen nadat zij via een uitzendcontract hebben gewerkt. (…)
De indieners vinden dat juist gestimuleerd moet worden om uitzendkrachten in dienst te nemen. Daarom stelt dit amendement voor om met regelgeving een concrete grens te kunnen stellen aan deze vergoedingen. De hoogte van die grens kan nader bepaald worden per ministeriële regeling.”
36746-20 – uitstel onderdelen pgb-houders tot 2030
“Dit amendement regelt dat de onderdelen met betrekking tot pgb-budgethouders in ieder geval niet voor 2030 in werking treden, gelet op de grote gevolgen en forse uitvoeringslasten voor de pgb-keten die dat met zich mee zou brengen.”
36746-21 – zware voorhang
“De regering stelt in de nota van wijziging voor pgb-budgethouders tijdelijk uit te zonderen van een aantal onderdelen van het wetsvoorstel Wet meer zekerheid flexwerkers. (…)
Dit amendement voorziet in een voorhang aan de Tweede Kamer van het koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van genoemde onderdelen van dit wetsvoorstel regelt. (…)
Indiener ziet deze voorhangprocedure als een extra waarborg richting pgb-budgethouders, zodat de wenselijkheid van de voorgestelde maatregelen nogmaals zorgvuldig wordt afgewogen in het licht van hun situatie.”
36746-17 – evaluatie binnen drie jaar
“Dit amendement regelt dat binnen drie jaar een beperkte tussenevaluatie van het wetsvoorstel plaatsvindt. De evaluatie binnen vijf jaar na inwerkingtreding blijft bestaan. Op deze manier kan de regering, mocht het nodig zijn, beleid aanpassen, bijvoorbeeld om regeldruk te verminderen of nadelige effecten van het wetsvoorstel te verminderen.”
Aangenomen moties
De volgende moties zijn aangenomen:
36746-30 – ketenbepaling toepassen op urenuitbreiding
“constaterende dat in het onderwijs veelvuldig sprake is van tijdelijke urenuitbreiding die structureel van aard is; (…)
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe de ketenbepaling kan worden toegepast op urenuitbreiding, zodat deze na herhaling een structureel karakter krijgen, en de Kamer hierover voor het einde van hetjaar 2026 te informeren”.
36746-31 – uitzendkrachten informeren over hun rechten
“constaterende dat de regels rondom uitzendwerk complex zijn en daardoor voor veel uitzendkrachten moeilijk te begrijpen; (…)
verzoekt de regering om uitzendkrachten te informeren, bijvoorbeeld via WorkinNL, over deze rechten en samen met de bonden te onderzoeken hoe dit het beste vormgegeven kan worden”.
36746-32 – ketenbepaling in kaart brengen, uniformeren, wegen
“constaterende dat de ketenbepaling is bedoeld om werknemers meer zekerheid te bieden, maar dat in de loop der jaren een groot aantal uitzonderingen is ontstaan; (…)
verzoekt de regering om de uitzonderingen op de ketenbepaling in kaart te brengen, te uniformeren en te wegen, en de Kamer voor het einde van het jaar 2026 te informeren”.
36746-33 – loonheffingsverklaring als bewijs
constaterende dat het wetsvoorstel vereist dat werkgevers een bewijs van inschrijving opvragen en bewaren om vast te stellen of iemand student of scholier is; (…)
verzoekt de regering om te bezien hoe de loonheffingsverklaring bruikbaar kan zijn als bewijs dat iemand student of scholier is voor de toepassing van de uitzonderingsbepaling, en de Kamer voor de begroting
2027 daarover te informeren”.
36746-34 – knelpunten bij oproepcontract en bandbreedtecontract
“constaterende dat de Wet meer zekerheid flexwerkers onder meer nulurencontracten vervangt door het bandbreedtecontract, waarbij de variabele arbeidsomvang maximaal per kwartaal kan worden afgesproken; (…)
verzoekt de regering om voor de inwerkingtreding van de onderdelen van deze wet die zien op oproepcontracten en het bandbreedtecontract, in overleg met betrokken sectoren, in het bijzonder de zorg, in beeld te brengen welke uitvoeringsknelpunten zich kunnen voordoen en op welke wijze binnen het vastgestelde wettelijke kader met deze knelpunten kan worden omgegaan, en de Kamer hierover te informeren”.
36746-35 – resterende arbeidsmarktpakket gelijktijdig in werking
“overwegende dat de kern van het arbeidsmarktpakket «flex minder flex, vast minder vast» is en dat de verschillende wetten verschillende elementen hiervan realiseren; (…)
van mening dat een gebalanceerd arbeidsmarktpakket van groot belang is en de verschillende wetten dus idealiter op één moment van kracht worden;
verzoekt de regering om het resterende arbeidsmarktpakket zo gelijktijdig mogelijk in werking te doen treden, tenzij dit tot disproportionele vertraging leidt op verschillende onderdelen, en met inachtneming van de mijlpalen van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)”.
36746-36 – effect wet op werkgelegenheid en vestigingsklimaat
“overwegende dat de Wet meer zekerheid flexwerkers zal bijdragen aan een wijziging van de arbeidsmarkt;
constaterende dat er jaarlijks een arbeidsmonitor wordt uitgevoerd en gepresenteerd aan de Kamer;
verzoekt de regering om in de arbeidsmonitor mee te nemen wat het effect van deze wet is op de werkgelegenheid en ons vestigingsklimaat”.
36746-38 – aansluiting 130%-bandbreedte bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid
“overwegende dat de Wet meer zekerheid flexwerkers voorziet in een bandbreedtecontract waarbij de maximale arbeidsomvang is begrensd op 130% van het minimumaantal contracturen;
overwegende dat in sectoren met piekbelasting en sterk wisselende inzet deze begrenzing mogelijk onvoldoende aansluit bij de praktijk; (…)
verzoekt de regering om binnen afzienbare tijd na inwerkingtreding van de Wet meer zekerheid flexwerkers aan de Kamer te rapporteren of de 130%-bandbreedte in de praktijk voldoende aansluit bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid, en zo nodig voorstellen te doen tot aanpassing”.
De Tweede Kamer heeft op 21 april alleen over de ingediende amendementen en moties gestemd. De eindstemming over het wetsvoorstel vindt op dinsdag 12 mei plaats.
Eerder heeft minister Vijlbrief van SZW aangegeven dat de Belastingdienst en het UWV onderzoeken wat voor hen de eerst mogelijke inwerkingtredingsdata zijn. Naar verwachting betekent dit dat het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden op zijn vroegst per 1 januari 2027 en de overige onderdelen per 1 januari 2028 in werking kunnen treden.
Stemmingen Tweede Kamer op 21 april 2026
Wetsvoorstel Wet meer zekerheid flexwerkers

