Wat zijn de fiscale gevolgen van het vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van een fiets? En hoe zit het met de combinatie van een fiets met een cafetariaregeling en een reiskostenvergoeding?
Fiets vergoeden
Vergoedt de werkgever (een deel van) de aanschafprijs van een fiets die de werknemer koopt? Dan is die vergoeding loon van de werknemer. Je kunt dit loon aanwijzen als eindheffingsloon als voldaan wordt aan de gebruikelijkheidstoets. Het bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte. Daarboven ben je 80% eindheffing verschuldigd.
In deze situatie mag je de werknemer een onbelaste (vaste) vergoeding van maximaal € 0,25 per kilometer geven voor zakelijke reizen, waaronder woon-werkverkeer. Hier geldt een gerichte vrijstelling voor.
Fiets verstrekken
Als de werkgever aan een werknemer een fiets verstrekt, wordt de werknemer eigenaar van de fiets. De factuurwaarde of de waarde in het economische verkeer van de fiets is loon van de werknemer. Je kunt dit loon aanwijzen als eindheffingsloon als wordt voldaan aan de gebruikelijkheidstoets. Het bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte. Daarboven ben je 80% eindheffing verschuldigd.
In deze situatie mag je de werknemer een onbelaste (vaste) vergoeding van maximaal € 0,25 per kilometer geven voor zakelijke reizen, waaronder woon-werkverkeer. Hier geldt een gerichte vrijstelling voor.
Cafetariaregeling en fiets vergoeden of verstrekken
Als de werkgever een fiets vergoedt of verstrekt, kan dit ook in combinatie met een cafetariaregeling. Krijgt de werknemer van de werkgever een renteloze lening voor de aanschaf van een fiets, dan is het voordeel van deze renteloze lening geen loon voor de werknemer. Voor het rentevoordeel personeelslening voor een fiets geldt een nihilwaardering.
Voorbeeld 1: aanschaf van een fiets
Een werknemer koopt een elektrische fiets van € 1.500. Je zet € 1.500 van het brutoloon van de werknemer om in een vergoeding voor de aanschaf van de fiets. Deze aanschafkosten wijs je aan als eindheffingsloon. Als de vrije ruimte niet wordt overschreden, betaal je daarover geen loonheffingen.
Voorbeeld 2: combinatie van aanschaf en gebruik
De werkgever verstrekt de werknemer een renteloze lening van € 1.500 om een fiets te kopen. De werknemer krijgt van de werkgever ook een vergoeding van € 0,15 per kilometer voor woon-werkverkeer. De woon-werkafstand van de werknemer is 4 kilometer. Per werkdag krijgt hij dus een vergoeding van € 1,20. De werknemer zet deze vergoeding in voor aflossing van de lening. Als de werknemer 20 dagen per maand werkt, krijgt hij maandelijks een vergoeding van € 24. De werknemer heeft de lening van € 1.500 dan na ongeveer 5 jaar terugbetaald.
De aanschaf van de fiets gaat niet ten koste van de vrije ruimte omdat sprake is van een lening aan de werknemer die hij moet terugbetalen. De terugbetaling van de lening gaat ook niet ten koste van de vrije ruimte omdat de werknemer de lening aflost met een gerichte vrijstelling (de kilometervergoeding). Voor het rentevoordeel geldt een nihilwaardering.
Fiets ter beschikking stellen
Als de werkgever een fiets ter beschikking stelt aan een werknemer, blijft de fiets jouw eigendom. Als de werkgever de fiets ook voor privégebruik ter beschikking stelt aan een werknemer, moet je een bedrag bij het loon tellen. De bijtelling mag je aanwijzen als eindheffingsloon als aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan. Het bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaal je 80% eindheffing.
Ter beschikking gestelde fiets
In de volgende gevallen is sprake van een ter beschikking gestelde fiets in de zin van artikel 13ter Wet LB 1964:
- Een werkgever stelt een fiets ter beschikking aan de werknemer en deze fiets blijft eigendom van de werkgever.
- Een werkgever leaset een fiets van een leasemaatschappij en stelt deze ter beschikking aan de werknemer.
- De werknemer leaset zelf een fiets en de werkgever vergoedt alle kosten.
