De werknemer is vanaf 1 december 1997 in dienst geweest bij Facilicom. In 2007 is zij gevraagd om manager bij de werkgever (een schoonmaakbedrijf voor zorginstelllingen) te worden. Op 1 februari 2008 werd de manager van de werkgever via een inhuurconstructie met zijn toenmalige werkgever, Facilicom. Per 1 september 2021 is de werknemer formeel in dienst getreden bij de werkgever in de functie van Operationeel Manager.
Onderzoek gedaan
Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft in de periode september 2024 tot november 2024 onderzoek gedaan naar de werknemer. Uit het onderzoeksrapport is onder meer naar voren gekomen dat tussen de periode 1 januari 2022 en 1 november 2024 meer aan de werknemer is voldaan dan op grond van de arbeidsovereenkomst met de werkgever verschuldigd was. Dit betrof onder meer hogere bedragen aan loon, variabele beloning, pensioenbijdrage, onkostenvergoedingen, uitbetaling van overuren en uitbetaling van extra bovenwettelijke verlofuren.
Te hoge bedragen aan werknemer betaald?
De werkgever vordert (terug)betaling van al betaalde bedragen (aan loon, variabele beloning, pensioenbijdrage, onkostenvergoeding en overuren) van de werknemer, omdat zij daar, op grond van de schriftelijk overeengekomen arbeidsovereenkomst, geen recht op had.
Volgens de werkgever is sprake van onverschuldigde betaling ten aanzien van:
- € 186.193,94 voor bedragen aan loon die zijn uitbetaald zonder dat de werknemer er op grond van haar arbeidsovereenkomst aanspraak op kon maken (variabele beloning ad € 86.008,54, pensioenbijdrage ad € 35.352, onkostenvergoeding ad € 4.833,40 en overuren ad € 60.000);
- € 35.049,07 voor het aan de werknemer ten onrechte toekennen en uitbetalen van bovenwettelijke verlofuren.
De gevorderde bedragen (in totaal: € 221.243,01) zijn door Hoffmann Bedrijfsrecherche vastgesteld op grond van het verschil tussen de loonstroken en betalingen en de afspraken uit de arbeidsovereenkomst.
De werknemer stelt zich op het standpunt dat andere/aanvullende afspraken zijn gemaakt en dat zij verder conform de bij de werkgever geldende regels/de cao door de werkgever is betaald.
Andere/aanvullende afspraken
De kantonrechter overweegt dat schriftelijk vastgelegde afspraken in principe leidend zijn bij het antwoord op de vraag wat partijen zijn overeengekomen. Zij oordeelt echter dat de werknemer in dit geval voldoende heeft aangetoond dat zij met de werkgever andere/aanvullende afspraken heeft gemaakt dan wel andere bedragen door de werkgever zijn goedgekeurd dan de afspraken die in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd. Van onverschuldigde betaling is daarom onvoldoende gebleken.
Financieel niet op achteruit
De werknemer stelt dat zij van Facilicom bij de werkgever in dienst is getreden met de afspraak dat zij er financieel niet op achteruit zou gaan. Deze afspraak heeft de werkgever niet weersproken. De directeur van de werkgever, de directeur, die met de werknemer de schriftelijke arbeidsovereenkomst is aangegaan, heeft de geldigheid van die afspraak ter zitting bevestigd.
Bedragen betaald
Vast staat dat de salarisadministratie van de werkgever de door de werkgever als te hoog aangemerkte bedragen (steeds) heeft betaald. De salarisadministrateur heeft op vragen van Hoffmann onder meer verklaard dat het bruto uurloon (€ 44,18 per uur) en de pensioenbijdrage (€ 1.589,00 per vier weken) zijn overgenomen uit de laatste loonstrook van de werknemer van Facilicom.
Voor de conclusie van de werkgever dat de werknemer moedwillig een situatie tot stand heeft gebracht waarin haar structureel meer dan afgesproken werd betaald, is onvoldoende gesteld.
Uit het verweer van de werknemer en de onderbouwing daarvan blijkt verder dat voor wat betreft het loon, de variabele beloning, de pensioenbijdrage, de onkostenvergoeding en de leasebedragen de afspraken uit de schriftelijke arbeidsovereenkomst niet leidend zijn geweest.
Loon
Wat het loon betreft, stelt Hoffmann vast dat het uurloon van de werknemer volgens haar loonstroken vanaf periode 1-2022 € 44,18 bedroeg, terwijl dit op grond van de arbeidsovereenkomst € 34,76 had moeten zijn.
De werknemer voert aan dat door Facilicom een externe financieel expert van AON is ingeschakeld om de salarisafspraken en overige emolumenten – die de werknemer in het kader van haar dienstverband bij Facilicom had – in kaart te brengen en te verwerken in een nieuw arbeidsvoorwaardenpakket.
