Als iemand minder dan €38 per uur verdient, wordt het uitgangspunt dat deze persoon werknemer is en geen zzp’er. Als een werkende hier een beroep op doet, is het aan de opdrachtgever om het tegendeel aan te tonen. Met de invoering van dit rechtsvermoeden wil de minister het verschil tussen zzp’ers en werknemers verduidelijken en de positie van werkenden aan de onderkant versterken.
Wanneer is iemand werknemer en wanneer zelfstandige? Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) moet een deel van de onduidelijkheid rond zzp’ers oplossen. VVD, D66, CDA en SGP hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor een Zelfstandigenwet die nog meer duidelijkheid moet geven. De Tweede Kamer behandelt dit wetsvoorstel op een later moment. De streefdatum voor inwerkingtreding van de Zelfstandigenwet is 1 januari 2028.
Rechtsvermoeden
Minister Aartsen:
“Laat ik ermee beginnen dat het wetsvoorstel natuurlijk geknipt is. Het is een langdurige wens van deze Kamer geweest om het rechtsvermoedendeel te splitsen van het verduidelijkingsdeel. Ik heb als minister besloten om dat te doen. Ik denk dat dat verstandig is; we kunnen dan snelheid maken met het rechtsvermoedendeel.
Dit wetsvoorstel regelt een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst voor werkenden die op dit moment als zelfstandige werken met een uurtarief onder de €38. Hiermee geven we werkenden die op dit moment een beperkte onderhandelingsmacht hebben, de mogelijkheid om makkelijker en laagdrempeliger hun rechtspositie op te eisen. Dat doen we allereerst bij werkenden zelf. Zij kunnen dat zelf aangeven in de civiele overeenkomst die ze hebben met hun werkgevende. Het zorgt er ook voor dat je als tweede instantie naar een civiele rechter toe kunt stappen.”
Preventieve werking
Het is belangrijk om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen en constructies tegen te gaan die het arbeidsrecht en premiebetaling ontwijken, zegt Van Ark (CDA). Ze denkt dat het wetsvoorstel vooral een preventief effect heeft: opdrachtgevers/werkgevers zullen gaan toetsen op basis van het uurtarief.
Het wetsvoorstel is positief, zegt Ergin (DENK), maar er wordt slecht een ministapje mee gezet. Het zal volgens hem niet zorgen voor rust op de markt voor zelfstandigen. Uiteindelijk moet er duidelijkheid vooraf komen voor zzp’ers.
Aartsen:
“Ik denk (…) dat vooral de preventieve werking belangrijk is. Het zorgt er namelijk vooral voor dat werkgevenden, opdrachtgevers, werkgevers, aan de voorkant gedwongen zullen worden om, op het moment dat zij gaan werken met iemand met een uurtarief onder de €38, na te denken: “Kan dit wel op deze manier? Wat is de positie van die persoon? Hebben we dit goed georganiseerd? Is die persoon niet gedwongen schijnzelfstandige?” Ik denk dat dat uiteindelijk een heel goede manier is om dit te doen.”
Geen ei van columbus
Aartsen:
“Is dit het ei van Columbus? Gaat dit alle problemen als sneeuw voor de zon laten verdwijnen? (…) Nee. Maar het is wel een eerste, belangrijke stap om ervoor te zorgen dat mensen aan de basis van de arbeidsmarkt die net dat steuntje in de rug nodig hebben, dat ook krijgen. Het zorgt er vooral voor dat werkgevers veel duidelijker nadenken over wanneer iemand werknemer is en wanneer zelfstandige.”
Twijfel over tariefgrens
Moinat (Groep Markuszower) ziet weinig in een harde, generieke tariefgrens. Het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige moet gaan om de aard van de relatie: zelfstandigheid, eigen risico en de hiërarchie.
Van Houwelingen (FVD) wijst erop dat veel mensen bewust kiezen voor zelfstandig werken voor een laag tarief, omdat ze een klantenkring willen opbouwen of flexibel willen zijn. Wordt er niet te veel aan de contractvrijheid getornd?
Het wetsvoorstel betekent niet dat zzp’ers niet meer voor minder dan €38 per uur mogen werken, benadrukt Aartsen. Dat kan wel als de relatie met de opdrachtgever goed is geregeld en er dus geen schijnzelfstandigheid is.
