Welke onderdelen van de memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) zijn nog relevant nu het verduidelijkingsdeel is vervallen?
Het wetsvoorstel invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief is op 15 april 2026 behandeld in de Tweede Kmer. Dit wetsvoorstel stond voorheen bekend als het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR).
Nota van wijziging
De minister heeft op 10 maart 2026 een nota van wijziging op dit wetsvoorstel ingediend, waarmee het verduidelijkingsdeel is komen te vervallen en het wetsvoorstel alleen nog ziet op het onderdeel dat bekend staat als het rechtsvermoeden.
Deze wijziging was de aanleiding om te vragen welke onderdelen van de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel nog relevant zijn.
Memorie van toelichting
De memorie van toelichting bij een wetsvoorstel wordt niet gewijzigd, ook niet bij een ingrijpende wijziging van een wetsvoorstel, zoals heeft plaatsgevonden met het vervallen van het verduidelijkingsonderdeel. Het vereist dus enig zoekwerk verreist om na te gaan welke delen van de toelichting nog relevant zijn.
Een verduidelijking bij deze zoektocht.
Hoofdstuk 1 – aanleiding wetsvoorstel
Hoofdstuk 1 biedt een overzicht van de aanleiding voor het wetsvoorstel zoals dat is ingediend. Hierin wordt de probleemstelling rond schijnzelfstandigheid en de noodzaak voor het wetsvoorstel beschreven. Dit hoofdstuk is met het oog op het rechtsvermoeden relevant, maar toont daarnaast aan dat het belangrijk is om met wetgeving te komen die duidelijker maakt wanneer iemand werknemer is of niet en waarom eerdere wetgeving dit nog onvoldoende heeft bereikt.
Zelfstandigenwet
Het kabinet gaat dan ook aan de slag met de Zelfstandigenwet om ervoor te zorgen dat zelfstandigen en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid hebben wanneer iemand geen werknemer is en dus als zzp’er kan worden ingehuurd, en tegelijkertijd om vast te leggen welke verantwoordelijkheden bij die zelfstandige horen. Zo blijft het kabinet aan de slag met verduidelijking en zet het de zelfstandige centraal. Daarbij zal er ook oog blijven voor de werkenden in een kwetsbare positie, zoals de gedwongen (schijn)zelfstandigen.
Overige hoofdstukken
- In de verdere hoofdstukken van de Memorie van toelichting is steeds aangegeven op welk deel van het wetsvoorstel de tekst betrekking heeft; voor zover dit niet is uitgesplitst, heeft het op beide onderwerpen betrekking en is de tekst daarmee ook relevant voor het rechtsvermoeden.
- Hoofdstuk 2 gaat in op de hoofddoelen van het wetsvoorstel. Daarbij gaan de paragrafen 2.1.5 en 2.3.3 specifiek in op het doel, de doeltreffendheid, en de doelmatigheid van het rechtsvermoeden.
- Hoofdstuk 3 van het wetsvoorstel ziet specifiek op het verduidelijkingsdeel dat is komen te vervallen.
- Hoofdstuk 4 ziet specifiek op de verschillende aspecten van het rechtsvermoeden.
- Hoofdstuk 5 gaat in op de gevolgen van het wetsvoorstel, waarbij in de paragrafen 5.1.1.3 en 5.2.3 specifiek wordt ingegaan op de gevolgen van het rechtsvermoeden voor de werkende en werkgevende, en in paragraaf 5.3.2 op de arbeidsmarkteffecten het rechtsvermoeden.
De regeldruk van het rechtsvermoeden wordt behandeld in artikel 5.5.2.
In paragraaf 5.7 wordt onder meer specifiek ingegaan op de mkb-toets voor wat betreft het rechtsvermoeden. - Hoofdstuk 7 gaat in op de internetconsultatie, waarbij onder het kopje ‘rechtsvermoeden’ specifiek op dat onderdeel wordt ingegaan.
- Hoofdstuk 8 gaat in op de inwerkingtreding, waarbij paragraaf 8.2 ziet op de onmiddellijke inwerkingtreding van het onderdeel rechtsvermoeden.
- Artikel I, onderdeel B, van de artikelsgewijze toelichting ziet op het rechtsvermoeden.
Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar)
Vbar – Memorie van toelichting

