De belangrijkste vijf maatregelen voor de loonheffingen uit het Belastingplan 2026 zijn:
- Geen bijtelling meer voor deelfietsen
- Akkoord ‘Gezond naar het pensioen’
- Pseudo-eindheffing fossiele auto’s
- Versoberen regeling extraterritoriale kosten
- Technische fiscale knelpunten Wet toekomst pensioenen
1 Geen bijtelling meer voor deelfietsen
Het kabinet stelt voor om de bijtellingsregeling van de fiets van de zaak te verduidelijken door expliciet te stellen dat voor deelfietsen een bijtelling van nihil geldt. Het doel van dit voorstel is om onduidelijkheid over belastbaarheid van door de werkgever ter beschikking gestelde deelfietsen weg te nemen.
Een in de arbeidsvoorwaarden opgenomen hubfiets die een werknemer alleen voor de voorgeschreven route station-werkplek gebruikt, is geen ter beschikking gestelde fiets. Het toepassen van een bijtelling is dan niet nodig. Hier is echter onduidelijkheid over.
Het kabinet verduidelijkt dit door te bepalen dat voor de fiets die niet meer dan bijkomstig bij het woon- of verblijfadres wordt gestald, een bijtelling geldt van nihil. Dit geldt dus voor hubfietsen, dienstfietsen, ov-fietsen en andere deelfietsen. Deze voorgestelde maatregel heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020.
2 Akkoord ‘Gezond naar het pensioen’
Het kabinet stelt voor dat de drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) vanaf 2026 in stand blijft.
Om een RVU-regeling toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen, wil het kabinet het bedrag van de RVU-drempelvrijstelling verhogen met € 300 per maand.
Ook stelt het kabinet voor om het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU boven de RVU-drempelvrijstelling stapsgewijs te verhogen: 57,7% in 2026, 64% in 2027 en 65% in 2028. Vanaf 2028 wordt het percentage op 65% gemaximeerd.
De maatregelen hebben tot doel de RVU-drempelvrijstelling vanaf 2026 in stand te houden voor werknemers met zwaar werk, die niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd.
3 Pseudo-eindheffing fossiele auto’s
Het streven van het kabinet is dat alle personenauto’s die vanaf 2027 door een werkgever voor het eerst ter beschikking worden gesteld aan een werknemer, volledig emissievrij zijn.
Voor auto’s die niet volledig emissievrij zijn en die voor privédoeleinden ter beschikking worden gesteld, moet de werkgever vanaf 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing betalen. Het voorgestelde tarief bedraagt 12% over de waarde van de fossiele personenauto. Dit bedrag mag de werkgever niet doorberekenen aan de werknemer.
Overgangstermijn
Heeft een werkgever vóór 2027 een personenauto voor privédoeleinden ter beschikking gesteld aan een werknemer, dan geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030. Na afloop van deze overgangstermijn geldt de pseudo-eindheffing voor alle fossiele personenauto’s.
4 Versoberen regeling extraterritoriale kosten
Werknemers die tijdelijk in Nederland komen werken, kunnen een vergoeding krijgen voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst: de extraterritoriale kosten.
Het voorstel van het kabinet is om de volgende kosten niet langer onbelast te laten vergoeden door de werkgever:
- de extra kosten van levensonderhoud ten opzichte van het herkomstland;
- de extra kosten van privégesprekken met het herkomstland van een inkomende werknemer.
De maatregel geldt alleen voor inkomende werknemers en niet voor uitgezonden werknemers. Met de maatregel wordt het fiscale speelveld tussen inkomende werknemers die extraterritoriale kosten hebben en andere werknemers in Nederland meer gelijkgetrokken.
5 Technische fiscale knelpunten Wet toekomst pensioenen
In de uitvoeringspraktijk zijn fiscale knelpunten bij invaren geconstateerd bij ingegane overbruggingspensioenen, ingegane prepensioenen en ingegane wezenpensioenen. Het kabinetsvoorstel is deze knelpunten zodanig weg te nemen dat deze pensioenen na invaren ook fiscaal geëerbiedigd blijven.
In het verlengde van deze fiscale knelpunten stelt het kabinet ook voor om het overgangsrecht voor ingegane nabestaandenoverbruggingspensioenen bij invaren aan te passen.
Hoe nu verder?
Na het verkiezingsreces (tot en met woensdag 29 oktober) behandelt de Tweede Kamer het Belastingplan 2026. In december behandelt de Eerste Kamer vervolgens het Belastingplan. Pas nadat beide Kamers hebben ingestemd, zijn de maatregelen definitief.
Bron: Forum Salaris

