Op 15 mei 2024 werd een motie aangenomen waarin aandacht wordt gevraagd voor werknemers met lagere inkomens die voor de kosten van hun woon-werkverkeer vaak onvoldoende vergoeding ontvangen van hun werkgever. In deze motie werd aan de regering gevraagd “de Stichting van de Arbeid te laten adviseren over de toekomst van de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer en daarbij een wettelijke verplichting te bezien.” Op 18 september 2024 is in een brief aan de Stichting van de Arbeid gevraagd om uiterlijk in het voorjaar van 2025 hier een advies over op te stellen. Dit advies is op 26 maart 2025 ontvangen.
Het uitgangspunt van de Stichting van de Arbeid is dat reiskosten voor het werk tot onkosten behoren waarvoor de vergoeding goed geregeld moet zijn, ongeacht het inkomen.
Geen minimumvergoeding
De Stichting geeft aan dat de mogelijkheid van een wettelijke verplichting voor een minimumvergoeding en verschillende varianten daarvan niet tot de gewenste oplossing leidt, ondanks dat dit groepen werknemers die nu minder vergoeding krijgen op korte termijn een financieel voordeel kan bieden. De Stichting adviseert hier niet voor te kiezen en dit vraagstuk aan decentrale cao-tafels te laten.
De Stichting is ervan overtuigd dat een one-size-fits-all-aanpak niet werkt voor de reiskostenvergoeding. Er zijn veel verschillende situaties voor sectoren, de noodzaak van reiskostenvergoeding en de privésituatie van werknemers, waardoor het onmogelijk is om met één aanpak al die knelpunten op te lossen.
Aanbevelingen aan het kabinet
De Stichting formuleert een aantal aanbevelingen aan het kabinet om in de fiscale sfeer aanpassingen te doen die kunnen zorgen voor een eerlijkere en betere vergoeding van reiskosten:
- Blijf de hoogte van de onbelaste kilometervergoeding goed monitoren.
- Schrap de bijtelling over de deelauto.
- Laat parkeerkosten onbelast vergoeden naast de € 0,23 per kilometer.
- Behoud en verbeter de aftrekregeling voor openbaar vervoer.
- Kom met een wetswijziging om de bijtelling voor deelfietsen te schrappen.
- Maak het mogelijk om op één dag zowel thuis als op kantoor te werken.
- Beperk de administratiedruk bij incidentele extra kantoordagen.
Aanbevelingen aan decentrale cao-partijen
De Stichting formuleert daarnaast enkele aanbevelingen aan decentrale sociale partners om mee te nemen in cao-onderhandelingen en binnen ondernemingen:
- Bekijk of cao-afspraken rondom kilometervergoeding voldoen.
- Verken het gebruik van de fiscale mogelijkheid van een cafetariaregeling.
- Geef meer bekendheid aan de mogelijkheden van een ov-kaart.
- Onderzoek een renteloze lening als optie voor de aanschaf van een fiets.
- Onderzoek of een variabele reiskostenvergoeding goed wordt gebruikt.
Voor dit advies is de focus gelegd op de kosten die worden gemaakt voor het woon-werkverkeer en is het aspect van verduurzaming verder niet meegenomen.
Vervoersarmoede
Het kabinet heeft net als de Stichting als uitgangspunt dat reiskosten voor het werk tot onkosten behoren waarvoor de vergoeding goed geregeld moet zijn. De Stichting wijst erop dat in veel gevallen een balans moet worden gezocht tussen een werkgever die kosten dekt en de eigen verantwoordelijkheid van werknemers om die kosten niet te hoog te laten oplopen. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat dit juist voor laagbetaalde werknemers belangrijk kan zijn, gezien de groeiende signalen van vervoersarmoede. Het kabinet wil uiterlijk bij de volgende fiscale evaluatie van de onbelaste reiskostenvergoeding, gepland in 2028, verder kijken naar welke sectoren en inkomensklassen wel of geen reiskostenvergoeding krijgen.
Het kabinet vindt het van belang dat reiskosten geen belemmering zouden moeten zijn om toegang tot werk te verkrijgen. Een wettelijke minimumverplichting van de reiskostenvergoeding lijkt echter niet het juiste instrument hiervoor.
Onkostenvergoeding voor reiskosten voor elke werknemer
Een wettelijke regeling zou inmenging van de overheid in het arbeidsvoorwaardelijk domein zijn, en is te ongericht om een goede oplossing van het geschetste probleem te zijn. De Stichting spreekt uit dat elke werknemer een onkostenvergoeding voor reiskosten zou moeten hebben en doet concrete aanbevelingen aan het Rijk en decentrale cao-partijen om dat te verbeteren. In aanvulling hierop doet het kabinet een oproep om waar nodig en mogelijk te voorzien in een reiskostenvergoeding en/of beter gebruik te maken van de fiscale mogelijkheden die er zijn om reiskosten te vergoeden.
Reactie per maatregel
1 Blijf hoogte onbelaste kilometervergoeding goed monitoren
In een eerdere kabinetsreactie, op het rapport Evaluatie onbelaste reiskostenvergoeding, is toegezegd dat het kabinet bereid is om een periodieke evaluatie van het kilometerbedrag in te richten. De onbelaste reiskostenvergoeding wordt opnieuw geëvalueerd in 2028. Daarbij zal ook de hoogte van het kilometerbedrag opnieuw worden getoetst. Dit gebeurt ook bij elke volgende evaluatie.
