De Tweede Kamer debatteerde op 9 april 2026 met minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers.
Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers heeft als doel om de verschillen tussen vaste en flexcontracten te verkleinen. Het gaat onder meer om het volgende:
- Nulurencontracten worden vervangen door een basiscontract met een bandbreedte van 30%.
- Na drie tijdelijke contracten volgt een pauze van vijf jaar, in plaats van zes maanden zoals het nu is (ketenregeling).
- Uitzendkrachten krijgen sneller een vast contract en hebben arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig aan vaste medewerkers.
Het nulurencontract wordt in principe afgeschaft, maar er wordt een uitzondering gemaakt voor studenten en scholieren omdat zij hun werk naast iets anders doen.
Het bandbreedtecontract vervangt het nulurencontract. Dit gaat uit van een vast aantal uren met per kwartaal een bandbreedte van 30%. Maar is dat wel flexibel genoeg om pieken en dalen van werkgevers op te vangen? De verwachting is dat 30% voldoende flexibiliteit biedt, aldus minister Vijlbrief.
Doelen wetsvoorstel
Minister Vijlbrief van SZW:
“Het uitgangspunt van dit voorstel is dat als je structureel wil werken, dat in principe wordt georganiseerd op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Flexibele arbeid is natuurlijk nodig om een heleboel andere dingen op te vangen en daar is geen verschil van mening over. Als het gaat om piekwerken, mensen die ziek zijn of een veranderende markt zijn flexcontracten mooi. Het is ook niet waar dat er na dit wetsvoorstel geen flexibele arbeid meer is in Nederland.”
“Het eerste grote onderwerp van het wetsvoorstel is de positie van oproepkrachten. Daar speelt het punt van het nulurencontract een enorme rol. (…)
Dan de positie van uitzendkrachten. Wat we daar eigenlijk ten principale doen is dat we nu in de wet vastleggen, hoewel het eigenlijk al was vastgelegd via uitspraken van Europese rechters, dat je voor uitzendarbeid een beloning moet krijgen die gelijkwaardig is aan die voor gewoon werk. (…)
Het derde doel van het wetsvoorstel is dat bij structureel werk een vast contract hoort. Ik geloof dat iedereen het hierover eens is; ik heb althans niemand gehoord die de draaideurconstructie een hartstikke goed idee vindt. De discussie gaat volgens mij alleen maar over de vraag of de termijn van vijf jaar niet wat lang is.”
Flexibel werken
Vijlbrief:
“Ik vind het doorgeschoten flexibilisering als mensen meer dan 40 uur in de week werken en allerlei baantjes hebben, maar nog steeds geen huis kunnen kopen omdat ze te onzeker zijn.”
“Werknemers die flexibel willen werken of bewust kleine deeltijdcontracten willen hebben, kunnen dat natuurlijk nog steeds blijven doen. Die contractvorm blijft gewoon bestaan. Het nulurencontract bestaat niet meer.”
Bandbreedtecontract
Vijlbrief:
“Ik denk dat wat nu misgaat in de discussie is dat de jaarurennorm gewoon geldt wanneer je een vast contract afsluit of een deeltijdcontract. (…) Dan houd je het punt over dat je misschien wel behoefte hebt aan een contractvorm die niet het aantal uren vastlegt. Daar hebben we nu de extreme variant van, en die noemen we het nulurencontract. Dat is dus de extreme variant. Dat is iets van een inperking, waarbij je zegt: je hebt een minimum en een maximum, waarbij je kan variëren tot 130%, wat je over een kwartaal mag doen. (…)
Dat bandbreedtecontract is eigenlijk niks anders dan dat je een minimaal aantal uren afspreekt en dat je daar 30% boven of onder mag komen. Het is maar hoe je ernaar kijkt. Als je daar 50% van maakt, is de variatie die kan optreden in het inkomen van mensen groter dan wanneer dat maar 30% is. Dat is gewoon een som. En je moet in die periode, met zo’n min-maxcontract (…) beschikbaar zijn, dus je kunt dan ook niet je inkomen aanvullen met een andere vaste bron. (…) als je geen bandbreedte zou aanbrengen, is het minimum gewoon het maximum en is er zekerheid; dan zit die onzekerheid alleen nog in de spreiding over de periode.”
Ketenregeling
“De ketenregeling. Is de minister bereid om nog eens goed naar de uitzonderingen te kijken? (…) Er zijn een aantal uitzonderingen voor heel specifieke beroepen. (…) Er is daar heel goed naar gekeken, dus ik wil dat eigenlijk zo proberen te laten. Als we nog meer uitzonderingen maken, gaan we onze eigen wet ondergraven. (…)
Ik denk eigenlijk dat de belangrijkste vraag bij deze ketenbepaling is of die vijf jaar hier niet een beetje uitgeschoten is, vanaf zes maanden. (…) Ik ga het amendement ontraden bij twee jaar, want dat vind ik wel erg dicht zitten op de huidige achttien maanden. We hebben wat onderzoek gedaan en achttien maanden bleek veel voor te komen. Maar ik zou bereid zijn om deze termijn terug te brengen naar drie jaar. Ik denk dat dat kan. Daarmee brengen we de administratieve lasten terug en daarmee denk ik dat we nog steeds doen wat we moeten doen, namelijk die draaideurfunctie tegengaan. (…)
85% van de draaideurconstructies vindt plaats binnen achttien maanden en bijna 100% voorkom je bij drie jaar.”
