De werknemer is in dienst geweest bij de werkgever waar hij zonnepanelen en aanverwante producten verkocht. Hij ontving hiervoor een vast basissalaris en een variabel salaris gebaseerd op hoeveel omzet hij per maand had verdiend.
In de arbeidsovereenkomst van de werknemer is een beding opgenomen waarin staat vermeld dat over het vaste gedeelte van het loon vakantiebijslag verschuldigd is. Partijen zijn verdeeld over de vraag of over het variabele gedeelte ook (deels) vakantiebijslag moet worden betaald.
Oordeel kantonrechter
De werknemer heeft gevorderd voor recht te verklaren dat artikel 4.2 van de arbeidsovereenkomst in strijd is met artikel 59 van de cao, althans subsidiair in strijd met artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en daarom nietig is, en om de werkgever te veroordelen om de achterstallige vakantiebijslag over de periode van 2017 tot en met het einde van het dienstverband alsnog te betalen, vermeerderd met wettelijke rente en de wettelijke verhoging.
De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. De werknemer gaat in hoger beroep.
Nietigheid wegens strijd met WML
Artikel 15 lid 1 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) bepaalt dat een werknemer recht heeft op 8% vakantiebijslag over de som van zijn loon en de uitkeringen waarop hij tijdens de dienstbetrekking aanspraak heeft, met dien verstande dat het bedrag dat boven driemaal het wettelijk minimumloon wordt verdiend buiten beschouwing blijft.
Op grond van artikel 16 lid 5 WML mogen partijen overeenkomen dat de werknemer geen of een lager bedrag aan vakantiebijslag ontvangt, maar alleen als de werknemer meer dan driemaal het minimumloon verdient. Op grond van artikel 19 WML zijn alle bedingen die strijdig zijn met deze wet nietig.
Drie x minimumloon = cap
De kantonrechter heeft geoordeeld dat op grond van deze bepalingen alleen sprake zou zijn van nietigheid van artikel 4.2 van de arbeidsovereenkomst voor het tijdvak dat de werknemer minder verdiende dan driemaal het wettelijk minimumloon – door partijen aangeduid als de ‘cap’ – maar dat dit artikel wel geldig was voor die perioden dat zijn totale loon hoger was dan de cap.
Niet nietig
De werknemer vecht deze temporele nietigheid aan. Volgens de werknemer geldt als hoofdregel dat de nietigheid van een beding absoluut is en niet in temporeel opzicht kan worden beperkt. Daarnaast hanteert de kantonrechter ten onrechte het uitgangspunt dat moet worden voorkomen dat nietigheid verder ingrijpt dan door haar doel gerechtvaardigd wordt, tenzij dit als onredelijk moet worden aangemerkt.
Ook stelt de werknemer dat bij nietigheid geen plaats is voor een redelijkheidstoets en, als dat al het geval zou zijn, dat deze toets in het voordeel van de werknemer moet uitvallen.
Vakantiebijslag over variabele loon uitsluiten
Het hof oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat met artikel 4.2 is bedoeld om het recht op vakantiebijslag over het gehele variabele loon, oftewel het loon op basis van het in artikel 4.3 en artikel 7 in de arbeidsovereenkomst neergelegde bonussysteem, uit te sluiten.
Niet meer verdiend dan cap
Vaststaat dat de werknemer de eerste anderhalve/twee jaren van zijn dienstverband niet meer heeft verdiend dan de cap. Dit betekent dat artikel 4.2 ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 15 lid 1 jo. artikel 19 WMM nietig was.
Nietigheid brengt met zich mee dat de bepaling met terugwerkende kracht vanaf het aangaan daarvan geacht wordt nooit te hebben bestaan. De bepaling herleeft niet automatisch in de periode daarna dat de werknemer meer heeft verdiend dan de cap.
Zorgvuldig(er) in arbeidsovereenkomst moeten opnemen
Als het de bedoeling was geweest van de werkgever om slechts de vakantiebijslag over het variabele loon uit te sluiten voor zover de werknemer meer dan de cap verdiende, zoals hij dat sinds november 2023 in het personeelshandboek heeft opgenomen dan had het op zijn weg gelegen om dat zorgvuldig(er) in de arbeidsovereenkomst op te nemen, mede gelet op de beschermingsgedachte van de WMM.
Alleen vakantiebijslag over basissalaris
Overigens blijkt uit de salarisstroken van de eerste twee jaren uitdrukkelijk dat de werkgever deze bedoeling niet heeft gehad, omdat de werknemer in deze jaren slechts vakantiebijslag over het basissalaris heeft ontvangen, terwijl hij minder dan de cap verdiende. Dit maakt dat artikel 4.2 van de arbeidsovereenkomst nietig is.
Beslissing hof
Het hof:
- verklaart voor recht dat artikel 4.2 van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever in strijd is met artikel 15 WMM en daarom nietig is;
- veroordeelt de werkgever tot betaling aan de werknemer van € 18.408,82 aan achterstallige vakantiebijslag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de data dat de werkgever met de loonbetalingen in verzuim verkeert tot aan de dag van betaling en te vermeerderen met de tot 15% gematigde wettelijke verhoging, neerkomende op € 2.761,32.
Uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden, 1 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3092

