De man is voor het verkrijgen van een hypotheek in loondienst gekomen. De overeengekomen rechten en verplichtingen kwalificeren echter niet als een arbeidsovereenkomst.
Waar gaat deze zaak over?
De man en de vrouw (bestuurder van een bv) zijn in 2008 met elkaar getrouwd. In 2024 is een echtscheidingsverzoek ingediend. Per 1 maart 2019 is tussen de man en de bv een arbeidsovereenkomst gesloten tegen een salaris van € 6.541 bruto per maand.
Tussen partijen is in geschil of zij beoogd hebben een arbeidsovereenkomst met gezagsverhouding aan te gaan. Volgens de man is daarvan sprake. Omdat de bv is gestopt met betalen vordert de man betaling van het loon vanaf november 2025. De kantonrechter wijst de vordering af.
Arbeidsovereenkomst
Artikel 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. De definitie van de arbeidsovereenkomst kan dus worden onderscheiden in vier elementen: (1) de verplichting tot het verrichten van (persoonlijke) arbeid, (2) de verplichting tot het betalen van loon, (3) gedurende een zekere tijd en (4) de aanwezigheid van een gezagsverhouding.
Arbeid gedurende zekere tijd
Tussen partijen is niet in geschil dat de man in enige vorm werkzaamheden heeft verricht voor de bv . Ter zitting heeft de man aangegeven dat hij allerlei klusjes deed, hij bij vergaderingen zat en hij gym en voetbaltrainingen gaf.
Wat de omvang van die werkzaamheden was en of de man die werkzaamheden verrichtte omdat hij hiertoe op grond van een overeenkomst verplicht was, of dat hij dit deed op grond van de affectieve relatie tussen partijen, is niet komen vast te staan.
De kantonrechter heeft uit de stellingen van partijen wel begrepen dat de man in het begin niet hoefde in te klokken, er geen afspraken zijn gemaakt over (het opnemen van) vakantiedagen en hij zich ook niet ziek hoefde te melden. Hieruit volgt dat de man veel vrijheden had.
Weliswaar is er een arbeidsovereenkomst op schrift gesteld, maar uit de stellingen van de bv heeft de kantonrechter begrepen dat dit is gebeurd in verband met de aankoop van een woning en het verkrijgen van een hypotheek.
Per mail van 29 november 2022 heeft de controller van de bv ook uitleg gegeven over deze constructie. In die mail staat onder meer dat de man de functie naar eigen inzicht kan invullen zonder dat de dga daar controle of toezicht op kan uitoefenen.
Volgens de kantonrechter is niet vast komen te staan dat partijen een verplichting tot het verrichten van arbeid zijn overeengekomen.
Loon
Dat de bv gedurende meerdere jaren, maandelijks een bedrag onder de noemer ‘salaris’ en onder verstrekking van loonstroken aan de man heeft betaald, maakt nog niet dat kan worden gesproken van loon in het kader van artikel 7:610 BW. Daarvan is slechts sprake als de betaling kan worden aangemerkt als een tegenprestatie voor de bedongen arbeid .
Dat de maandelijkse betaling het karakter van loon had, is onvoldoende gebleken. Hierbij acht de kantonrechter van belang dat de bv heeft gesteld dat het een manier is geweest om het gezinsinkomen te verdelen. De hoogte van de maandelijkse betaling was gebaseerd op een optimale belastingverdeling.
Fiscale constructies
Verder acht de kantonrechter van belang dat uit de loonstroken blijkt dat er geen werknemerspremies worden afgedragen. Ook is het niet ongebruikelijk dat de ene levenspartner c.q. echtgenoot meewerkt in het bedrijf van de andere en dat in dit verband ‘fiscale constructies’ worden gehanteerd. Dat in deze zaak sprake was van een dergelijke constructie, blijkt vooral uit het feit dat de hoogte van het maandelijks door de man te ontvangen bedrag. Dat bedrag staat niet in verhouding tot de werkzaamheden die de man verrichtte. De beloning is zo hoog dat zonder nadere motivering niet kan worden volgehouden dat die is overeengekomen als onderdeel van een zakelijke, tussen werkgever en werknemer gesloten arbeidsovereenkomst. Er is daarom onvoldoende vast komen te staan dat sprake is van overeengekomen loon.
Gezagsverhouding
De kantonrechter stelt voorop dat, hoewel een arbeidsovereenkomst tussen echtgenoten niet is uitgesloten, een gezagsverhouding binnen een huwelijk niet voor de hand ligt. Degene die zich op een arbeidsovereenkomst met zijn of haar (voormalige) echtgenoot c.q. echtgenote beroept, moet daarom een gedegen onderbouwing van de gestelde gezagsverhouding geven.
Volgens de kantonrechter heeft de man niet voldoende onderbouwd dat sprake is van een gezagsverhouding.
Instructies
Ook al zou de bv formeel instructies kunnen geven, dan vindt de kantonrechter dat onvoldoende om een gezagsverhouding aan te nemen. Hiervoor is al vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst in een heel ander kader is opgesteld, namelijk voor het verkrijgen van een hypotheek. Juist is dat de bv op enig moment tegen de man heeft gezegd dat hij zich aan de werktijden moest houden en moest inklokken en later dat hij helemaal niet meer op het werk hoefde te verschijnen. De bv is daarom (materieel) instructies gaan geven, maar pas vanaf het moment dat de relatie tussen de man en de vrouw gebrouilleerd is geraakt.
Niet uit hoofde van een werkgever-werknemerrelatie, maar om de gemoederen niet hoger te laten oplopen op de werkvloer, zijn instructies gegeven.
Op dezelfde manier behandeld
Verder is nog van belang dat zowel de man als de vrouw loon ontvangen zonder daarop werknemerspremies in te houden of af te dragen. Daaruit blijkt dat zij beiden op dezelfde manier werden behandeld binnen de onderneming. Dit is ook een aanwijzing voor het niet bestaan van een arbeidsovereenkomst en/of gezagsverhouding. Dit wordt bevestigd door de mededeling van de gemachtigde van de man op 28 november 2024 aan de gemachtigde van de vrouw, te weten dat partijen zich beiden gedroegen als dga, zij niet inklokten en zij werktijden aanhielden naar eigen inzicht.
Op 14 maart 2025 bericht de gemachtigde van de man nog eens aan de vrouw dat de man formeel gezien werknemer is, maar dat partijen zich in het verleden altijd samen gedragen hebben als ware zij samen bestuurders van de onderneming. Dit alles duidt erop dat geen sprake is van een gezagsverhouding.
De tussen partijen overeengekomen rechten en verplichtingen kwalificeren niet als een arbeidsovereenkomst. De vorderingen van de man tot betaling van het loon van € 6.541 bruto over november 2025 en het verdere verschuldigde loon wijst de kantonrechter af.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 18 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:707

