De piloot is niet in zijn bewijslast geslaagd dat er meer kosten moeten worden aangemerkt als gerichte vrijstellingen. Hoewel de piloot niet aan zijn bewijslast heeft voldaan, maar wel duidelijk is geworden dat hij in zekere mate kosten ten behoeve van de dienstbetrekking moet hebben gemaakt, heeft de inspecteur van de Belastingdienst als compromis aangeboden een totaalbedrag van € 7.700 aan te merken als gerichte vrijstelling. Daarom wordt de aanslag 2016 verminderd, aldus het hof.
Wat is de situatie?
Een Nederlandse man werkt voor een buitenlandse vliegmaatschappij en is in 2016 gestationeerd in Eindhoven. Uit de arbeidsovereenkomst die hij met de vliegmaatschappij heeft gesloten concludeert hij dat hij recht heeft op bepaalde vergoedingen.
De inspecteur doet een verzoek aan de man om informatie over het aangegeven loon. Bij het opleggen van de aanslag 2016 wijkt de inspecteur af van de door hem ingediende aangifte en verhoogt hij het fiscale loon; het bezwaar tegen de aanslag wijst hij ook af.
Volgens de piloot vallen de kosten die de vliegmaatschappij vergoed onder de gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling. Hij vindt dat de inspecteur ten onrechte de door hem gespecificeerde en gemaakte kosten tot het loon heeft gerekend.
Geen gerichte vrijstellingen
De inspecteur stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de door de piloot ontvangen vergoedingen niet voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 31, lid 1, letter f, en artikel 31a, lid 2, Wet LB 1964 en daarom niet zijn aan te merken als gerichte vrijstellingen.
Niet voldaan aan aanwijzingscriterium en gebruikelijkheidstoets
De inspecteur stelt ook dat niet wordt voldaan aan het aanwijzingscriterium en ook niet aan de gebruikelijkheidstoets, omdat de piloot de kosten niet heeft onderbouwd. Daarom vallen de kostenvergoedingen niet onder een gerichte vrijstelling.
Hof Den Haag oordeelt dat in de parlementaire geschiedenis is vastgelegd dat de vrijstelling in de inkomstenbelasting is bedoeld om te voorkomen dat werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever in een nadeliger positie komen dan andere (Nederlandse) werknemers.
Vrijstelling voor werknemers met buitenlandse werkgever
In artikel 3.84, lid 2, Wet IB 2001 is een regeling opgenomen die ertoe leidt dat aan werknemers met een buitenlandse werkgever in elk geval een vrijstelling wordt gegeven die gelijk is aan het percentage van de vrije ruimte. Nergens in de wet blijkt dat die aftrek alleen zou gelden voor door de werkgever aangewezen vergoedingen en verstrekkingen.
Vrije ruimte toepassen
De inhoudingsplichtige kan de vrije ruimte toepassen ongeacht de mate waarin in aangewezen vergoedingen en verstrekkingen een beloningselement te onderkennen valt. Gewoon loon kan dus ook onder de vrije ruimte worden gebracht.
Het hof tekent daarbij aan dat wel moet worden getoetst of de vergoedingen binnen de voorwaarden en grensbedragen van de desbetreffende gerichte vrijstellingen blijven. En daarbij moet het gaan om kosten waarbij het zakelijke karakter overheerst.
Niet in belangrijke mate afwijken
Wat betreft het gebruikelijkheidscriterium merkt het hof op dat de werkgever in geval van tegenwoordige arbeid vergoedingen en verstrekkingen als eindheffingsbestanddeel kan aanwijzen. Daarbij geldt als voorwaarde dat deze vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate afwijken van hetgeen in voor het overige overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is.
Gerichte vrijstellingen zien op zakelijke kosten
In dit geval geldt de gebruikelijkheidstoets niet voor de gerichte vrijstellingen. Alle gerichte vrijstellingen zien namelijk op zakelijke kosten die worden gemaakt met het oog op een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, aldus het hof.
Het is aan de piloot om te bewijzen dat meer kosten moeten worden aangemerkt als gerichte vrijstellingen. Het hof acht de in beroep en hoger beroep overgelegde Excel-overzichten onvoldoende specifiek en onvoldoende verifieerbaar omdat de piloot geen onderliggende stukken heeft verstrekt.
Ook zijn ook kosten opgevoerd waarvan niet zonder meer valt aan te nemen dat het zakelijke karakter van die kosten overheerst.
Compromis
Hoewel de piloot niet in zijn bewijslast is geslaagd maar het wel duidelijk is geworden dat hij in zekere mate kosten ten behoeve van de dienstbetrekking moet hebben gemaakt, heeft de inspecteur bij wijze van compromis ter zitting aangeboden een totaalbedrag van € 7.700 aan te merken als gerichte vrijstelling.
Dit bedrag bestaat uit kosten voor het woon-werkverkeer, reiskosten om vluchten vanaf een ander vliegveld uit te voeren en reiskosten in het buitenland. Door dit aanbod leidt dit tot een vermindering van het fiscale loon met € 6.657.

