Uitleg van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen bepaling over de berekeningssystematiek van de variabele beloning van een tandarts aan de hand van de Haviltex-maatstaf.
Omzetgerelateerde variabele beloning
Partijen zijn in de arbeidsovereenkomst een omzetgerelateerde variabele beloning overeengekomen met een bepaalde ondergrens, het garantiesalaris. De vraag die partijen in deze procedure verdeeld houdt is hoe de in artikel 5 lid 1 van de arbeidsovereenkomst opgenomen berekeningssystematiek van de variabele beloning moet worden uitgelegd. In dat artikel staat:
“Het salaris bedraagt de bruto honorarium maandomzet maal 40% als totale lasten voor de werkgever. Dit wordt zo berekend dat in totaliteit alle lasten voor de werkgever 40% van de bruto honorarium maandomzet bedragen en is onder andere inclusief afkoop debiteurenrisico, verzuimverzekering, werkkostenregeling, aansprakelijkheidsverzekering,…). Per definitie is dit hetzelfde als 40% voor ZZP’ers.”
Werkgeverslasten af van afgesproken brutosalaris?
De meest verstrekkende stelling van de tandarts is dat dit artikel zo moet worden uitgelegd dat haar brutosalaris 40% van haar bruto honorarium maandomzet bedraagt.
De tandartspraktijk heeft dit betwist en voert aan dat de tekst in artikel 5 lid 1 van de arbeidsovereenkomst zo moet worden uitgelegd dat op het genoemde percentage van 40% een aantal percentages aan werkgeverslasten in mindering strekken zodat de tandartspraktijk alle kosten die een tandarts moet betalen om zijn praktijk te houden op dit deel van de omzet van de tandarts in mindering brengt.
Afhankelijk van de hoogte van de bruto honorarium maandomzet, resteert dan een percentage gelegen tussen de 25,2% en 29,7%, althans 37,521% dat resteert aan brutosalaris, inclusief vakantiegeld.
Haviltex-maatstaf
De betekenis van artikel 5 van de arbeidsovereenkomst moet worden uitgelegd aan de hand van de zogenoemde Haviltex-maatstaf. Beslissende betekenis komt dus toe aan alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.
Percentages fluctueren
De tandartspraktijk heeft tijdens de mondelinge behandeling een toelichting gegeven op de totstandkoming van de door haar genoemde percentages en aan de kantonrechter inzicht gegeven in de wijze waarop de percentages kunnen fluctueren door een hogere of lagere omzet. Dat deze door de tandartspraktijk voorgestane uitleg, waarvan de kantonrechter best wil onderkennen dat die gebruikelijk is binnen de tandartsenpraktijk, ook zo door de tandarts bij aanvang van de arbeidsovereenkomst kon, althans moest, worden opgevat, volgt de kantonrechter echter niet.
Geen concrete informatie
Uit de tekst van het artikel in de arbeidsovereenkomst volgt immers niet eenduidig dat én welke percentages of bedragen op de bruto honorarium maandomzet in mindering worden gebracht. Evenmin is gesteld of gebleken dat de tandartspraktijk voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst aan de tandarts, anders dan het overleggen van de arbeidsovereenkomst, concrete informatie heeft verstrekt over de bestanddelen van het bruto maandsalaris en de berekening daarvan.
(Buiten loonstrook) werkgeverslasten
Zo is bij aanvang niet aan de tandarts laten weten dat op het haar toekomende deel van de omzet, de genoemde 40%, zowel de premies voor werknemersverzekering en ziektekostenverzekering in mindering strekken als ook de door de tandartspraktijk genoemde ‘buiten loonstrook werkgeverslasten’ zoals een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, afkoop debiteurenrisico, arbeidsongeschiktheidsverzekering, nascholing, contributies en accountantskosten en de werkgeverslasten op de loonstrook die als gevolg van diverse wettelijke premies moesten worden afgedragen aan de overheid.
Werkgever had dit nader moeten specificeren
Als het de bedoeling van de tandartspraktijk was om alle kosten die een tandarts-praktijkhouder moet voldoen uit dit deel van de omzet (de 40%) van de tandarts te betalen, en het brutosalaris als gevolg daarvan altijd minder dan de opgenomen 40% zou bedragen, lag het op de weg van de werkgever om dit nader te specificeren in de arbeidsovereenkomst. Dat klemt temeer nu de tandarts een buitenlandse werknemer is, nog niet zolang in Nederland woonachtig is en de Nederlandse taal niet op een vergevorderd niveau beheerst.
