Om te bevorderen dat zoveel mogelijk mensen gezond en werkend hun pensioen kunnen bereiken, hebben vakbonden, werkgeversorganisaties en het kabinet in oktober 2024 het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ gesloten. Hierin is afgesproken dat de RVU-drempelvrijstelling structureel wordt voortgezet vanaf 2026; gericht en beheerst en met gezamenlijke monitoring en ijkmomenten. Ook zetten kabinet en sociale partners volop in op gezond langer doorwerken met een gezamenlijke agenda voor duurzame inzetbaarheid.
Duurzame inzetbaarheid
Voor werknemers die langdurig zwaar werk verrichten, is gezond doorwerken niet vanzelfsprekend. Dat vraagt in de eerste plaats om een verlichting van werk of een tijdige overstap naar lichter werk. Het doel van inzet op duurzame inzetbaarheid is om zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen door de zwaarte van hun werk niet in staat zijn om tot de AOW-leeftijd door te werken. Voor situaties waarin dit (nog) niet mogelijk is, blijft er gerichte en zorgvuldig afgebakende ruimte voor eerder uittreden.
Afgelopen jaar is met sociale partners verder gewerkt aan de uitvoering van de afspraken uit het akkoord. Kabinet en sociale partners hebben afgesproken de ontwikkeling van de afspraken vanaf 2025 jaarlijks te monitoren en driejaarlijks te ijken.
De afspraken uit het akkoord zijn sinds dit jaar van toepassing, wat betekent dat veel maatregelen recent of nog niet in werking zijn getreden. Daarnaast is het TNO-loket recent geopend. Daarom ligt de nadruk in deze brief op de voortgang van de uitwerking en implementatie, en eerste beelden van de resultaten van de aanpak.
Verder gaat de minister in op de evaluatie van de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder
Uittreden (MDIEU).
Deze subsidieregeling was een tijdelijke overgangsmaatregel uit het Pensioenakkoord van 2019 en biedt waardevolle inzichten over duurzame inzetbaarheid en RVU in de periode 2021-2025.
Overgang van werk naar pensioen
In het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ zijn afspraken gemaakt over een breed pakket aan maatregelen in het vraagstuk rond zwaar werk en gezond doorwerken. In de overgang van werk naar pensioen kan RVU de mogelijkheid bieden om eerder uit te treden aan werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen
doorwerken. Maar ook alternatieven kunnen passend zijn bij de verschillende wensen en mogelijkheden van werkenden, zoals het opsparen van verlof en vitaliteitspacten voor mensen met zwaar werk voor een geleidelijke overgang van werk naar pensioen.
Verlofsparen en gerichte vitaliteitspacten
De wettelijke mogelijkheden rond verlofsparen maken het mogelijk om verlof gedurende een langere periode op te sparen en bijvoorbeeld te gebruiken om (gedeeltelijk) eerder uit te treden. Daarbij kan fiscaal gefaciliteerd tot maximaal 100 weken verlof worden gespaard.
In deze verkenning is de mogelijke vormgeving van een externe verlofspaarrekening nader uitgewerkt. Daarbij is gekeken naar randvoorwaarden zoals het behoud van de fiscale omkeeregel, budgetneutraliteit en uitvoerbaarheid voor werkgevers, werknemers, uitvoerders en de Belastingdienst. Ook is bezien onder welke voorwaarden de beschikkingsmacht over het verloftegoed zodanig kan worden ingericht dat sprake blijft van een aanspraak op verlof. Daarnaast is gesproken met sociale partners en potentiële uitvoerders over de praktische en juridische inrichting van een externe verlofspaarrekening.
Extern verlofsparen
Het kabinet zet de gesprekken met sociale partners, potentiële uitvoerders en de Belastingdienst daarom voort. In overleg met sociale partners wordt daarbij ook verkend op welke wijze kan worden toegewerkt naar een mogelijk wettelijk traject voor extern verlofsparen. Hoewel nog niet alle vraagstukken zijn afgerond, is de verwachting dat op basis van de ingezette lijn kan worden toegewerkt naar een uitvoerbare vormgeving van extern verlofsparen.
Naast verlofsparen is in het akkoord afgesproken om ook andere instrumenten te onderzoeken, zoals vitaliteitspacten en generatiepacten, om gezond doorwerken tot het pensioen te bevorderen. Deze instrumenten kunnen bijdragen aan een geleidelijke overgang naar het pensioen.
Uit onderzoek naar cao-afspraken die de duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers kunnen bevorderen blijkt dat meer dan de helft van de werknemers met een cao een afspraak over verlofsparen en/of arbeidsduurverkorting voor oudere werknemers in de cao heeft staan (resp. 61% en 63%).
Regeling vervroegde uittreding (RVU)
In het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ is afgesproken dat de RVU gericht en beheerst wordt ingezet voor werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd.