Je moet een bedrag bij het loon tellen als de ter beschikking gestelde fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat aan de werknemer. Als de fiets voor woon-werkverkeer ter beschikking staat is daaraan ook voldaan.
Waarde privégebruik fiets
De waarde van het privégebruik is 7% van de consumentenadviesprijs die de fabrikant of importeur bekendmaakt. Dit is de consumentenprijs inclusief omzetbelasting. Rijwiel en Automobiel Industrie (RAI) Vereniging heeft hiervoor een database opgezet. Deze vind je op bijtellingfietsvandezaak.nl. Als je de oorspronkelijke prijs niet kunt achterhalen, moet je uitgaan van de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets.

Accessoires en fietsverzekering
Accessoires bij de fiets die deel uitmaken van de consumentenadviesprijs en met de fiets ter beschikking worden gesteld vallen onder 7% bijtelling. Accessoires die ter beschikking staan en geen deel uitmaken van de consumentenadviesprijs moet je waarderen tegen het bedrag op de inkoopfactuur inclusief btw.
Als je geen factuur hebt van de terbeschikkingstelling geldt de waarde in het economisch verkeer. Een fietsverzekering, een extra slot, een steun voor de tas en reparatiekosten vormen intermediaire kosten en hebben geen invloed op de bijtelling.
Let op: een regenpak dat de werkgever aan de werknemer ter beschikking stelt, is loon van de werknemer. Maar je kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon als aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan. Het bedrag komt ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaal je 80% eindheffing.
Loon in natura
De terbeschikkingstelling van een fiets voor privégebruik is loon in natura. Je telt jaarlijks 7% bij het loon van de werknemer. Je moet daarover loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden en afdragen, premies werknemersverzekeringen betalen en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen of de bijdrage Zvw inhouden en afdragen. In de aangifte loonheffingen verwerk je de bijtelling voor de fiets in de rubriek ‘Waarde niet in geld uitgekeerd loon’.
Geen tegenbewijs mogelijk
Anders dan bij de auto van de zaak is het niet mogelijk om bij gering privégebruik tegenbewijs te leveren. De bijtelling fiets geldt altijd als de fiets ter beschikking is gesteld voor privégebruik.
Let op: de bijtellingsregeling is ook van toepassing als de fiets alleen privé wordt gebruikt. Bij excessief privégebruik van de fiets wordt nooit een hogere waarde in aanmerking genomen dan de bijtelling van 7%.
Eigen bijdrage
De eigen bijdrage die de werknemer betaalt vanuit het nettoloon voor privégebruik mag je in mindering brengen op de bijtelling. Het saldo van de bijtelling en de eigen bijdrage voor privégebruik van de werknemer mag op kalenderjaarbasis niet negatief zijn.
Betalingen aan derden komen niet in mindering op de bijtelling, zoals de kosten van het thuis opladen van de accu van een elektrische fiets van de zaak. Maar je kunt deze (intermediaire) kosten wel onbelast vergoeden aan de werknemer.
Kilometervergoeding
Betaal je een vergoeding voor de kilometers die de werknemer rijdt met de fiets van de zaak? Dan is dit belast loon voor de werknemer. Er is namelijk sprake van vervoer vanwege de werkgever. Je mag dit loon aanwijzen als eindheffingsloon. Dit komt dan ten laste van de vrije ruimte. Daarboven betaal je 80% eindheffing.
Tweede fiets ter beschikking stellen
Stelt de werkgever twee fietsen ter beschikking aan een werknemer, dan pas je voor beide fietsen de bijtelling van 7% toe.
Aanpassing fietsregeling
De fietsregeling is in 2026 aangepast. Voor een fiets (waaronder ook een deelfiets) die je ook voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan een werknemer, maar die niet of slechts incidenteel (niet meer dan bijkomstig) bij het woon- of verblijfadres van de werknemer wordt gestald, geldt een bijtelling van nihil.
Van stallen bij het woon- of verblijfadres is geen sprake als de werknemer, in de periode waarin de fiets zich bij het woon- of verblijfadres bevindt, niet de beschikkingsmacht over de fiets heeft. Stallen bij het woon- of verblijfadres is bijvoorbeeld wel het geval als de werknemer de fiets voor het huis neerzet en de sleutel naar binnen meeneemt.
