Als beslag is gelegd op iemands inkomen moet hij een minimumbedrag overhouden om van te leven. Dit heet de beslagvrije voet. De beslaglegger stelt de beslagvrije voet vast en stuurt een brief met een overzicht van de beslagvrije voet. Ook vraagt de beslaglegger aan de werkgever of uitkeringsinstantie om een deel van het loon of uitkering in te houden. Daarmee lost de persoon de schuld af.
Beslagvrije voet per 2026
De beslagvrije voet bedraagt ten hoogste per 1 januari 2026:
- a. voor een alleenstaande: € 2.191,42 (juli 2025: € 2.093,67);
- b. voor een alleenstaande ouder: € 2.526,69 (juli 2025: € 2.264,67);
- c. voor gehuwden zonder kinderen: € 2.881,41 (juli 2025: € 2.771,07);
- d. voor gehuwden met een of meer kinderen: € 3.155,31 (juli 2025: € 2.888,00).
Als de geëxecuteerde eigenaar is van een door hemzelf bewoonde woning of huurder van een door hemzelf bewoonde woning die niet voldoet aan artikel 11 van de Wet op de huurtoeslag en hij een belastbaar inkomen heeft dat lager is dan € 55.682,78 als de geëxecuteerde alleenstaand is, of € 71.089,09 als de geëxecuteerde een meerpersoonshuishouden heeft, wordt de beslagvrije voet op verzoek van de geëxecuteerde verhoogd met een bedrag waarvan de wijze van vaststelling bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
Bedragen herzien
Per 1 januari 2026 zijn de bedragen herzien voor de maximale beslagvrije voet, genoemd in artikel 475da, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In een mededeling van het ministerie van SZW in de Staatscourant zijn de nieuwe bedragen voor de maximale beslagvrije voet gepubliceerd, zoals voorgeschreven door artikel 475da, achtste lid.
Inkomensgrenzen
In artikel 475da, zevende lid zijn de inkomensgrenzen opgenomen voor ophoging van de beslagvrije voet wanneer er geen aanspraak is op huurtoeslag, zoals bij eigen woningbezit. Per 1 januari 2026 zijn deze bedragen aangepast. In deze mededeling zijn de nieuwe bedragen voor de inkomensgrenzen gepubliceerd zoals voorgeschreven door artikel 475da, negende lid.
Berekeningssystematiek gewijzigd
Per 1 januari 2026 is de berekeningssystematiek voor de bedragen aangepast. Deze aangepaste berekening volgt uit artikel 475da, achtste en negende lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De gewijzigde berekeningssystematiek leidt er abusievelijk toe dat de inkomensgrenzen voor ophoging van de beslagvrije voet wanneer geen aanspraak is op huurtoeslag, zoals bij eigen woningbezit, hoger zijn vastgesteld dan het niveau waarop de ophoging daadwerkelijk in een ophoging van de beslagvrije voet zou resulteren. Het gevolg hiervan is dat er een groep is die wel binnen de inkomensgrenzen valt, zonder dat dit in de praktijk gevolgen heeft. De ophoging van de beslagvrije voet bedraagt voor hen € 0. De inkomensgrenzen tot waar daadwerkelijk een ophoging van de beslagvrije voet resulteert zijn apart gecommuniceerd aan de uitvoering.
Check met deze rekentool of de vastgestelde beslagvrije voet klopt

