Ook de toename van bezwaar- en beroepsprocedures komt aan bod.
Met de Stand van de uitvoering 2026 geeft de Belastingdienst inzicht in de knelpunten bij de uitvoering van belastingwetten en -regels die van invloed zijn op burgers, ondernemers en het werk van de Belastingdienst.
Signalenproces
Als Belastingdienst wil graag beter zichtbaar maken waar burgers en ondernemers tegenaan lopen. Daarom is een signalenproces ingericht.
Medewerkers kunnen zelf een melding doen als ze zien dat er met burgers of ondernemers iets misgaat. Daarna onderzoekt de Belastingdienst of sprake is van een structureel probleem met een behoorlijke impact. Is dat het geval? Dan komt dit signaal in het signalenproces. Van daaruit worden vervolgacties ingezet.
De Belastingdienst wil deze signalen graag oplossen. Soms lukt dat. Zo zijn specifieke, complexe uitzonderingen in de autobelastingen geschrapt en is de termijn voor het doen van aangifte erfbelasting verruimd. Maar soms lukt het ook niet, omdat het veel tijd vraagt om wet- en regelgeving aan te passen.
Twee actuele knelpunten
De Belastingdienst beschrijft twee actuele knelpunten. Het eerste gaat over de aftrek specifieke zorgkosten. Dat leidt bij burgers tot onzekerheid en grote administratieve druk. Het tweede knelpunt gaat over onverwachte gevolgen van nabetalingen voor burgers.
1 Aftrek specifieke zorgkosten
Mensen die extra zorgkosten maken, kunnen die onder voorwaarden aftrekken van de inkomstenbelasting. Dat is de essentie van de regeling Aftrek Specifieke Zorgkosten (ASZ). De regeling gaat specifiek over de zorgkosten
die noodzakelijk zijn door ziekte of invaliditeit.
De ASZ is gekoppeld aan het inkomen. De hoogte van de (maximale) aftrek neemt toe met het inkomen van mensen. Dit alles maakt de ASZ een complexe regeling die zeer afhankelijk is van iemands individuele situatie.
Bij burgers zorgt de regeling voor veel onduidelijkheid en veel administratie. Ook maken veel mensen geen gebruik van de regeling en als ze de regeling wel gebruiken maakt 23% van de gebruikers fouten.
Voor de Belastingdienst is de regeling complex in de uitvoering.
Er worden doorlopend verbeteringen doorgevoerd. Ook in 2025 waren er enkele aanpassingen. Het kabinet-Jetten is van plan om de ASZ vanaf 2028 volledig af te schaffen. Zolang de regeling actief is, blijft deze complex, foutgevoelig en moeilijk uitvoerbaar, zowel voor burgers als voor de Belastingdienst. De huidige regeling vraagt daarom om een fundamentele herziening. Het is van belang dat er een goede oplossing komt.
2 Onverwachte aanslagen
Bij veel inkomensondersteunende regelingen hangt het bedrag dat burgers ontvangen af van de hoogte van hun inkomen in dat betreffende jaar. Als het inkomen hoger of lager wordt, kan dat effect hebben op meerdere inkomensafhankelijke regelingen tegelijkertijd.
Burgers kunnen in een keer grote bedragen ontvangen van bijvoorbeeld uitkeringsinstanties, gemeenten of een
werkgever. Dit kan zich voordoen wanneer zij eerder een te lage uitkering hebben ontvangen of bij een ontslagvergoeding. Door zo’n nabetaling valt hun inkomen in dat jaar in één keer een stuk hoger uit, wat gevolgen kan hebben voor verschillende voorzieningen (zoals uitkeringen en toeslagen) die zij ontvangen.
Keteneffect
De gevolgen van nabetalingen kunnen voor mensen een ondoorzichtige, onzekere en stressvolle doorwerking hebben in diverse inkomensondersteunende regelingen. Dit wordt ook wel een keteneffect genoemd.
In sommige gevallen moeten burgers hierdoor zelfs de toeslagen die zij voor het voorgaande jaar al hebben ontvangen, onverwacht terugbetalen.
Ook kunnen burgers na een nabetaling worden verrast door een hogere aanslag inkomstenbelasting. Bij de nabetaling wordt wel loonheffing ingehouden, maar deze is vaak lager dan de loonheffing die mensen later bij de aangifte inkomstenbelasting moeten betalen.