Geen exacte berekening te tonen
De tandartspraktijk heeft aangevoerd dat zij niet in staat was om een berekening te overleggen omdat een deel van de berekening van de werkgeverslasten automatisch volgt uit het salarisverwerkingssysteem Nmbrs van Visma. In dit systeem worden de werkgeverslasten teruggerekend naar brutoloon.
Voor rekening en risico werkgever
Volgens de tandartspraktijk kan zij als gevolg van de werking van dit systeem, geen exacte berekening tonen en dus ook geen inzicht verschaffen in de opbouw van de percentages. Daarmee miskent de tandartspraktijk echter de op grond van artikel 7:655 BW op haar rustende verplichting om bij aanvang van het dienstverband duidelijkheid te verschaffen over de hoogte van het loon en de afzonderlijke bestanddelen ervan. Dat zij geen inzicht kan verschaffen als gevolg van de werking van het administratiesysteem komt daarom bij de uitleg van een bepaling over de opbouw van het salaris voor haar rekening en risico.
Expatregeling
Bij de uitleg van de arbeidsovereenkomst wordt verder betekenis gehecht aan de door de tandarts gewenste deelname aan de Expatregeling voor hoogopgeleide buitenlandse werknemers, de zogenoemde 30%-regeling, waarbij zij in aanmerking komt voor een belastingvoordeel als haar fiscaal loon meer dan € 46.000 bruto bedraagt.
De tandarts heeft onweersproken gesteld dat zij bij de praktijkmanager van de tandartspraktijk heeft nagevraagd of haar te verdienen salaris de grens van € 46.000 zou overstijgen en heeft vervolgens, toen daarop instemmend is geantwoord, een daartoe strekkend aanvraagformulier ingeleverd bij de tandartspraktijk.
Niet voldaan aan inkomensgrens
Met alleen het garantiesalaris van € 3.333,33 bruto per maand zou de tandarts nooit de inkomensgrens hebben behaald. Een redelijke uitleg brengt met zich mee dat de tandarts ervan uit mocht gaan dat zij 40% van haar bruto honorarium maandomzet zou verdienen, omdat zij met de door de tandartspraktijk gedane uitleg niet aan de inkomensgrens van de 30%-regeling kon voldoen.
Groot belang bij duidelijkheid
De tandartspraktijk heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat haar praktijkmanager niet bevoegd was om zulke toezeggingen te doen aan de tandarts maar dit kan in de gegeven omstandigheden en de achtergrond van de tandarts niet aan haar worden tegengeworpen. Rekening houdend met de achtergrond van de tandarts als buitenlandse werknemer en haar wens om voor de 30%-regeling in aanmerking te komen, had zij een groot belang bij duidelijkheid over het te ontvangen loon.
Salaris mogelijk niet boven grens 30%-regeling
Als de tandarts voor aanvang van haar dienstverband beter door de tandartspraktijk was voorgelicht, had de tandarts zelf de conclusie kunnen trekken dat haar salaris mogelijk niet boven de grens van de 30%-regeling zou komen, althans dat zij een veelvoud van de door haar gerealiseerde omzet had moeten realiseren om daar wel voor in aanmerking te komen.
Niet als zzp’er werkzaam
De waarde die de tandartspraktijk hecht aan de vergelijking met een zzp’er in artikel 5 lid 1 van de arbeidsovereenkomst volgt de kantonrechter ook niet. De tandarts heeft immers welbewust gekozen om niet als zzp’er werkzaam te zijn.
Een redelijke uitleg brengt met zich dat de tandarts niet uit de arbeidsovereenkomst hoefde af te leiden dat zij dus, in tegenstelling tot een zzp’er, niet 40% van haar bruto honorarium omzet zou ontvangen, maar dat daarop nog alle kosten van een tandartspraktijkhouder in mindering zouden strekken.
Recht op achterstallig salaris
Nu de uitleg van de tandartspraktijk niet uit de arbeidsovereenkomst kan worden afgeleid en ook niet is gebleken dat partijen in de aanloop naar het sluiten van de arbeidsovereenkomst hebben gesproken over een andere berekeningssystematiek, hoefde de tandarts geen rekening te houden met een andere opbouw van haar salaris dan de 40% van de bruto honorarium maandomzet. Dit betekent dat geen aanleiding bestaat om het verstekvonnis te vernietigen voor zover dit ziet op de betaling van het achterstallig salaris van € 10.719,15 bruto. Het verzet is in zoverre ongegrond.
Geen wettelijke verhoging
De tandarts heeft gevorderd om de tandartspraktijk te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging. De wettelijke verhoging is bedoeld als prikkel voor de werkgever om tot tijdige betaling van het loon over te gaan. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is echter geëindigd zodat van enige loonbetaling geen sprake meer zal zijn. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot nihil.
Uitspraak Rechtbank Gelderland, 17 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5136

