De werkgever en werknemer hebben een eerder conflict over loondoorbetaling tijdens ziekte afgesloten met een vaststellingsovereenkomst. De werkgever moet het achterstallig loon van 2023 en 2024 uitbetalen en correcte loonstroken indienen.
De werkgever heeft al het loon op één loonstrook opgenomen en in één keer uitbetaald aan de werknemer. Dit heeft voor werknemer een nadelige invloed op onder meer toeslagen en de belastingaangifte.
De werknemer eist dat werkgever een correctie op de loonaangifte indient en correcte loonstroken en jaaropgaven verstrekt. De werknemer mocht op basis van de afspraken verwachten dat de werkgever het achterstallige loon zou toerekenen aan het jaar waarin het loon betaald had moeten worden. De werknemer heeft hierover ook op tijd geklaagd. De schadevergoeding wordt afgewezen.
Vaststellingsovereenkomst
De werknemer heeft met de werkgever een conflict gehad over het doorbetalen van haar loon tijdens haar ziekte vanaf april 2023. Zij is een kortgedingprocedure gestart om de werkgever te verplichten het achterstallig loon en toekomstig loon door te betalen. Uiteindelijk hebben partijen tijdens de zitting van 18 januari 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten.
Achterstallige loon in één loonstrook
De werkgever heeft het achterstallige loon van april 2023 tot en met januari 2024 in februari 2024 verwerkt in één loonstrook en aan de werknemer betaald. Dit loon is vervolgens door de werkgever volledig toegerekend aan het jaar 2024. Dit heeft een nadelige invloed op de belastingaangifte van de werknemer, haar toeslagen en de kwijtschelding van de gemeente- en waterschapsbelasting in 2024. Zo moet zij toeslagen terugbetalen, komt zij niet meer in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke lasten, heeft zij over 2024 geen correcte belastingaangifte kunnen doen, verwacht zij een IB aanslag van € 1.705 over 2024 en heeft zij geen teruggave van te veel betaalde belasting over 2023 ontvangen.
Loonaangiften corrigeren
De werknemer heeft aan de werkgever gevraagd dit te corrigeren, omdat de werknemer vindt dat de werkgever niet heeft gehandeld volgens de afspraken die partijen hebben gemaakt in de vaststellingsovereenkomst. de werkgever weigert dit.
De werknemer heeft aan de Belastingdienst uitgelegd dat het hier vooral loon van 2023 betreft. Dat was voor de Belastingdienst niet voldoende. De Belastingdienst heeft volgens de werknemer aangegeven dat de werkgever de loonaangiften moet corrigeren.
Wat eist de werknemer?
In deze procedure eist de werknemer daarom dat:
- de werkgever correcte maandelijkse loonstroken – een separate loonstrook voor iedere maand – aan de werknemer verstrekt over de maanden april 2023 tot en met januari 2024, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- de werkgever aantoonbaar de loonaangiften van de werknemer van 2023 en 2024 corrigeert, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- de werkgever correcte jaaropgaven aan de werknemer verstrekt over de jaren 2023 en 2024, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- de kantonrechter voor recht verklaart dat de werkgever tekort is geschoten in de nakoming van het proces-verbaal van 18 januari 2024 dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij de hierdoor door de werknemer geleden schade moet vergoeden;
- de werkgever een schadevergoeding aan de werknemer moet betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
- de werkgever aan de werknemer een voorschot op die schadevergoeding betaalt van € 6.047; en
- de werkgever de kosten van de procedure betaalt.
Wat stelt de werkgever?
De werkgever is het niet eens met de eisen van de werknemer. Hij vindt dat de werknemer eerder had moeten klagen over het feit dat het achterstallige loon op één loonstrook is opgenomen. Nu zij dit pas een jaar na het opstellen van de vaststellingsovereenkomst heeft gedaan, kan zij niet meer van de werkgever verlangen om correcte loonstroken op te stellen. Daarnaast geeft de werkgever aan dat hij het loon correct aan 2024 heeft toegerekend. Het loon is namelijk uitbetaald (genoten) in 2024.
Als een correctieaangifte voor de werknemer zou moeten worden gedaan, moet dit voor alle medewerkers worden gedaan. De werkgever vindt dat dit niet van hem verlangd kan worden. Tot slot geeft de werkgever aan dat als hij wordt veroordeeld om de loonaangiften te corrigeren, de werknemer weer recht heeft op toeslagen; er geen sprake (meer) is van schade.
Wat oordeelt de kantonrechter?
De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever de loonaangiften van de werknemer moet corrigeren en de correcte loonstroken en jaaropgaven moet verstrekken.
Werknemer heeft op tijd geklaagd
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer op tijd heeft geklaagd over de (in haar visie) onjuiste loonstroken, jaaropgaven en het probleem met de loonaangiften. De werknemer kon namelijk redelijkerwijs niet eerder dan bij het invullen van de aangifte inkomstenbelasting 2024 weten dat de werkgever het volledige achterstallige loon heeft toegerekend aan 2024. Zij heeft toen direct geklaagd bij de werkgever.