Als de werknemer een fiets voor de woning bijvoorbeeld kan ‘inleveren’ via een app, waardoor de fiets daarna niet meer exclusief ter beschikking staat aan de werknemer, kwalificeert dat niet als het stallen van de fiets bij het woon- of verblijfadres. Voor een fiets die de werkgever ook voor privédoeleinden ter beschikking stelt en die de werknemer wel meer dan bijkomstig (meer dan 10%) thuis stalt, geldt de bijtelling van 7%.
Voorbeeld
De werkgever stelt een fiets ter beschikking voor de route tussen het treinstation en werkplek, zoals een ov-fiets of hubfiets. Voor deze fiets geldt een bijtelling van nihil, omdat de werknemer de fiets niet stalt bij zijn woon- of verblijfplaats.
Let op: de aanpassing van de regeling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.

Cafetariaregeling en fiets ter beschikking stellen
Als de werkgever aan een werknemer een fiets ter beschikking stelt voor privégebruik, kan dit ook in combinatie met een cafetariaregeling. Je kunt met de werknemer afspreken dat een deel van het brutoloon wordt uitgeruild tegen een bedrag dat gelijk is aan de kosten van de fiets. Dit betekent dat de werknemer de kosten van de fiets zelf betaalt. Voor die kosten kan de werknemer afzien van brutoloon ter hoogte van datzelfde bedrag.
Rekenvoorbeeld
Hoe deze uitruil in de praktijk werkt lees je in een vereenvoudigd rekenvoorbeeld. In het voorbeeld is gerekend met een fictief loonheffingspercentage van 50%. Er wordt geen rekening gehouden met de premies werknemersverzekeringen en de Zvw. Daarom wordt gesproken van ‘loonkosten’ en niet van ‘werkgeverslasten’.
Voorbeeld: fiets van de zaak met en zonder cafetariaregeling
| Oude situatie: werkgever betaalt leasekosten fiets | Nieuwe situatie: werkgever betaalt leasekosten fiets + toepassing cafetariaregeling | |||
|---|---|---|---|---|
| Loon in geld | Loon voor loonheffing | Loon in geld | Loon voor loonheffing | |
| Brutoloon | € 2.000 | € 2.000 | € 2.000 | € 2.000 |
| Af: Verlaging brutoloon leasefiets | N.v.t. | N.v.t. | € 100 —-> | € 100 |
| Bij: Bijtelling fiets van de zaak | N.v.t. | € 40 | N.v.t. —-> | € 40 |
| Loon voor loonheffing | € 2.040 | € 1.940 | ||
| Af: Loonheffing (50%) | € 1.020 | € 970 | ||
| Netto-uitbetaling | € 980 | € 930 | ||
| Per saldo besteedbaar netto-inkomen | € 980 | € 930 | ||
| Oude situatie | Nieuwe situatie | |
|---|---|---|
| Salaris werknemer | € 2.000 | € 1.900 |
| Leasebedrag fiets | € 100 | € 100 |
| Loonkosten werkgever | € 2.100 | € 2.000 |
Oude situatie
In de oude situatie wil de werkgever een fiets ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan de werknemer. De werkgever kiest ervoor om de fiets te leasen voor € 100 per maand. De werkgever moet een bijtelling in aanmerking nemen voor de fiets van € 40. Het besteedbaar netto-inkomen van de werknemer is € 980 per maand. De loonkosten voor de werkgever bedragen € 2.100 per maand.
Nieuwe situatie
In de nieuwe situatie wil de werkgever de fiets alleen ter beschikking stellen als de werknemer een deel van het brutoloon inlevert. Ze spreken af dat het brutoloon van € 2.000 wordt verlaagd naar € 1.900. De 1e pijl in het voorbeeld heeft betrekking op de arbeidsrechtelijke verlaging van het brutoloon van € 2.000 naar € 1.900. De 2e pijl heeft betrekking op de bijtelling voor de fiets van € 40.
Bij deze uitruil gaat het leasebedrag voor de fiets niet ten laste van de vrije ruimte. Voor de terbeschikkingstelling van de fiets wordt al een voordeel in aanmerking genomen, namelijk de bijtelling. Er is geen andere vergoeding of verstrekking, het leasebedrag voor de fiets gaat daarom niet nog eens ten laste van de vrije ruimte.
