De evaluatie van de werkkostenregeling is afgerond in juni 2025. Hierin worden de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de WKR als systeem en de vrijstellingen binnen de WKR onderzocht. Als systeem is de WKR doeltreffend en deels doelmatig, maar dat geldt niet voor elke vrijstelling binnen de WKR.
Het kabinet is zich ervan bewust dat de WKR in de praktijk als complex wordt ervaren en ziet de evaluatie, met haar concrete aanbevelingen, als een goede bijdrage richting een toekomstbestendig en werkbaarder systeem voor werkgevers en werknemers. Hierbij staan het terugdringen van onnodige regels, het verhogen van de duidelijkheid en het voorkomen van overmatige uitzonderingen centraal.
De meest eenvoudige regel zou zijn om één gemaximeerde algemene vrijstelling toe te passen voor alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Deze variant bleek in het verleden niet wenselijk.
Doeltreffend, deels doelmatig
SEO concludeert dat de WKR als systeem doeltreffend is en deels doelmatig. SEO doet een aantal aanbevelingen om de doelmatigheid van de WKR te verbeteren, waardoor de WKR minder complex wordt en de administratieve lasten beperkt worden.
In het verleden is het uitgangspunt vaak toegepast om aanpassingen binnen de WKR neutraal vorm te geven binnen de WKR als geheel. Het kabinet zal tegen de achtergrond van dit uitgangspunt in augustus wegen hoe het hierin wil handelen. Over de uitkomsten hiervan wordt na afloop van de augustusbesluitvorming meer bekend.
Aanbevelingen
De aanbevelingen van SEO worden hierna puntsgewijs toegelicht en voorzien van een kabinetsreactie en vervolgacties.
Het kabinet kiest ervoor, in opvolging van de motie Flach, om aanbeveling 2 op te volgen door voor te stellen de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten af te schaffen per 2027.


Aanbeveling 1: afschaffen eerste schijf vrije ruimte
De eerste schijf van de vrije ruimte binnen de WKR is bedoeld om met name mkb-ondernemingen tegemoet te komen. Sinds 2020 is het tweeschijvenstelsel ingevoerd, waardoor een hoger percentage vrije ruimte bij werkgevers met lage loonsommen terechtkomt.
SEO constateert dat de doelstelling niet goed is onderbouwd en dat deze verruiming ook bij niet-mkb terechtkomt en daarmee minder doelmatig is dan beoogd. Het kabinet onderschrijft dit, maar constateert daarnaast dat een andere vormgeving, waarbij een voordeel alleen bij het mkb terechtkomt, snel zal kwalificeren als staatssteun.
Het afschaffen van de eerste schijf is een complexiteitsreductie, vooral voor werkgevers die het
toepassen van de concernregeling overwegen. Daarom wil het kabinet deze aanbeveling betrekken in de augustusbesluitvorming.
Aanbeveling 2: afschaffen gerichte vrijstelling korting op branche-eigen producten
SEO concludeert dat de bestaande gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten (maximaal € 500 per jaar, maximaal 20% korting) geen actueel maatschappelijk doel meer dient en kan worden afgeschaft.
Naar aanleiding van het debat over de maatregelen van het kabinet inzake de hoge energie- en brandstofprijzen d.d. 22 april 2026, heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om, ter dekking van deze maatregelen, een ondoelmatige regeling binnen de werkkostenregeling af te schaffen, zoals de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten. Het kabinet volgt deze motie op door voor te stellen deze gerichte vrijstelling af te schaffen.
Afschaffing per 2027
Voor werkgevers die personeelskorting verstrekken en werknemers die korting ontvangen kan een aanpassing per 1 januari 2027 onverwacht ingrijpend zijn, ook omdat (collectieve) arbeidsvoorwaarden hierover eventueel moeten worden aangepast.
Na afschaffing van deze gerichte vrijstelling kunnen werkgevers wel nog steeds belastingvrij korting geven op hun bedrijfseigen producten via de vrije ruimte. Het is dan niet langer nodig om de maximumbedragen bij te houden die nu gelden voor de gerichte vrijstelling en de werkgever hoeft het voordeel (voor de loonbelasting) niet meer op werknemersniveau te registreren. Dat zorgt voor een administratieve vereenvoudiging.
Aanbeveling 3: verduidelijken voorwaarden vrijstelling inschrijving beroepsregister
Het kabinet acht het niet nodig de vrijstelling verder juridisch te specificeren, maar zal de bestaande toelichting in het Handboek Loonheffingen extra onder de aandacht brengen van werkgevers.
Aanbeveling 4: overweeg gerichte vrijstelling voor andere beroepskosten, zoals verzekering bestuurdersaansprakelijkheid
Het kabinet kiest er op dit moment voor om geen nieuwe gerichte vrijstelling voor te stellen voor andere beroepskosten, omdat met het huidige systeem met de vrije ruimte andere zakelijke kosten gerelateerd aan de dienstbetrekking al onbelast kunnen worden vergoed.
Wel zal nader onderzoek plaatsvinden naar een mogelijke gerichte vrijstelling specifiek voor de premie van bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen.
Aanbeveling 5: afschaffen diensttijdvrijstelling (jubileumuitkering 25/40 jaar in dienst)
Deze aanbeveling wordt gewogen in de augustusbesluitvorming. Veel cao’s kennen een uitkering bij een diensttijd van 12½, 25, 40 en 50 jaar, waarbij de uitkering bij 12½ en 50 jaar nu belast zijn, dan wel ten laste van de vrije ruimte komen. De aanbeveling van SEO is dat dit dan ook zal gaan gelden voor de diensttijduitkering bij 25 en 40 jaar.