Anders dan de werkgever stelt, oordeelt de kantonrechter dat de werknemer uit het enkele feit dat alle achterstallige maandbedragen op één loonstrook staan niet had hoeven op te maken dat het achterstallige loon volledig in de loonaangifte van 2024 was verwerkt. Hier had zij namelijk geen zicht op. Dit betekent dat het beroep van de werkgever op (het niet naleven van) de klachtplicht niet slaagt.
Wat is het genietingsmoment?
De werknemer mocht verwachten dat het achterstallige loon zou worden toegerekend aan het jaar waarin het loon betaald had moeten worden.
Partijen verschillen van mening over de vraag aan welk jaar het achterstallige loon van april 2023 tot en met december 2023 moet worden toegerekend. Volgens de werknemer moet het loon van deze periode worden toegerekend aan 2023. De werknemer zegt dat dit blijkt uit de vaststellingsovereenkomst. De werkgever zegt gebonden te zijn aan de wet. Daarin staat dat belasting wordt geheven over alles wat uit een dienstbetrekking wordt genoten. Dat genietingsmoment ligt volgens de werkgever in 2024, omdat het loon op dat moment is uitbetaald.
Haviltex-maatstaf
De afspraken over het uitbetalen van het loon en het opstellen van de correcte loonstroken (en daarmee het verwerken van de loonadministratie) moeten worden uitgelegd aan de hand van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij uit elkaars verklaringen en gedragingen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs hebben mogen afleiden en verwachten (Haviltex-maatstaf).
Wat staat in de vaststellingsovereenkomst?
In de vaststellingsovereenkomst staat dat “het achterstallig loon vanaf april 2023” (€ 1.742,45 bruto per maand) alsnog wordt betaald aan de werknemer. Deze afspraak moet worden gelezen in samenhang met de afspraak dat de werkgever over het loon “voor zover verschuldigd tot en met december 2023” (..) “10% wettelijke verhoging” zal betalen en dat hij “de correcte loonstroken over de periode van april 2023 tot en met januari 2024” aan de werknemer zal sturen.
Pas in 2024 betaald, maar niet in 2024 genoten
Hieruit kan redelijkerwijs geen andere conclusie worden getrokken dan dat is afgesproken dat de werkgever aan de werknemer alsnog loon zou betalen over de periode vanaf april 2023, dat hij vanaf april 2023 per maand een correcte loonstrook zou opstellen en de volgens die loonstroken verschuldigde bedragen alsnog aan de werknemer zou betalen. Dat het loon pas in 2024 is betaald brengt niet mee dat dit pas in 2024 is genoten; de gemaakte afspraken impliceren immer dat dit deels (namelijk voor wat betreft het loon over april tot en met december 2023) in 2023 verschuldigd en toen ook inbaar was.
Dat wordt ook nog onderstreept door de afspraak om over dit deel 10% wettelijke verhoging te betalen. Wettelijke verhoging ziet immers op het te laat betalen van loon. In het verlengde hiervan mocht de werknemer verwachten dat het loon voor zover verschuldigd over april tot en met december 2023 in de loonadministratie van de werkgever aan 2023 zou worden toegerekend en (pas) het loon vanaf 1 januari 2024 aan 2024. Feiten of omstandigheden die tot een andere uitleg moeten leiden, zijn niet gesteld of gebleken.
Juiste loonstroken en jaaropgaven, loonaangiften corrigeren
De werkgever moet daarom binnen een maand na betekening van het vonnis:
- correcte loonstroken verstrekken over de periode van april 2023 tot en met januari 2024. Dit houdt in dat vanaf april 2023 per maand een aparte loonstrook moet worden verstrekt;
- correcte jaaropgaven verstrekken over 2023 en 2024 in die zin dat het loon van april tot en met december 2023 aan 2023 wordt toegerekend en het loon vanaf januari 2024 tot de einddatum van het dienstverband (9 april 2024) wordt toegerekend aan 2024;
- correctie-aangiften opstellen en indienen bij de Belastingdienst en het UWV, waarbij het loon van april tot en met december 2023 wordt toegerekend aan 2023 en het loon vanaf januari 2024 tot de einddatum 9 april 2024 wordt toegerekend aan 2024. De werkgever moet een bewijs hiervan aan de werknemer sturen.
Aan deze veroordelingen wordt een dwangsom verbonden. De kantonrechter stelt de dwangsom per verplichting vast op € 50 per dag met een maximum van € 2.500 per verplichting.
De kantonrechter gaat niet mee met het standpunt van de werkgever dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van haar te verlangen de loonaangiften te corrigeren. Dat de werkgever mogelijk de loonaangiften van alle werknemers moet corrigeren, is daartoe in elk geval niet voldoende. Uit niets blijkt hoeveel tijd/geld dit kost en waarom dit gelet op het belang dat de werknemer heeft bij de correctieaangiften niet van de werkgever kan worden gevergd.
Gevorderde schadevergoeding is dubbelop
De kantonrechter wijst de gevorderde schadevergoeding af. Zij is het namelijk met de werkgever eens dat uit de stellingen van de werknemer volgt dat zij geen schade meer heeft als de loonaangiften worden gecorrigeerd. Door het corrigeren heeft zij een lager geregistreerd inkomen in 2023 en 2024 en zou zij dus weer recht moeten hebben op toeslagen. In dat geval heeft zij geen schade.
Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 5 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7441