Het gebruik van de RVU neemt toe, maar blijft binnen de afgesproken signaalwaarde. In 2025 zijn ongeveer 13.900 mensen nieuw ingestroomd in de RVU-regeling. In voorgaande jaren was dit 13.200 (2024), 11.400 (2023), 9.500 (2022) en 4.300 (2021).
Sectoren met een relatief grote RVU-deelname in 2025 (meer dan 500 nieuwe RVU-deelnemers) zijn: Rijk, Verpleging verzorging thuiszorg en jeugdgezondheidszorg, Gemeenten, Sociale werkvoorziening, Bouw & Infra, Politie, Metalektro, Metaal en techniek, en Beroepsgoederenvervoer.
Het aandeel RVU-deelnemers dat niet onder een cao valt ligt rond de 500 mensen.
Profiel RVU-deelnemers
De RVU-deelnemers in 2025 vergeleken met alle werknemers in dezelfde leeftijdscategorie zijn vaker man, hebben vaker een laag of midden opleidingsniveau en hebben vaker voltijd en bij een groot bedrijf (100 werknemers of meer) gewerkt.
De inkomens van RVU-deelnemers concentreren zich iets sterker bij de hogere middeninkomens vergeleken met alle werknemers in dezelfde leeftijdsgroep. Bij de lagere inkomens zijn RVU-deelnemers minder vertegenwoordigd. Verder blijken RVU-deelnemers gemiddeld genomen een iets hogere vermogenspositie te hebben.
RVU-gebruik onder lage inkomens
In het akkoord hebben kabinet en sociale partners met die doelgroep in het achterhoofd de fiscale ruimte bovenop het basis RVU-bedrag verhoogd met € 300 bruto per maand voor knellende situaties. De minister verwacht dat met deze extra fiscale ruimte de RVU-maatregel toegankelijker wordt voor lage inkomens met zwaar werk en dat deze extra ruimte alleen wordt ingezet voor knellende situaties.
Daarnaast kunnen decentrale sociale partners binnen de kaders van het akkoord ook zelf de toegankelijkheid bevorderen. Bijvoorbeeld door een pensioenstorting te doen als hier fiscale ruimte voor is. Daarmee kan voor een RVU-deelnemer met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen tegemoet worden gekomen aan
de pensioenopbouw die diegene bij RVU-deelname mist. Ook kunnen cao-partijen een volledige RVU-uitkering afspreken voor een werknemer met een laag inkomen die in deeltijd werkt. Sociale partners en het ministerie van SZW blijven hierover in gesprek.
Cao-afspraken over RVU in 2026
Een eerste beeld van de cao-afspraken over RVU in 2026 laat zien dat cao-partijen in Nederland zich bewust zijn van de afspraken uit het akkoord die vanaf dit jaar moeten worden toegepast.
Van de 442 cao’s die zijn onderzocht bevatten 80 cao’s een afspraak over een RVU-regeling in 2026. Daarnaast wordt in 86 cao’s nog verkend of en voor wie er een RVU komt. Bijna de helft van de werknemers werkt onder een cao’s met een afspraak of verkenning over RVU.
Het aantal generieke RVU-regelingen, waar elke oudere werknemer aan kan deelnemen, is sterk gedaald ten opzichte van een jaar eerder.
De RVU-regelingen die al zijn uitgewerkt hebben vaak een afbakening gebaseerd op specifieke functies of roostervormen, of noemen dat de regeling gericht is op ‘zwaar werk’, waarbij de definitie van zwaar werk nog wordt uitgewerkt.
In vijftien cao’s wordt voor deelname aan de RVU (ook) een inkomensgrens gesteld. Slechts een paar cao’s hebben expliciet iets opgenomen over een periodieke herziening van de regeling, maar vaker heeft de regeling een einddatum, bijvoorbeeld gelijk aan de looptijd van de cao.
In een vijfde van de cao’s met een uitgewerkte RVU-regeling is expliciet iets afgesproken over het gebruik van de extra fiscale ruimte van € 300 die in het akkoord is afgesproken voor mensen in knellende situaties.
Kabinet en sociale partners hebben afgesproken dat cao-partijen kunnen bepalen wanneer sprake is van een knellende situatie, en de noodzaak afwegen van het benutten van de additionele ruimte.
Op basis van de onderzochte cao-teksten lijkt de hogere uitkering vaak te worden toegepast voor de hele RVU-doelgroep, of moet daarbij nog worden uitgewerkt wat wordt verstaan onder knellende situaties.
Validatie RVU-afspraken
Om de gerichte inzet van RVU’s verder te borgen is in het akkoord afgesproken dat cao-partijen hun onderbouwde RVU-afbakening op zwaar werk ter validatie voorleggen aan een derde partij. TNO vervult de rol van derde partij. Sinds 1 april dit jaar kunnen cao-partijen hun onderbouwing door TNO laten valideren.