Variabele kosten
De huidige maximale onbelaste reiskostenvergoeding is gebaseerd op variabele kosten. Tijdens de vorige evaluatie (juni 2023) is geconstateerd dat de regeling doeltreffend is en dat de huidige regelgeving voldoende mogelijkheden biedt om variabele autokosten onbelast te vergoeden.
Het is een bewuste keuze om alleen de variabele kosten mee te nemen in het kilometerbedrag en niet de vaste kosten. Het uitgangspunt is dat een werknemer om privéredenen over een auto beschikt en in dat kader vaste kosten heeft die niet gerelateerd zijn aan de dienstbetrekking. Een werkgever heeft vervolgens de mogelijkheid om een vergoeding te geven als de werknemer deze privéauto ook zakelijk gebruikt.
2 Schrap bijtelling over mobiliteitsbudget
De volgende aanbeveling voor het kabinet ziet op het schrappen van de bijtelling over het mobiliteitsbudget voor de deelauto. Het doel van de bijtellingsregels voor auto’s is om het privévoordeel van een ter beschikking gestelde auto te belasten. Het kabinet ziet nu geen reden om hiervan af te wijken voor deelauto’s.
Voor de deelauto geldt fiscaal geen aparte behandeling. In de fiscaliteit wordt voor deelauto’s aangesloten bij bestaande fiscale regels die gelden voor door de werkgever ter beschikking gestelde auto’s. Een mobiliteitsbudget ontvangen voor het gebruik van een (deel)auto kan onder bepaalde omstandigheden ook als een door de werkgever ter beschikking gestelde auto worden aangemerkt.
Deelauto’s niet anders behandelen
Het kabinet ziet op dit moment geen reden om de deelauto anders te behandelen dan andere door de werkgever ter beschikking gestelde auto’s, maar zal wel bezien of en zo ja hoe de deelauto kan worden meegenomen in de volgende evaluatie van de reiskostenvergoeding.
3 Laat parkeerkosten onbelast vergoeden naast de € 0,23 per kilometer
De huidige regeling biedt de mogelijkheid om reële variabele kosten voor zakelijke reizen (gedeeltelijk) gericht vrijgesteld te vergoeden tot € 0,23 per kilometer. Dat is inclusief de eventuele parkeerkosten. Verder staat het een werkgever vrij om, bovenop de maximale onbelaste kilometervergoeding, ook een extra tegemoetkoming in de parkeerkosten te bieden. Dit kan bijvoorbeeld door een hogere kilometervergoeding of een losse vergoeding van de parkeerkosten toe te kennen aan werknemers.
De aanvullende vergoeding, dus het bedrag boven de gericht vrijgestelde vergoeding, kan belast worden uitgekeerd, dan wel (onder voorwaarden) onbelast (voor de werknemer). In dat laatste geval wijst de werkgever de vergoeding aan als eindheffingsloon en komt deze ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. In de komende evaluatie van de reiskostenvergoeding worden expliciet de parkeerkosten meegenomen.
4 Behoud en verbeter de aftrekregeling voor openbaar vervoer
De Stichting adviseert om de reisaftrek openbaar vervoer niet in zijn geheel af te schaffen, omdat zij stelt dat de aftrek nuttig is voor werknemers met lagere inkomens.
Uit de evaluatie reisaftrek OV blijkt dat het voordeel van de aftrek gering is ten opzichte van de kosten die burgers maken voor het reizen met het OV. Hierdoor leidt de aftrek er waarschijnlijk maar bij weinig burgers toe dat ze meer met OV gaan reizen. De regeling is mede daarom beoordeeld als waarschijnlijk niet doeltreffend en doelmatig. Het kabinet heeft geen plannen om wijzigingen aan te brengen in de reisaftrek OV.
5 Kom met wetswijziging om bijtelling voor deelfietsen te schrappen
De Stichting adviseert om de wet zodanig aan te passen dat de terbeschikkingstelling van een deelfiets, waaronder een ov-fiets, niet belast wordt via een bijtelling.
Voor ter beschikking gestelde fietsen geldt dat er loonheffingen over verschuldigd zijn in de vorm van een bijtelling (7% van de waarde van de fiets) als de fiets ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Daarbij wordt aangenomen dat de fiets ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld als de fiets ook voor woon-werkverkeer ter beschikking is gesteld. Dit leidt in de praktijk tot onduidelijkheid voor met name hubfietsen, dienstfietsen, ov-fietsen en andere deelfietsen die worden gebruikt voor woon-werkverkeer en overige zakelijke ritten.
Aanpassing in Belastingplan 2026
Het is niet de bedoeling van deze regeling het gebruik van deze fietsen te belasten en daarom stelt het kabinet een aanpassing voor ter verduidelijking. Deze verduidelijking wordt opgenomen in het Belastingplanpakket 2026.
6 Maak het mogelijk om op één dag zowel thuis als op kantoor te werken / beperk administratiedruk bij incidentele extra kantoordagen
Deze twee aanbevelingen zien op een vrijstelling die is geëvalueerd als onderdeel van de werkkostenregeling. Het kabinet zal in de kabinetsreactie van deze evaluatie de aanbevelingen van de Stichting meenemen. In de evaluatie van de werkkostenregeling wordt overigens ook de volgende aanbeveling gegeven: sta samenloop van de reiskostenvergoeding en thuiswerkvergoeding toe.
Het kabinet hoopt dat de aanbevelingen en de oproep aan decentrale cao-partijen worden opgevolgd en dat samen met het overheidsbeleid ervoor zorgt dat vervoersarmoede minder wordt.
Kamerbrief Kabinetsreactie advies Stichting van de Arbeid over de reiskostenvergoeding

