Er komen wel afspraken over betere gerichtheid en een systematiek van gezamenlijke monitoring en ijkmomenten.
Sinds 2021 kunnen werknemers drie jaar voor AOW-leeftijd stoppen met werken met een uitkering van de werkgever gelijk aan de AOW-uitkering zonder dat de werkgever hierover een pseudo-eindheffing is verschuldigd.
Voortzetting RVU-drempelvrijstelling
Hoewel de meeste werknemers gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd, is dit nog niet voor
iedereen haalbaar. In het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ hebben het kabinet en sociale
partners daarom afgesproken de RVU-drempelvrijstelling vanaf 2026 structureel met ijkmomenten
voort te zetten, en deze beheerst en gerichter in te zetten voor werknemers met zwaar werk die
niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast blijven sociale partners en kabinet
inzetten op gezond langer doorwerken.
Werkgevers en werknemers aan de cao-tafel zijn aan zet om de RVU-drempelvrijstelling gericht in te zetten op werknemers met zwaar werk die niet gezond werkend de AOW-leeftijd kunnen bereiken.
‘Gezond naar het pensioen’
In oktober 2024 hebben werknemersorganisaties, werkgeversorganisaties en het kabinet een onderhandelaarsakkoord ‘Gezond naar het pensioen’ bereikt waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over regelingen voor vervroegde uittreding (RVU). De uitwerking hiervan is opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2026.
RVU-drempelvrijstelling verhogen
Om de RVU toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen, wordt voorgesteld het bedrag van de RVU-drempelvrijstelling te verhogen met € 300 bruto per maand.
Voorstel is het bedrag van € 300 jaarlijks te indexeren met een indexatie gebaseerd op de ontwikkeling van minimumloon. Het basisbedrag van het drempelbedrag (het bedrag zonder de € 300 verhoging) is gebaseerd op een netto AOW-uitkering waarvan de verhoging ook is gebaseerd op de ontwikkeling van het minimumloon.
Pseudo-eindheffing in stappen omhoog
Daarnaast wordt voorgesteld het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU boven de RVU-drempelvrijstelling stapsgewijs te verhogen: 57,7% in 2026, 64% in 2027 en 65% in 2028.
De percentages van 57,7% in 2026 en 64% in 2027 worden zo voorgesteld aangezien deze de budgettaire derving van het in stand houden van de RVU-drempelvrijstelling voor die jaren volledig dekken. Vanaf 2028 wordt het percentage op 65% gemaximeerd. Met dit verhoogde tarief wordt een RVU boven de RVU-drempelvrijstelling extra ontmoedigd.
Aof-premie stijgt
De derving die daardoor optreedt vanaf 2028 (€ 22 miljoen in 2028 en jaarlijks € 34 miljoen vanaf 2029) wordt gedekt door een verhoging van de Aof-premie. Met dit verhoogde tarief wordt een RVU boven de RVU-drempelvrijstelling extra ontmoedigd.
Inkomensgrens
Om de RVU beter te richten op werknemers met zwaar werk die niet met eigen middelen eerder
kunnen stoppen met werken, kunnen cao-partijen overwegen om een inkomensgrens toe te passen
in hun RVU-regeling. Bij de monitoring en ijkmomenten wordt de hoogte van gehanteerde
inkomensgrenzen in RVU-regelingen in kaart gebracht.
Cao-partijen blijven zelf verantwoordelijk voor de afbakening van de RVU-doelgroep.
Doeltreffend
De maatregelen hebben als doel dat de RVU-drempelvrijstelling vanaf 2026 in stand blijft voor werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. De maatregelen zijn doeltreffend in die zin dat de RVU-drempelvrijstelling vanaf 2026 voor deze groep werknemers in stand blijft.
Doelmatig?
In hoeverre de maatregelen ook doelmatig zijn hangt af van de uitwerking en opvolging van de gemaakte afspraken met sociale partners in het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’. Dit wordt gemonitord en geëvalueerd. Hiervoor is een evaluatiebepaling opgenomen in het wetsvoorstel en een delegatiegrondslag om in lagere regelgeving maatregelen te kunnen treffen.