Aartsen:
“Dit wetsvoorstel regelt een rechtsvermoeden voor de werkenden in relatie tot hun werkgevers/opdrachtgevers. De kwalificatie van de arbeidsrelatie zit in een ander wetsartikel. Dat ziet op Burgerlijk Wetboek 7:610. Daar passen wij niks op aan. Of je nou wel of niet onder die €38 zit; dat zegt niets over je wel of geen zzp’er bent. Het is dus geen harde grens. Het is geen minimumtarief. Het is geen maximumtarief. Ook als je onder de €38 zit, kun je nog perfect zzp’er zijn, namelijk als je voldoet aan loon, arbeid, gezag; zie de jurisprudentie over Deliveroo en Uber. Wat wij hiermee doen, is zeggen dat we zien dat de kwetsbare positie wel onder dat uurtarief zit. (…) zoals de holistische toetsing van het arbeidsrecht zegt: je zult ieder individueel geval apart moeten bepalen. Dat kan je dus niet met een uurtarief doen.”
Rechter
Met schijnzelfstandigheid worden risico’s bij de werkende gelegd, zegt Boon (PVV). Hij is positief over het wetsvoorstel, maar is dat ook effectief? Het rechtsvermoeden is een papieren oplossing als mensen niet naar de rechter stappen.
Ook Patijn (GroenLinks-PvdA) heeft grote twijfels of werkenden in een kwetsbare positie naar de rechter zullen stappen. Ze oppert daarom dat daarnaast de Belastingdienst het rechtsvermoeden bestuursrechtelijk moet gaan handhaven. Maar dat regelt het wetsvoorstel niet, aldus de minister. De Belastingdienst en de Arbeidsinspectie kunnen wel optreden op basis van andere wetgeving.
Als werkenden een beroep willen doen op het rechtsvermoeden, betoogt Neijenhuis (D66), moet dit eenvoudig zijn. Zijn suggestie is daarom om dit via de regelrechter te doen.
Werkenden kunnen zich laten bijstaan door bijvoorbeeld een vakbond of ondernemingsraad, geeft Aartsen aan. Hij gaat bekijken of de gang naar de regelrechter in alle gevallen mogelijk is.
Aartsen:
“Het rechtsvermoeden werkt niet door in de fiscaliteit, ook niet in de socialezekerheidswetgeving en arbeidswetgeving. (…) Als de rechter besluit dat iets een arbeidsovereenkomst is, dan zit daar natuurlijk wel weer relevantie in, maar dat gaat niet rechtstreeks naar het rechtsvermoeden.”
Het gaat hier om een civielrechtelijk rechtsvermoeden. Je kunt daar niet zomaar in treden, ook niet als publiekrechtelijke handhaving, aldus de bewindsman. Het type rechtsvermoeden, namelijk een uurtarief, is onuitvoerbaar voor de Belastingdienst, het UWV en de Nederlandse Arbeidsinspectie omdat die geen zicht hebben op de opbouw en op de toepassing van dat uurtarief, vervolgt Aartsen.
Uurtarief bepalen
Is het wel altijd mogelijk om het juiste uurtarief te berekenen? Kisteman (VVD) denkt van niet. Een deel van de zzp’ers werkt volgens hem namelijk niet met een uurtarief maar met een stukstarief.
Wanneer moet het uurtarief worden vastgesteld, vooraf of achteraf? Ook Ceulemans (JA21) wijst erop dat er geregeld een vast bedrag wordt afgesproken zonder uurtarief. Hij waarschuwt dat dit gebruikt kan worden om achteraf een dienstverband af te dwingen.
Jongeren
Nu is het voor jongeren mogelijk om als zzp’er losse klussen aan te nemen, stelt Flach (SGP). Hij wil niet dat die mogelijkheid voor hen verdwijnt. Daarom oppert hij om voor jongeren tot 21 jaar uit te gaan van een lagere uurvergoeding.
Als wordt voldaan aan de jurisprudentie, zo reageert Aartsen, kunnen jongeren nog steeds voor een lager bedrag als zzp’er aan de slag.
De minister zegt het volgende hierover:
“Voor de kwalificatie of je zzp’er bent, maakt het niet uit of je €9, €20, €38, €138 of €238 per uur verdient. Dat maakt niet uit voor de kwalificatie “ben je zzp’er of ben je werknemer?” (…) Het enige wat we doen, is dat we de mensen die op dit moment als zzp’er onder de €38 werken, extra hulp bieden: als je eigenlijk vindt dat je op grond van de jurisprudentie werknemer bent omdat je niet je eigen uren mag bepalen, omdat je maar voor één werkgever werkt, omdat je eigenlijk precies hetzelfde doet als alle andere mensen, die wél een arbeidsovereenkomst hebben, en omdat je geen enkele vorm van vrijheid, autonomie, eigen regie et cetera hebt, dán kun je zeggen dat je recht hebt op een arbeidsovereenkomst. Dat gesprek maken we in preventieve zin veel beter mogelijk met dit wetsvoorstel.”
De Tweede Kamer heeft op 21 april ingestemd met het wetsvoorstel.

