Het Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok is op 21 mei 2026 in de Staatscourant gepubliceerd.
Het kabinet heeft op 20 april 2026 een pakket maatregelen aangekondigd om de koopkracht van huishoudens te ondersteunen en de veerkracht van bedrijven te vergroten vanwege de energieschok die is ontstaan door de situatie in het Midden-Oosten.
Belastingplan 2027
De fiscale maatregelen uit het pakket worden opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag 2026 bij de Tweede Kamer wordt ingediend.
Goedkeuringen
Om de veerkracht en weerbaarheid van een aantal groepen belastingplichtigen die hard worden geraakt door de hogere brandstofkosten op korte termijn te vergroten, zijn in dit besluit voor een aantal fiscale maatregelen goedkeuringen vooruitlopend op wetgeving opgenomen.
Met de goedkeuringen in dit besluit beoogt het kabinet op korte termijn maatregelen te treffen voor de burgers en bedrijven die direct en onverwacht geconfronteerd zijn met een zwaardere financiële last door de stijging van brandstofkosten.
De goedkeuringen zijn primair gericht op de groepen belastingplichtigen die de hogere kosten niet of moeilijk kunnen voorkomen omdat zij de kosten maken in verband met het verrichten van werkzaamheden of vanwege de uitoefening van een onderneming.
Dit besluit bevat voor de volgende maatregelen goedkeuringen vooruitlopend op een wijziging van wetgeving:
- structureel en met terugwerkende kracht verhogen gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding;
- structureel en met terugwerkende kracht verhogen aftrekbare reiskosten IB-ondernemers en resultaatgenieters en andere forfaitaire aftrekbedragen in Wet IB 2001;
- tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voor btw-ondernemers;
- tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.
Onbelaste reiskostenvergoeding omhoog
Vooruitlopend op een wijziging van wetgeving keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat een werkgever, in afwijking van artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 3°, Wet LB 1964, structureel en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026, aan werknemers een gericht vrijgestelde vergoeding voor vervoer in het kader van de dienstbetrekking, inclusief woon-werkverkeer, kan verstrekken van maximaal € 0,25 per kilometer in plaats van € 0,23 per kilometer.
Deze goedkeuring geldt ook voor de rechtstreeks hiermee samenhangende bepalingen die zijn opgenomen in de artikel 13a, vierde lid, onderdeel e, en artikel 31a, zesde lid, Wet LB 1964. Deze bepalingen zien op de saldering van qua hoogte uiteenlopende vergoedingen voor reiskosten binnen het kalenderjaar.
De wet kent om redenen van eenvoud en doelmatigheid voor alle vormen van vervoer één vast bedrag per kilometer als gericht vrijgestelde vergoeding. Dit betekent dat de verhoogde gericht vrijgestelde vergoeding ook geldt als met het openbaar vervoer, met de (motor)fiets of lopend wordt gereisd.
Goedkeuring indienen correctieberichten
Verder keurt de staatssecretaris uit doelmatigheidsoverwegingen voor zover nodig goed dat, in afwijking van artikel 28a Wet LB 1964, correctieberichten mogen worden ingediend om de verhoogde gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding uit te voeren over al verstreken tijdvakken van het lopende kalenderjaar.
Inwerkingtreding
De maatregelen voor een structurele verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding gaan in met ingang van de dag na publicatie van dit besluit in de Staatscourant (dus 22 mei 2026) en werken terug tot en met 1 januari 2026.
Geen verlichting
Dit besluit leidt niet tot een verplichting voor werkgevers om met terugwerkende kracht een hogere reiskostenvergoeding te verstrekken, maar zorgt er wel voor dat deze mogelijkheid ontstaat.
De reden voor terugwerkende kracht van deze maatregelen is dat het naast elkaar bestaan van twee reiskostenregimes in hetzelfde kalenderjaar een ingrijpende structuurwijziging met zich mee zou brengen voor de uitvoering waardoor de maatregel onuitvoerbaar zou worden.