Aangezien het loket nog niet zo lang open is, hebben nog weinig cao-partijen een validatieadvies aangevraagd en ontvangen over hun RVU-afbakeningen. In de eerste maand na opening van het loket (peildatum 28 april)
zijn 34 vooraanmeldingen gedaan en drie aanvragen ingediend. De verwachting is dat TNO bij de monitoring volgend jaar een scherper beeld kan schetsen van de inhoud van de aanvragen en de advisering.
Borging van gerichtheid en beheersbaarheid RVU
In het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ is afgesproken om parallel aan de bestaande aanpak te verkennen of aanvullende (wettelijke) borging van de gerichtheid en beheersbaarheid van de RVU mogelijk en wenselijk is.
De verkenning richt zich op de vraag of via aanpassing van wetgeving een uitvoerbare fiscale regeling kan
worden vormgegeven die uitsluitend is gericht op werknemers met zwaar werk.
MDIEU-regeling
De MDIEU-regeling heeft een brede impuls gegeven aan duurzame inzetbaarheid in sectoren en bedrijven. Tegelijkertijd laten de uitkomsten zien waar het bereik sterker en waar het beperkter is geweest.
In vijf sectorale tijdvakken is in totaal ruim € 530 miljoen subsidie verleend aan 107 activiteitenplannen voor sectorale projecten. Voor bedrijven is in totaal bijna € 290 miljoen euro subsidie verleend aan 727 bedrijven.
- Sectoren en bedrijven waar de DI-problematiek relatief groot is, zijn bereikt. Maar ook geldt dat sectoren waar de samenwerking tussen sociale partners minder sterk is, minder goed zijn bereikt.
- In totaal viel circa 60% van de werknemers onder een sector met een MDIEUproject. Via de openstelling voor bedrijven is aanvullend circa 16% van de werknemers bereikt.
- Binnen de bereikte groepen lukt het goed om oudere werkenden te bereiken, flexwerkers, mensen met fysiek zwaar werk en het mkb juist niet.
- Over de uitvoering en het aanvraag- en beoordelingsproces is in het algemeen positief geoordeeld.
- Het maatwerkkarakter van de regeling werd door betrokken partijen gewaardeerd, omdat hiermee kon worden aangesloten bij de behoeften van sectoren en bedrijven. Tegelijkertijd bracht dit maatwerk ook
uitvoeringscomplexiteit met zich mee.
Door de MDIEU-projecten is vooruitgang geboekt op duurzame inzetbaarheid. Tegelijkertijd blijkt uit het rapport dat er nog steeds urgentie is.
Uit de evaluatie blijkt dat de toegang tot de RVU tijdens de MDIEU in de meeste sectoren werd afgebakend, waardoor de regeling niet voor alle oudere werknemers toegankelijk was. Gemiddeld viel circa 40% van de relevante leeftijdsgroep binnen de doelgroep van de regelingen.
De RVU werd tijdens de MDIEU in belangrijke mate benut door werknemers voor wie de regeling is bedoeld, namelijk mensen die niet gezond kunnen doorwerken tot hun pensioen, bijvoorbeeld door de zwaarte van hun werk.
De evaluatie laat zien dat individuele omstandigheden en kenmerken, zoals zwaar werk en de gezondheidssituatie, inderdaad een duidelijke rol spelen bij de keuze om deel te nemen aan een RVU-regeling. Een deel van de werknemers geeft ook aan dat andere motieven een rol spelen, zoals de wens om langer van het pensioen te kunnen genieten. Hierdoor werd de RVU mogelijk ook breder gebruikt dan door de beoogde doelgroep van werknemers met zwaar werk die niet gezond kunnen doorwerken. Dit onderstreept het belang van de afspraken uit het akkoord om de regeling gericht en beheerst in te zetten.
Juiste beweging in gang gezet
De afspraken uit het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ gaan over duurzame inzetbaarheid en vroegpensioen voor zwaar werk, wat voor veel werkenden en werkgevers van groot belang is. Hierbij is de juiste beweging in gang gezet: bedrijven en sectoren zijn aan de slag met duurzame inzetbaarheid en de gerichtheid van RVU-regelingen is nadrukkelijk onderwerp van gesprek aan de cao-tafels. Maar ook bevinden veel onderdelen van de uitvoering zich nog in een opstartfase.
De validatie van RVU-afbakeningen is recent van start gegaan, veel cao-afspraken over nieuwe RVU-regelingen moeten nog worden uitgewerkt en de subsidieregeling voor duurzame inzetbaarheid moet nog inwerkingtreden.
In het komende jaar wordt zichtbaar in hoeverre de beoogde beweging vorm krijgt, onder meer op basis van de uitkomsten van de TNO-validaties, de ontwikkeling van gerichtere RVU-afbakeningen in de praktijk en het gebruik van de extra fiscale ruimte voor knellende situaties.
Kamerbrief Monitoring akkoord ‘Gezond naar het pensioen’


