Bijna 40 procent van de huishoudens in Nederland komt moeilijk rond en een derde maakt zich vrijwel altijd zorgen over hun financiële situatie. Dit blijkt uit het Nibud-onderzoek Geldzaken in de praktijk 2026.
Onder jongvolwassenen en huishoudens met een laag inkomen zijn de percentages van moeilijk rondkomen aanzienlijk hoger, respectievelijk 54 en 62 procent.
In het vorige onderzoek van 2024 zag Nibud een positieve ontwikkeling: meer mensen konden rondkomen. In 2026 lijkt een einde te zijn gekomen aan de algemene positieve trend.
Huishoudens in loondienst ervaren vaker controle over hun inkomsten dan zzp’ers en ondernemers (81 tegen 68 procent).


Belangrijkste conclusies
De belangrijkste conclusies uit het onderzoek van het Nibud:
- Voor veel huishoudens zijn stijgende uitgaven, hoge vaste lasten en een inkomen dat daarbij achterblijft, de reden dat zij moeilijk kunnen rondkomen.
- Het aandeel huishoudens dat moeite heeft met rondkomen, is sinds 2024 gestegen van 32 naar 38 procent. Onder jongvolwassenen van 18 tot en met 30 jaar is het aandeel dat lastig rondkomt gestegen van 40 naar 54 procent gestegen.
- Het percentage huishoudens dat zich zorgen maakt over hun financiële situatie is ook omhoog gegaan, van 27 naar 33 procent. Maatschappelijke ontwikkelingen en geopolitieke spanningen zijn hiervan onder meer de oorzaak.
- Een kwart van de huishoudens heeft dit jaar rekeningen niet kunnen betalen. 41 procent heeft moeite met het betalen van de boodschappen. Van de huishoudens die lastig rond kunnen komen, is dat 81 procent.
- Een derde van de huishoudens heeft € 2.500 of minder spaargeld en bijna een kwart heeft zelfs minder dan € 1.000. Vooral jongvolwassenen, huishoudens met een laag of wisselend inkomen, huurders en mensen met een uitkering hebben een kleine of geen buffer.

Jongvolwassenen
‘Door de jaren heen zien we dat meer jongvolwassenen moeilijk kunnen rondkomen en dat zij het ook moeilijker hebben dan andere groepen. Daarnaast zien we grote verschillen tussen huurders en kopers en mensen met een vast en met een wisselend inkomen,’ aldus Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen.
Onzeker over toekomst
De onzekerheid over de ontwikkelingen in de nabije toekomst speelt een rol in de manier waarop huishoudens hun financiële positie ervaren. Weinig geld achter de hand versterkt de zorgen voor de toekomst.
Bijna de helft van de huishoudens is onzeker over de vraag of zij na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een scheiding, arbeidsongeschiktheid of faillissement, nog wel rond kunnen komen.
Structurele oplossingen
Gijsbertsen: ‘Er liggen grote vraagstukken, zoals het gebrek aan betaalbare huisvesting voor jongvolwassenen en (noodgedwongen) hoge vaste lasten. We doen onverminderd een oproep aan het kabinet om met een visie op de lange termijn naar structurele oplossingen te gaan kijken.’