Wat gebeurt er al?
De minister en staatssecretaris van SZW onderzoeken een structurele oplossing voor keteneffecten, door nabetalingen buiten het toetsingsinkomen van inkomensondersteunende voorzieningen te houden. Deze maatregel voorkomt dat nabetalingen doorwerken op toeslagen en andere inkomensondersteunende regelingen. Hierdoor wordt voorkomen dat burgers door een eenmalige nabetaling onbedoeld voorzieningen verliezen of terug moeten betalen.
De Belastingdienst wil de rekenregels voor de loonheffingen bij een nabetaling beter laten aansluiten op de inkomstenbelasting en onderzoekt hiervoor oplossingsrichtingen. Denk aan een verduidelijking van de herberekeningsmethode of een aangepaste tabel ‘bijzondere beloningen’.
Hogere aanslag bij meerdere inkomensstromen
Ons belastingstelsel kent verschillende tariefschijven. Bij meerdere inkomensstromen wordt de loonbelasting ‘vooraf’ voor een groot deel ingehouden tegen het lage tarief van de eerste schijf.
Voor de aangifte inkomstenbelasting moeten de stromen bij elkaar worden opgeteld en valt een groter deel van het inkomen in de tweede schijf, met een hoger tarief. Dit wordt pas zichtbaar op het moment dat er aangifte
wordt gedaan. Heffingskortingen worden vanaf een bepaald inkomen afgebouwd. Ook die afbouw wordt niet toegepast op afzonderlijke inkomensstromen, maar achteraf op het totale inkomen. Dit alles leidt tot bijbetalingen. Veel mensen die de AOW-leeftijd bereiken worden hiermee geconfronteerd, want ze hebben
voor het eerst in hun leven meer dan één inkomensstroom.
Afwijkingen tussen loon- en inkomstenbelasting
Er zijn drie oorzaken voor de afwijkingen tussen loon- en inkomstenheffing:
- De loonheffingskorting wordt dubbel toegepast.
- Er zijn verschillen doordat mensen bij meerdere inkomensstromen pas bij de aangifte inkomstenbelasting in een hogere belastingschijf terechtkomen;
- Bij hogere pensioenen (of andere inkomens) hebben mensen minder recht op heffingskortingen.
Op alle punten is er sprake van bijbetalen, waarbij vooral de (combinatie van de) laatste twee punten tot de hoogste bijbetaling leiden. We informeren burgers beter en proberen onverwachte bijbetalingen bij de aanslag te voorkomen.
De Belastingdienst is in mei 2026 een pilot gestart. Daarbij wordt gekeken naar de gegevens uit de polisadministratie van UWV. Twee groepen burgers hebben een brief ontvangen. In de brief wordt gevraagd aan de burgers om iets te doen, bijvoorbeeld de loonheffingskorting uitzetten of een voorlopige aanslag aanvragen. Op die manier willen we voorkomen dat mensen bij hun aangifte onverwacht hoge bedragen moeten betalen.
Wat is er nog nodig?
Voor een structurele oplossing moet het belastingstelsel tussen loonheffing en inkomstenheffing worden aangepast. Dat kost tijd. Er is een eerste verkenning gedaan naar de mogelijkheden om het beleid aan te passen en zo de problemen rond meerdere inkomens te verminderen.
Toename bezwaar- en beroepsprocedures
Het afgelopen jaar is het aantal bezwaarschriften gestegen naar een half miljoen. Ook kost het steeds meer tijd om een bezwaar te behandelen. Dat komt doordat veel regelingen met elkaar samenhangen en de eisen aan administratieve vastlegging voor de uitvoering zijn verhoogd.
Het aantal bezwaren dat nog de Belastingdienst nog moet verwerken loopt daardoor op. Ook handelt de Belastingdienst steeds minder bezwaren binnen de wettelijke termijn af. Als er niets verandert, zullen deze aantallen alleen maar verder oplopen. Met als gevolg dat burgers en bedrijven steeds langer in onzekerheid zitten. Het is nodig om de relatie met burgers en bedrijven verder te verbeteren en de dienstverlening te versterken.

