De Wet arbeid en zorg (Wazo) is sinds 2001 uitgebreid met verschillende verlofregelingen, waardoor het verlofstelsel complex is geworden. Dit kwam ook naar voren in het SER-advies Balans in maatschappelijk verlof uit 2023. Dit vormde de aanleiding om de Wazo te vereenvoudigen. Hierbij zijn de verschillende voorwaarden en eisen van de verlofsoorten zoveel mogelijk gelijk gemaakt.
Het gaat in de kern om een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk. De vereenvoudiging wordt opgenomen in een nieuwe wet, de Verlofwet.
De bestaande wet wordt met dit wetsvoorstel geheel herschreven en geherstructureerd. De Verlofwet vervangt zodoende de Wazo in het geheel.
De nieuwe naam Verlofwet sluit volgens de memorie van toelichting beter aan bij de inhoud van de wet en past beter dan Wet arbeid en zorg, omdat niet alle regelingen gaan om het verlenen van zorg. De nieuwe wet regelt niet het vakantie- of ziekteverlof.
De Verlofwet is belangrijk voor werknemers, zelfstandigen en werkgevers.
Drie pijlers
De verlofregelingen in het voorstel zijn ingedeeld in drie pijlers:
- Verlof voor ouders: hieronder vallen het zwangerschaps- en bevallingsverlof, (aanvullend) geboorteverlof en het (betaald) ouderschapsverlof.
- Zorg voor naasten: het kortdurend- en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot het zorgverlof.
- Persoonlijk verlof: kort verzuimverlof.
Pijler 1: verlof rond geboorte van en zorg voor kinderen
Binnen de eerste pijler worden verschillende verlofregelingen beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken. De periode waarbinnen verlof kan worden ingezet wordt nu vaak een half jaar. Ook worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Het aanvragen van verlof kan voortaan vooraf, tijdens en na de verlofperiode.
Zelfstandigen
Voor zelfstandigen komt er ook een vereenvoudiging. Bij de zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen wordt de uitkering niet meer berekend op basis van het urencriterium, maar wordt voortaan gekeken naar het inkomen van de zelfstandige (de winst). Het inkomen is een representatiever criterium dan het gewerkte aantal uren.
Pijler 2: verlof voor zorg voor naasten
Het huidige kortdurend en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot 1 regeling van 8 weken. De eerste 2 weken blijven betaald tegen 70% van het loon. De overige 6 weken blijven onbetaald. Door de samenvoeging van de zorgverloven wordt de regeling breder inzetbaar. Werknemers kunnen het zorgverlof straks niet alleen gebruiken voor de noodzakelijke verzorging van een zieke naaste, maar ook als naasten afhankelijk zijn van hulp – zoals mantelzorg – en bij palliatieve zorg.
Pijler 3: persoonlijk verlof
Onder deze pijler worden de calamiteiten- en kortverzuimverlof opgenomen. Hierin wijzigt niets, behalve dat de naam van het verlof wordt ingekort tot kortverzuimverlof.
Loon vervangende betaling
Ook wordt er een loon vervangende betaling geïntroduceerd. Werkgevers worden verplicht om een werknemer tijdens het verlof met recht op uitkering te voorzien van een loon vervangende betaling en dit periodiek uit te betalen volgens de loonsystematiek. Werknemers hebben hierdoor geen gat meer in hun inkomen tijdens het verlof, waardoor het bijdraagt aan de toegankelijkheid.
Op basis van de Wazo geldt zo’n verplichting nog niet, maar mogen werkgevers kiezen om dit al dan niet te doen. In de praktijk is dit al wel gebruikelijk bij sommige verlofvormen, vooral bij het zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Uitkeringshoogte niet goed in te schatten
Een zorg die bestaat over de loon vervangende betaling, is dat de uitkeringshoogte op basis van het dagloon vooraf niet altijd goed is in te schatten en er achteraf grotere verrekeningen plaats zouden moeten vinden. Dit is vooral het geval als de uitkering voor de eerste keer wordt aangevraagd.
Om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de te verwachten uitkeringshoogte wordt van werkgevers gevraagd om een inschatting te maken van het dagloon. Dit kunnen werkgevers doen door te kijken naar het SV-loon (sociale verzekeringsloon) van de werknemer in de referteperiode.
Financiële ruimte werkgever
Ook vereist de loon vervangende betaling financiële ruimte bij de werkgever. Dit nadeel wordt verzacht doordat het mogelijk wordt om alle uitkeringen vooraf bij UWV aan te vragen. Hiermee is de periode tussen de loon vervangende betaling en de uitbetaling van de uitkering door UWV zo kort mogelijk.
Daarnaast mag de werkgever het eventuele verschil tussen de loon vervangende betaling en de daadwerkelijke uitkering achteraf verrekenen met het loon van de werknemer. Dit is bijvoorbeeld verplicht als het voorschot lager blijkt dan de daadwerkelijke uitkering. Er zijn wel beperkingen aan die verrekening gesteld.
Dagloon
Aangezien de Verlofwet net als de Wazo gebruikmaakt van de dagloonsystematiek, werken de voorgenomen vereenvoudigingen en verbeteringen in het Dagloonbesluit later ook door in de Verlofwet. Met dit wetsvoorstel
worden geen wijzigingen voorgesteld ten aanzien van het dagloon.
Doordat de berekening van het dagloon ook niet binnen voorliggend wetsvoorstel wordt geregeld, staat het ook los van de huidige discussie rondom de verlaging van het maximum dagloon. Op dit moment wordt onderzocht of het verlofstelsel kan worden uitgezonderd van deze verlaging.
Voldoende tijd
Met het tijdspad tot beoogde inwerkingtreding van het nieuwe verlofstelsel op 1 januari 2028 is er naar verwachting voldoende tijd om bekend te raken met de nieuwe regels rondom verlof en systemen en administratie waar nodig aan te passen.
Tijdsbesteding
De regeldruk voor verlof voor ouders wordt met de Verlofwet naar verwachting circa 33 procent lager. De
totale tijdsbesteding per verlofregeling wordt geschat op ongeveer twintig minuten.
De totale tijdsbesteding van werkgevers in verband met de wetswijziging wordt geschat op gemiddeld een uur (60 minuten).
In Nederland waren er begin 2026 ongeveer 420.000 werkgevers met 2 of meer personen in loondienst. Uitgaande van een uurtarief voor administratief personeel van € 39 per uur, komen de totale incidentele kosten voor de regeldruk uit op ongeveer 16,4 miljoen euro.
Voor de meeste werkgevers geldt echter dat zij (steeds) op zoek gaan naar informatie over verlofrechten als ze in een situatie komen waarin dat verlofrecht relevant wordt. Niet voor iedere werkgever zal hier (jaarlijks) sprake van zijn. Het kennisnemen van de nieuwe regels komt dus in de plaats van het kennisnemen van de oude regels.
Aan het eventueel aanpassen van administratie wordt naar schatting ongeveer een half uur (30 minuten) besteed. Voor de registratie van het verlof en de uitkering worden geen nieuwe extra gegevens gevraagd en wordt aangesloten bij bestaande administratie zoals salarisgegevens.
De meeste werkgevers werken met geautomatiseerde salarissystemen onder licentie van een administratiekantoor. Hierdoor is de eigen tijdsbesteding voor het aanpassen van administratiesystemen voor werkgevers naar verwachting minimaal.
De einddatum van de internetconsultatie is 10 augustus 2026.