Stemmen
De Tweede Kamer stemt op dinsdag 21 april over de amendementen en de tijdens het debat ingediende moties. Op dinsdag 12 mei wordt gestemd over het wetsvoorstel.
Amendementen
Het gaat om de volgende amendementen:
- Amendement van het lid Patijn over het niet langer bij CAO van de uitlener kunnen afwijken van het beginsel van gelijke arbeidsvoorwaarden (36746-10)
- Amendement van het lid Patijn over het opnemen van de allocatiefunctie in het wetsartikel (36746-11)
- Amendement van het lid Michon-Derkzen over een verruiming van de leeftijdsgrens naar 21 jaar (36746-12)
- Amendement van het lid Michon-Derkzen over het vervangen van de termijn van 60 maanden door 24 maanden (36746-13)
- Amendement van het lid Michon-Derkzen over bij CAO of regeling afwijken van de bandbreedte van 130% (36746-14)
- Amendement van het lid Neijenhuis over dat de mogelijkheid behouden blijft voor AOW-gerechtigden om met een nulurencontract te blijven werken (36746-15)
- Amendement van het lid Neijenhuis over het urencriterium gelijktrekken op 16 uur (36746-16)
- Amendement van het lid Flach over een evaluatie binnen 3 jaar (36746-17)
- Amendement van de leden Patijn en Neijenhuis over het schrappen van de uitzondering op de ketenbepaling voor een werknemer op een school (36746-18)
- Amendement van het lid Flach over het schrappen van de verplichte kwartaalverdeling binnen de jaarurennorm (36746-19)
- Amendement van het lid Flach over het niet in werking treden van de onderdelen met betrekking tot pgb-budgethouders voor 2030 (36746-20)
- Amendement van het lid Flach over een zware voorhang (36746-21)
- Amendement van het lid Flach over bij CAO of regeling af kunnen wijken van de volledige afschaffing van het nulurencontract (36746-22)
- Amendement van het lid Ceulemans over het recht op loon over drie uur bij een arbeidsomvang van minder dan vijftien uur per week niet van toepassing op werknemers jonger dan 21 jaar (36746-23)
- Amendement van het lid Ceulemans over het verduidelijken dat het mogelijk blijft om bij een bandbreedteovereenkomst arbeid te verrichten (36746-24)
- Amendement van het lid Neijenhuis over dat uitzendkrachten doorbetaald worden bij ziekte (36746-25)
- Amendement van het lid Neijenhuis over een voorhangbepaling (36746-26)
- Amendement van de leden Neijenhuis en Patijn over bij ministeriële regeling regels kunnen stellen aan vergoedingen (36746-27)
- Amendement van het lid Flach over het mogelijk maken van de jaarurennorm binnen het bandbreedtecontract (36746-28)
- Amendement van het lid Patijn over het niet meer uitsluiten van de loondoorbetalingsplicht bij uitzendcontracten (36746-29)
Moties
De volgende moties liggen er:
- Motie van de leden Patijn en Neijenhuis over onderzoeken of en hoe de ketenbepaling kan worden toegepast op urenuitbreiding (36746-30)
- Motie van het lid Patijn over uitzendkrachten informeren over hun rechten, bijvoorbeeld via WorkinNL (36746-31)
- Motie van het lid Patijn over uitzonderingen op de ketenbepaling in kaart brengen, uniformeren en wegen (36746-32)
- Motie van de leden Neijenhuis en Ceulemans over de loonheffingsverklaring als bewijs dat iemand student of scholier is voor toepassing van de uitzonderingsbepaling (36746-33)
- Motie van de leden Van Ark en Tijmstra over uitvoeringsknelpunten in beeld brengen vóór inwerkingtreding van de wetsonderdelen die zien op oproepcontracten en het bandbreedtecontract (36746-34)
- Motie van het lid Michon-Derkzen c.s. over het resterende arbeidsmarktpakket zo gelijktijdig mogelijk in werking doen treden (36746-35)
- Motie van de leden Michon-Derkzen en Ceulemans over het meenemen van het effect van de wet op de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat in de arbeidsmonitor (36746-36)
- Motie van de leden Wiersma en Van Houwelingen over de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor het kleinbedrijf verkorten naar één jaar (36746-37)
- Motie van het lid Van Houwelingen over rapporteren of de 130%-bandbreedte voldoende aansluit bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid (36746-38)
- Motie van het lid Van Houwelingen over een onderzoek naar ruimte voor afwijking van de voorgestelde regels voor sectoren met een aantoonbaar fluctuerende arbeidsvraag (36746-39)
Verslag vergadering op 9 april 2026
Wetsvoorstel Wet meer zekerheid flexwerkers

