Het gaat hierbij om de extra kosten van levensonderhoud, waaronder kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen, en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst.
Met de maatregel in het Belastingplan 2026 wordt het fiscaal speelveld tussen inkomende werknemers die extraterritoriale kosten hebben en andere werknemers in Nederland meer gelijk getrokken.
Extra kosten voor levensonderhoud en privégesprekken
Voorstel is dat de werkgever de extra kosten van levensonderhoud ten opzichte van het herkomstland en de extra kosten van privégesprekken van een inkomende werknemer met het herkomstland niet langer onbelast kan vergoeden.
Inkomende werknemers krijgen minimaal het Nederlandse minimumloon. In dit loon zijn eventuele hogere kosten van levensonderhoud in Nederland ten opzichte van het herkomstland al meegenomen. Er is dan geen noodzaak om dit onbelast te vergoeden door de werkgever. Verder is de zakelijke component ondergeschikt bij privégesprekken met het herkomstland.
Beperkte invloed op arbeidsmigratie
De maatregel heeft ook een beperkte invloed op arbeidsmigratie. Het kan voor werkgevers minder voordelig worden om met gebruikmaking van de ETK-regeling werknemers uit een ander land aan te nemen en voor werknemers uit een ander land kan Nederland een minder aantrekkelijk werkland worden, vanwege een lager netto inkomen. Het effect van de maatregel is echter beperkt, omdat inkomende werknemers vaak naar Nederland komen vanwege het (veel) hogere Nederlandse (minimum)loon en andere gunstige arbeidsvoorwaarden in vergelijking met hun thuisland.
Alleen voor inkomende werknemers
De maatregel geldt alleen voor inkomende werknemers en niet voor uitgezonden werknemers. Deze twee groepen en de gevolgen van een versobering van de ETK-regeling verschillen namelijk van elkaar. Er moet nog onderzocht worden wat een eventuele versobering voor effect zou hebben voor uitgezonden werknemers.
Wetsvoorstel Belastingplan 2026

