De beslagvrije voet is voor iedereen anders. Het bedrag is afhankelijk van het inkomen en de gezinssituatie.
De deurwaarder berekent de beslagvrije voet minimaal één keer per jaar. Hiervoor vraagt de deurwaarder de gegevens op bij instanties zoals UWV, de gemeente en de Belastingdienst.
De deurwaarder laat weten met welke gegevens hij of zij de beslagvrije voet berekent. Als de gegevens wijzigen tijdens het beslag, moet je dit doorgeven, omdat de beslagvrije voet hierdoor omhoog of omlaag kan gaan.
Soms kun je de deurwaarder vragen om de beslagvrije voet te verhogen, bijvoorbeeld bij hoge woonkosten.
Je kunt zelf de beslagvrije voet berekenen via het rekenprogramma voor de beslagvrije voet.
Zoals is opgenomen in artikel 475da van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden de bedragen voor de beslagvrije voet berekend aan de hand van onder andere de verschillende normwaarden uit de Participatiewet (PW). In een mededeling in de Staatscourant zijn de nieuwe maximumbedragen voor de beslagvrije voet gepubliceerd, zoals voorgeschreven door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Maximumbedragen per 1 juli 2026
Dit zijn de nieuwe maximumbedragen:
- Alleenstaand zonder kinderen: beslagvrije voet per 1 juli 2026 maximaal: € 2.208,48 (per 1 januari 2026: € € 2.191,42).
- Alleenstaande ouder: beslagvrije voet per 1 juli 2026 maximaal € 2.543,75 (per 1 januari 2026: € 2.526,69).
- Getrouwd of samenwonend zonder kinderen: beslagvrije voet per 1 juli 2026 maximaal € 2.905,79 (per 1 januari 2026: € 2.881,41).
- Getrouwd of samenwonend met kinderen: beslagvrije voet per 1 juli 2026 maximaal € 3.179,68 (per 1 januari 2026: € 3.155,31).
Bronnen: Juridisch Loket en Mededeling van 1 juni 2026, nr. 2026-0000181472, over per 1 juli 2026 gewijzigde bedragen in enkele wetten, besluiten en regelingen