Over deze berekeningen zijn meerdere overleggen geweest, waar haar leidinggevende bij aanwezig was. De uiteindelijke berekening is door de directeur geaccordeerd. De werknemer verwijst in dit verband naar een schriftelijke verklaring van de leidinggevende d.d. 29 juni 2025.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer met de verklaring van de leidinggevende voldoende heeft onderbouwd dat wat het loon betreft een andere afspraak is gemaakt dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd.
Variabele beloning
De werkgever stelt dat uit de arbeidsovereenkomst volgt dat de werknemer recht had op een vast bedrag aan variabele beloning van € 961,50 bruto per periode bij het behalen van haar persoonlijke doelstellingen.
Volgens de werkgever volgt uit niets dat de werkgever tot het oordeel is gekomen dat de werknemer haar persoonlijke doelen had behaald. Ook als wordt aangenomen dat dit wel zo is geweest, heeft de werknemer nog altijd te veel ontvangen, aldus de werkgever.
De werknemer voert aan dat de in de arbeidsovereenkomst genoemde variabele beloning nooit structureel aan haar is toegekend en uitbetaald. Verder benadrukt zij dat zij niet degene was die over de uitbetaling van haar bonussen besliste. Zij stelt dat de enkele keren dat een bonus aan haar is uitbetaald, dit door de directeur van de werkgever is geaccordeerd.
Verder verwijst de werknemer naar de verklaring van de directeur bij Hoffmann. De directeur verklaart daar dat de bonusregeling voortkwam uit de regeling van (het commerciële bedrijf) Facilicom. De directeur verklaart verder dat de werknemer met hem moest overleggen. Hij verklaart:
“U informeert dat in 2023 een bonus van € 5.700,00 is uitgekeerd. De eerste drie jaar moest ik de bonus letterlijk ondertekenen, zeker omdat we toen nog bij Facilicom hoorden. Dit bedrag is een tikkeltje aan de hoge kant, maar wel realistisch. Ik kreeg een lijstje met namen, prestaties en uitkeringen. Dit ondertekende ik dan.”
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer hiermee voldoende heeft onderbouwd dat de aan haar uitgekeerde variabele beloning door de werkgever was goedgekeurd en dat het bedrag genoemd in de arbeidsovereenkomst daarvoor niet de grondslag vormde.
Pensioenbijdrage
De werkgever stelt dat de werknemer te veel pensioenbijdrage heeft ontvangen. Uit de arbeidsovereenkomst volgt dat de werknemer recht had op € 607 per periode van vier weken, terwijl zij een maandelijkse pensioenbijdrage van € 1.589 ontving.
De werknemer voert aan dat andere afspraken zijn gemaakt. Zij verwijst hiervoor naar een e-mail van een HR-medewerker van Facilicom. Hij schrijft: “Voor jouw compensatie pensioen van netto € 706,00 heb ik een vaste bruto vergoeding van € 1.589 opgevoerd per 01.09.2021.”
De leidinggevende reageert vervolgens: “Ik kan wel leven met deze berekening (…)” Ook de salarisadministrateur van de werkgever bevestigt bij Hoffmann dat hij dit bedrag vanuit Facilicom heeft ontvangen en overgenomen.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer hiermee voldoende heeft onderbouwd dat een ander bedrag aan pensioenbijdrage is afgesproken, dan het bedrag genoemd in de arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft nog opgemerkt dat de goedkeuring van de leidinggevende na tot het sluiten van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden en dat het er alle schijn van heeft dat de leidinggevende op eigen houtje opereerde. De kantonrechter laat deze stelling voor wat het is. De werkgever heeft immers niet gesteld noch onderbouwd dat de leidinggevende niet bevoegd was om namens de werkgever deze aanvullende afspraak goed te keuren.
Onkostenvergoeding
De werkgever stelt dat de werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst recht had op een onkostenvergoeding van € 171,76 netto per periode van vier weken. Hoffman heeft vastgesteld dat de uitbetaalde onkostenvergoeding varieerde tussen de € 225 en € 420, afhankelijk van het aantal gewerkte uren.
De werknemer wijst erop dat (nadien) een andere afspraak is gemaakt en dat de mogelijkheid tot het maken van een dergelijke aanvullende afspraak uitdrukkelijk uit de arbeidsovereenkomst blijkt. Zij verwijst ter onderbouwing op e-mailcorrespondentie met HR Facilicom, de schriftelijke goedkeuring door de leidinggevende en de schriftelijke verklaring van de leidinggevende. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer hiermee voldoende heeft aangetoond dat aanvullende afspraken zijn gemaakt.
Leasebedragen
Ook wat betreft de leasebedragen stelt de werkgever zich op het standpunt dat te veel is betaald. Op grond van de arbeidsovereenkomst had de werknemer recht op een leaseprijs van maximaal € 950 terwijl de leaseprijs die aan de werknemer is uitgekeerd bijna anderhalf keer meer was (€ 1.400 per maand).