Door de uitruil blijven in dit voorbeeld de loonkosten voor de werkgever gelijk, en stijgen dus niet. In de praktijk kunnen de werkgeverslasten zelfs dalen door bijvoorbeeld de premies werknemersverzekeringen en de Zvw. Het besteedbaar netto-inkomen van de werknemer is nu € 930 per maand.
Verlaging brutoloon
Kunnen een werknemer en werkgever het brutoloon zomaar verlagen? Dit is niet alleen afhankelijk van fiscale wet- en regelgeving, maar moet ook vanuit andere wetgeving worden beoordeeld. Dit hangt bijvoorbeeld af van een cao en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het verlagen van brutoloon is een arbeidsrechtelijke aangelegenheid.
Let op: de verlaging van het brutoloon kan doorwerken naar inkomensafhankelijke regelingen. Het kan invloed hebben op bijvoorbeeld het vakantiegeld, de eindejaarsuitkering, sociale zekerheidsuitkeringen en toeslagen.
Verlaging brutoloon geen eigen bijdrage
Als de werknemer en werkgever arbeidsrechtelijk een verlaging van het brutoloon afspreken, kwalificeert deze verlaging niet als een eigen bijdrage voor privégebruik. Je mag het bedrag van de verlaging niet in mindering brengen op de bijtelling. Dit kan alleen met een eigen bijdrage voor privégebruik uit het nettoloon.
Overname fiets van de zaak
Neemt een werknemer de fiets over van de werkgever? Dan moet je vaststellen wat de waarde in het economisch verkeer is. Hierbij mag je uitgaan van een waardevermindering van 20% op jaarbasis. Na 5 jaar is de restwaarde van de fiets nihil en heeft de verkoop geen gevolgen voor de loonheffingen.
Voorbeeld
Een werkgever stelt op 2 januari 2021 de werknemer ook voor privégebruik een fiets ter beschikking. De catalogusprijs van de fiets is € 1.600. De waarde van het privégebruik is jaarlijks 7% van € 1.600 = € 112.
De werknemer neemt ontslag op 1 juli 2025 en neemt de fiets over van de werkgever. De waarde van de fiets bereken je als volgt:
Op 1 juli 2025 is de fiets 4,5 jaar oud. Je mag rekening houden met een waardevermindering van 20% per jaar. In totaal is de waardevermindering 90%. De restwaarde is € 1.600 x 90% = € 160.
Bijtelling voor de fiets is 7% van € 1.600 x 6/12 = € 56.
Samenloop fiets van de zaak en vergoeding voor ander vervoer
Het kan voorkomen dat de werknemer een aantal dagen per week reist met de fiets van de zaak en een aantal dagen met ander vervoer, zoals de eigen auto.
Werkgever en werknemer kunnen daar individueel afspraken over maken. Deze zijn de basis voor het vaststellen van een vaste onbelaste reiskostenvergoeding voor de dagen waarop de werknemer ‘in de regel’ niet reist met de fiets van de zaak, maar met ander vervoer. De afspraken moeten afgestemd zijn op de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en voldoende realiteitswaarde hebben.
Als een werknemer incidenteel van deze afspraak afwijkt, hoef je de vaste onbelaste reiskostenvergoeding niet te belasten of aan te passen.
Een werknemer gebruikt het andere vervoer niet meer ‘in de regel’ als dat meer dan 2 aaneengesloten maanden niet meer voorkomt. Dit beoordeel je per aanleiding (zoals verlof, cursus of ziekte) en op kalenderjaarbasis. Als de aanleiding het kalenderjaar overstijgt, is sprake van een nieuwe aanleiding.
Voorbeeld
Nadia reist 3 dagen per week naar haar werk met de eigen auto en krijgt hiervoor een vaste onbelaste reiskostenvergoeding. Vanaf 15 november neemt ze 1 dag per week ouderschapsverlof op voor 3 maanden.
Je beoordeelt per kalenderjaar of Nadia ‘in de regel’ nog 3 dagen per week met de eigen auto naar haar werk reist . Het gaat dan om 2 periodes:
- van 15 november t/m 31 december (1,5 maand)
- van 1 januari t/m 15 februari (1,5 maand)
Per kalenderjaar verandert haar reispatroon niet voor meer dan 2 maanden. De werkgever hoeft de reiskostenvergoeding niet te belasten.
Bron: Forum Salaris

