De gemiddelde arbeidsduur van een voltijdwerknemer bedraagt net als in 2025 37,2 uur per week.
In de cao van 81% van de cao-werknemers staat een afspraak over betaald verlof op 5 mei.
Ruim 2,6 miljoen werknemers (48% van de werknemers die onder de onderzoekcao’s vallen) hebben elk jaar op 5 mei een vrije dag. 1,8 miljoen andere werknemers (34% van de werknemers die onder de onderzoekcao’s vallen) hebben in lustrumjaren (eens in de vijf jaar) vrij op 5 mei.
Arbeidsduur
Met de term arbeidsduur wordt in cao’s het aantal uren bedoeld dat een werknemer in de organisatie dagelijks/wekelijks werkzaamheden verricht.
In cao’s wordt ook gesproken over de gemiddelde arbeidsduur per week. In bepaalde banen met weekenddiensten of onregelmatige diensten kan de wekelijkse arbeidsduur van de werknemer
variëren. De gemiddelde arbeidsduur wordt dan berekend over een langere periode.
Daarnaast is er ook een jaarlijkse arbeidsduur: de arbeidsduur per jaar voor een voltijdmedewerker, gecorrigeerd voor eventuele doorbetaalde roostervrije dagen, feestdagen en vakantiedagen (inclusief
bovenwettelijk).
De gemiddelde arbeidsduur in de onderzochte cao’s loopt uiteen van 34 tot 40 uur per week. Voor 45% van de werknemers die vallen onder 141 van de onderzochte cao’s, geldt een gemiddelde arbeidsduur die ligt tussen de 36 en 37 uur per week. Het gaat om 2,5 miljoen werknemers.

Roostervrije dagen
In cao’s worden roostervrije dagen, arbeidstijdverkorting (atv-dagen) en arbeidsduurverkorting (adv-dagen) als termen wisselend gebruikt. Er zijn geen eenduidige definities die alle cao-partijen hanteren. Ook zijn deze termen niet wettelijk vastgelegd. In het onderzoek wordt de term ‘roostervrije dagen’ aangehouden. Hierbij is onderscheid tussen doorbetaalde en onbetaalde roostervrije dagen.
Onbetaalde roostervrije dagen worden niet meegenomen in de berekening van de netto jaarlijkse arbeidsduur, omdat het een tijd-voor-tijdregeling betreft.
In 31 (21 bedrijfstak- en 10 ondernemingscao’s, van toepassing op 26% van de werknemers) van de 141 cao’s zijn afspraken gemaakt over doorbetaalde roostervrije dagen. In absolute aantallen komen de meeste afspraken voor in de sector industrie en nutsbedrijven. In deze sector zijn 12 cao’s met afspraken over roostervrije dagen. Onder deze 12 cao’s valt zo’n 66% van de werknemers die vallen onder de onderzochte cao’s in de sector.
Van alle sectoren vallen werknemers in de bouwsector relatief het vaakst onder een cao-afspraak over roostervrije dagen. Vijf van zes onderzochte cao’s in de bouwsector hebben een afspraak over roostervrije dagen (98% van alle onderzochte werknemers in de bouwsector).
Vakantiedagen
Werknemers hebben aanspraak op vakantie van ten minste viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week, of als de overeengekomen arbeidsduur is uitgedrukt in uren per jaar, van een overeenkomstige
tijd. Sociale partners kunnen afspraken maken voor extra vakantie-uren boven op de wettelijke vakantie-uren: de bovenwettelijke vakantie-uren.
in elke economische sector zijn er cao’s met afspraken over bovenwettelijke vakantiedagen. Wel zijn er 16 cao’s waar werknemers alleen recht hebben op het wettelijk minimum. Voor 12 van deze 16 cao’s zijn de bovenwettelijke vakantiedagen opgenomen in het persoonlijke keuzebudget van de werknemer. Hierdoor zijn de bovenwettelijke dagen niet meegenomen in de berekening van het totale aantal vakantiedagen en hebben deze cao’s voor de berekeningen alleen het wettelijke minimum aan vakantiedagen (20).
26,3 vakantiedagen gemiddeld
Het gemiddelde aantal vakantiedagen van alle onderzochte cao’s bedraagt 26,3 dagen. Het hoogste gemiddelde aantal vakantiedagen is in de sector Onderwijs. Het gemiddelde in deze sector wordt omhoog getrokken door de cao Primair Onderwijs waar de werknemers recht hebben op 47,5 vakantiedagen per jaar, maar ook de overige cao’s in de onderwijssector zitten ruim boven het gemiddelde van 26,3 dagen.
Het laagste gemiddelde is in de sectoren vervoer en opslag en informatie en communicatie: 24 vakantiedagen.

Feestdagen
Voor algemeen erkende feestdagen geldt dat er geen wettelijk recht op een doorbetaalde vrije dag bestaat. Sociale partners kunnen hierover afspraken maken en een algemeen erkende feestdag als verplichte doorbetaalde vrije dag aan te wijzen. In 139 van de 141 onderzochte cao’s hebben sociale partners afspraken gemaakt over feestdagen als doorbetaalde vrije dagen. In de meeste van deze 139 cao’s gelden zeven of acht feestdagen.


5 mei
In 119 van de 141 (80 bedrijfstak- en 39 ondernemingscao’s, 81% van de werknemers) onderzochte cao’s hebben sociale partners afspraken gemaakt over 5 mei. Het gaat meestal om twee soorten afspraken:
- Elk jaar vrij:
In 41 cao’s (29 bedrijfstak- en 12 ondernemingscao’s, 48% van de werknemers) hebben werknemers elk jaar op 5 mei een vrije dag. Hieronder vallen 2,6 miljoen werknemers. - Lustrum:
In 78 cao’s (51 bedrijfstak- en 27 ondernemingscao’s, 34% van de werknemers) is vastgelegd dat werknemers in lustrumjaren, dus elke vijf jaar, recht hebben op een betaalde vrije dag op 5 mei. Hieronder vallen 1,8 miljoen werknemers.
In 22 cao’s (13 bedrijfstak- en 9 ondernemingscao’s, 19% van de werknemers) zijn geen afspraken over Bevrijdingsdag als vrije dag.