De werknemer betwist uitdrukkelijk dat zij het in de arbeidsovereenkomst vastgelegde bedrag niet mocht overstijgen. Zij had expliciet toestemming van de directeur om een leaseauto te rijden met een hoger maandbedrag. Zij verwijst hiervoor op de verklaring van de directeur bij Hoffmann. De directeur verklaart daar dat bij de switch van Facilicom is besproken dat de werknemer een auto reed die duurder was dan het maximale leasebedrag uit de arbeidsovereenkomst. Hij deelt mee dat het kan zijn dat hij daar tijdelijk goedkeuring voor heeft gegeven.
De werknemer betwist dat sprake is geweest van een goedkeuring voor korte termijn. Verder verwijst zij naar een e-mail van de Algemeen Directeur van 6 september 2024 waaruit blijkt dat de Algemeen Directeur het leasecontract van de werknemer tot uiterlijk 31 december 2024 wil laten doorlopen en dat het prima is dat de werknemer qua fiscale waarde een uitzondering is op het wagenparkbeleid.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer hiermee voldoende heeft onderbouwd dat een andere afspraak is gemaakt dan in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen. Dat die afspraak slechts tijdelijk was is door de werknemer weersproken en niet nader door de werkgever onderbouwd.
Vergoeding overuren
De werkgever stelt dat de werknemer ten onrechte overuren vergoed heeft gekregen. De werknemer had slechts voor hooguit 10% recht op vergoeding van overuren, daarboven had zij toestemming van de werkgever moeten vragen. Het moet er – volgens de werkgever – voor worden gehouden dat de werknemer in de jaren 2022 en 2023 90% van de vergoeding ten onrechte vergoed heeft gekregen.
De werknemer betwist uitdrukkelijk dat zij slechts 10% overuren zonder toestemming mocht laten uitbetalen en beroept zich op andere afspraken. Zij verwijst daarvoor naar de verklaring van de directeur bij Hoffmann en de verklaring van de leidinggevende.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer voldoende heeft onderbouwd dat haar overuren door de werkgever werden vergoed.
Bovenwettelijke verlofuren
De werkgever stelt dat uit controle van de loonstroken, verlofkaarten en overschrijvingen door Hoffmann is vastgesteld dat de werknemer zichzelf in 2024 ten onrechte 702,56 bovenwettelijke verlofuren heeft laten uitbetalen.
De werkgever stelt dat:
- de werknemer veel meer verlofuren had dan waar zij volgens haar verlofkaart tot en met oktober 2024 recht op had;
- het in 2023 opgebouwde saldo van 270 bovenwettelijke verlofuren die de werknemer zichzelf heeft laten uitkeren geen contractuele grondslag had; en
- de werknemer voor uitbetaling van bovenwettelijke verlofuren toestemming nodig had van de statutair bestuurder van de werkgever, en die niet was gevraagd en/of verkregen.
De werknemer voert aan dat bovenwettelijke verlofuren standaard worden opgebouwd in- en toegekend door het systeem. Dit was geen handmatig werk en de werknemer heeft daar geen enkele invloed op gehad.
De werknemer wijst op het feit dat bovenwettelijke verlofuren mogen worden uitbetaald, wat ook blijkt uit de cao Schoonmaak. De werknemer stelt niet bekend te zijn met het feit dat ze daar toestemming voor nodig had en dat dit ook nergens uit blijkt.
De kantonrechter volgt de stelling van de werknemer dat zij geen invloed heeft gehad op de toekenning van bovenwettelijke verlofuren. Voor de conclusie van de werkgever dat de werknemer zichzelf bovenwettelijke verlofuren heeft toegekend, is onvoldoende gesteld.
Om nadere uitleg moeten vragen
Uit het rapport van Hoffmann blijkt dat Hoffmann het opvallend vindt dat de werknemer in 2023 270 extra uren toegewezen krijgt. Ze noteert dat het onduidelijk is waarom de werknemer daar recht op heeft. De conclusie van de werkgever dat de werknemer zichzelf 270 bovenwettelijke verlofuren heeft laten uitkeren zonder contractuele grondslag is in het licht hiervan niet te volgen. Het had op de weg van de werkgever gelegen om de (externe) boekhouding om nadere uitleg te vragen. Nu dit niet is gebeurd, wordt het standpunt van de werkgever dat de werknemer ten onrechte 270 bovenwettelijke verlofuren heeft ontvangen, verworpen.
Toestemming moeten vragen?
Op het verweer van de werknemer over de onbekendheid met een afspraak dat zij toestemming had moeten vragen voor uitbetaling van bovenwettelijke verlofuren is niet meer door de werkgever gereageerd, zodat het standpunt van de werkgever dat de werknemer toestemming had moeten vragen, wordt verworpen. De enkele mededeling (zonder onderbouwing) door de directeur bij Hoffmann, is voor het vaststellen van deze afspraak onvoldoende.
Onvoldoende is gebleken van onverschuldigde betaling door de werkgever. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van € 221.243,01 af.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 7 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:94