Aanbeveling 6: praktijkvoorbeelden aanwijzen eindheffingsloon (Handboek Loonheffingen)
SEO stelt voor om in het Handboek Loonheffingen voorbeelden op te nemen, hierdoor krijgen werkgevers meer
houvast bij hun administratieve aanpak. Het kabinet neemt deze aanbeveling over en heeft dit proces al in gang gezet in samenwerking met de Belastingdienst.
Daarnaast onderzoekt het kabinet ook de gevolgen van een wettelijke wijziging, waarbij het voor gerichte vrijstellingen niet langer nodig is om deze aan te wijzen.
Aanbeveling 7: inflatie-indexatie doelmatigheidsgrens (€ 2.400) gebruikelijkheidscriterium
De Belastingdienst hanteert een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per jaar per werknemer. Onder dit bedrag wordt aangenomen dat vergoedingen gebruikelijk zijn. Deze doelmatigheidsgrens is sinds 2014 niet geïndexeerd. SEO stelt voor deze grens te indexeren en stelt dat door het uitblijven van indexatie de
doelmatigheidsgrens gaandeweg strenger is geworden. Het kabinet vindt algemene indexatie van de huidige doelmatigheidsgrens minder passend.
Wettelijk vastleggen
Het kabinet ziet echter wel dat een doelmatigheidsgrens een eenvoudigere toets is dan het gebruikelijkheidscriterium zelf. Daarom wil het kabinet een doelmatigheidsgrens wettelijk vastleggen voor alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die ten laste van de vrije ruimte komen, gecombineerd met jaarlijkse indexatie. Dit voorstel wordt nog nader uitgewerkt.
Aanbeveling 8: samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding toestaan
Nu is het niet mogelijk om voor dezelfde dag een gericht vrijgestelde thuiswerkkostenvergoeding en reiskostenvergoeding te geven als een werknemer op die dag zowel thuiswerkt als op diens vaste plaats van werkzaamheden. SEO adviseert om samenloop wel toe te staan.
Het kabinet onderzoekt daarbij opties die voorkomen dat het loslaten van het verbod op samenloop als effect heeft dat sommige werkgevers iedere werknemer die kan thuiswerken automatisch een thuiswerkkostenvergoeding geven met als voorwaarde dat deze werknemer belast loon inlevert. Zoals een verbod op uitruil. De effecten op de CO2-uitstoot en de bereikbaarheid van werklocaties (i.v.m. congestie) worden hierbij ook meegenomen. Besluitvorming hierover vindt plaats in augustus.
Aanbeveling 9: verhogen gericht vrijgestelde thuiswerkkostenvergoeding
SEO adviseert ook om het thuiswerkkostenforfait te verhogen zodat het aansluit bij het daadwerkelijke bedrag aan kosten per thuiswerkdag.
Bij de introductie van de gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten is bewust gekozen om voor de indexatie van het forfait aan te sluiten bij de tabelcorrectiefactor, die de inflatie volgt. Dit is de gebruikelijke systematiek voor het aanpassen van parameters in het belastingstelsel aan de inflatie. Het kabinet ziet geen aanleiding om dit aan te passen.
Aanbeveling 10: WKR zeer terughoudend inzetten voor aanvullende beleidsdoelstellingen
SEO benadrukt dat nieuwe gerichte vrijstellingen waarbij een bepaalde stimulans het beleidsdoel is, in de regel minder doeltreffend zijn.
Het kabinet neemt deze aanbeveling expliciet over en roept de Tweede Kamer ook op terughoudend te zijn bij het toevoegen van beleidsdoelstellingen aan de WKR.
Aanbeveling 11: onderbouw eindheffingstarief en pas aan indien nodig
Een verhoging van het percentage naar de huidige gemiddelde marginale belastingdruk wordt nader onderzocht en opvolgend gewogen in de augustusbesluitvorming.
Een verhoging van het eindheffingspercentage kan tariefarbitrage bestrijden en de complexiteit van het
gebruikelijkheidscriterium verminderen, omdat daarmee het verschil tussen het eindheffingstarief en het bij individuele brutering geldende tarief wordt verkleind.
Aanbeveling 12: verhoog bekendheid met de WKR
Het kabinet neemt de aanbeveling van SEO over en zal via ondernemersplein.overheid.nl met meer
regelmaat aandacht besteden aan de WKR.
Studieschuld aflossen
Het kabinet vindt het belangrijk dat werkgevers de ruimte krijgen om hun werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik van de werkkostenregeling. In lijn met het coalitieakkoord wordt er gezocht naar manieren om werkgevers verder te stimuleren hierin een rol te spelen. Kamerlid Dassen heeft daarbij de suggestie gedaan om specifiek voor kleine werkgevers een gerichte vrijstelling te introduceren voor het aflossen van de studieschuld.
Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om werkgevers te stimuleren hun werknemers te ondersteunen bij het aflossen van de studieschuld, waarbij het gebruik van de vrije ruimte een bestaand instrument is.
Geen horizonbepaling
Uit de enquête die SEO heeft uitgevoerd blijkt dat ongeveer 30% van de respondenten de gerichte vrijstelling voor scholing en studie toepast. Vergeleken met de andere gerichte vrijstellingen, ligt het gebruik van deze
gerichte vrijstelling relatief hoog. Mede gelet hierop heeft het kabinet besloten geen horizonbepaling voor te stellen voor de gerichte vrijstelling voor scholing en studie, maar de vrijstelling wel beter onder de aandacht te brengen (aanbeveling 12).
Met het opvolgen van verschillende aanbevelingen zet het kabinet een stap richting verdere vereenvoudiging van de WKR, maar het blijft van belang om de regeling in de toekomst voortdurend te blijven toetsen op uitvoerbaarheid en begrijpelijkheid.
Kabinetsreactie evaluatie werkkostenregeling

