Deze verbeteringen voor de reiskosten voor woon-werkverkeer betreffen zowel de fiscale wetgeving als arbeidsvoorwaardelijke afspraken.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Stichting van de Arbeid bij brief van 18 september 2024 om advies gevraagd over de reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer. Achtergrond is de motie van kamerlid Olger van Dijk die aandacht vraagt voor werknemers met lagere inkomens, voor wie de reiskostenvergoeding vaak onvoldoende lijkt te zijn. Gevraagd is onder meer te kijken naar een wettelijke verplichting.
Twaalf aanbevelingen
De Stichting van de Arbeid heeft als uitgangspunt dat reiskosten voor het werk tot onkosten behoren waarvoor de vergoeding goed geregeld moet zijn, ongeacht het inkomen. De Stichting heeft diverse mogelijkheden voor reiskostenvergoeding onderzocht en komt tot twaalf aanbevelingen aan cao-partijen en het kabinet.
Maatwerk
Een reiskostenvergoeding kan belangrijk zijn voor werknemers om niet te veel kosten te maken om op de werkplek te komen. Werkgevers zijn niet wettelijk verplicht om dit aan te bieden, maar het wordt wel fiscaal gestimuleerd en veel werkgevers bieden een regeling aan.
Vanwege de grote diversiteit aan situaties is het van belang dat sectoren en ondernemingen hier maatwerk kunnen toepassen. Sommige werknemers zijn gebaat bij een betere vergoeding voor de auto of de fiets, terwijl werknemers in andere sectoren mogelijk meer hebben aan andere aanvullende arbeidsvoorwaarden.
Wettelijke minimumvergoeding
De Stichting heeft uitgebreid gesproken over de mogelijkheid van een wettelijke minimumvergoeding en verschillende varianten daarvan. Dit is de meest effectieve manier om te zorgen dat iedereen een (minimale) reiskostenvergoeding krijgt en daarmee zal het groepen werknemers die nu minder vergoeding krijgen op korte termijn een financieel voordeel bieden. Dat is echter wel inmenging van de overheid in het arbeidsvoorwaardelijk domein.
Aangezien in cao-onderhandelingen afwegingen worden gemaakt tussen verschillende belangen, zal een verhoging van de reiskostenvergoeding mogelijk gepaard gaan met aanpassingen op andere arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is dit instrument ongericht en bereikt het ook veel werknemers die geen belang hebben bij een reiskostenvergoeding. De Stichting adviseert daarom om niet te kiezen voor een wettelijke minimumvergoeding en dit vraagstuk aan decentrale cao-tafels te laten.
Aanbevelingen aan het kabinet
De Stichting formuleert een aantal aanbevelingen aan het kabinet om in de fiscale sfeer aanpassingen te doen die kunnen zorgen voor een eerlijkere en betere vergoeding van reiskosten:
- blijf de hoogte van de onbelaste kilometervergoeding goed monitoren;
- schrap de bijtelling over de deelauto;
- laat parkeerkosten onbelast vergoeden naast de € 0,23 per kilometer;
- behoud en verbeter de aftrekregeling voor openbaar vervoer;
- kom met een wetswijziging om de bijtelling voor deelfietsen te schrappen;
- maak het mogelijk om op één dag zowel thuis als op kantoor te werken;
- beperk de administratiedruk bij incidentele extra kantoordagen.
Aanbevelingen aan decentrale cao-partijen
De Stichting formuleert daarnaast een aantal aanbevelingen aan decentrale sociale partners om mee te nemen in cao-onderhandelingen en binnen ondernemingen:
- bekijk of cao-afspraken rondom kilometervergoeding voldoen;
- verken het gebruik van de fiscale mogelijkheid van een cafetariaregeling;
- geef meer bekendheid aan de mogelijkheden van een ov-kaart;
- onderzoek een renteloze lening als optie voor de aanschaf van een fiets;
- onderzoek of een variabele reiskostenvergoeding goed wordt gebruikt.
Download het advies met aanbevelingen

