De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst en wijst een transitievergoeding en billijke vergoeding toe.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer werkte als verkoopmedewerker bij de rechtsvoorganger van de werkgever.
De werkgever heeft op 1 november 2021 een filiaal van een bedrijf overgenomen en als eenmanszaak geëxploiteerd. De vestiging is per 1 oktober 2024 gesloten naar aanleiding van het besluit van het moederbedrijf om niet verder te gaan met de locatie van de werkgever.
De werknemer heeft een kortgedingprocedure tegen de werkgever gevoerd in verband met achterstallig salaris. Bij het vonnis van 3 februari 2025 is de werkgever veroordeeld tot betaling van het (achterstallige) loon totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou worden beëindigd.
Omdat de werkgever ook na het gewezen vonnis niet tot betaling is overgegaan, heeft de werknemer een deurwaarder de opdracht gegeven het vonnis te executeren. Op die manier heeft de werknemer wel enig bedrag verhaald, maar niet de gehele loonvordering.
Verzoek om ontbinding
De werknemer verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever met ingang van 31 augustus 2025 te ontbinden, met toekenning van € 24.582,13 bruto aan transitievergoeding, € 54.422,16 aan billijke vergoeding.
Benarde financiële situatie
De werknemer legt het volgende aan haar verzoeken ten grondslag. De werkgever heeft ondanks verschillende sommaties en een gerechtelijke procedure tot nu toe geen ontslagvergunning bij het UWV aangevraagd. Hij betaalt echter ook geen loon aan de werknemer, waardoor de werknemer zich in een benarde financiële situatie bevindt. Ze kan geen uitkering krijgen en moet interen op haar reserves om rond te komen. Dit handelen c.q. nalaten van de werkgever levert een dringende reden op voor de werknemer, waardoor van haar niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te laten duren.
Als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is hij ook de transitievergoeding en een billijke vergoeding aan de werknemer verschuldigd, aldus de werknemer.
Loon niet betaald
Bij de beoordeling van de verzochte ontbinding stelt de kantonrechter voorop dat betaling van loon één van de hoofdverplichtingen van de werkgever op grond van de arbeidsovereenkomst is. Tussen partijen staat vast dat de werkgever het loon van de werknemer vanaf 1 oktober 2024 – afgezien van het bedrag dat door executiemaatregelen is ontvangen – niet meer heeft betaald.
Het (langdurig) niet meer voldoen aan de loonbetalingsverplichting vormt volgens de kantonrechter voor de werknemer een zodanige omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 november 2025.
Transitievergoeding
Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever omdat hij niet aan zijn loonbetalingsverplichtingen heeft voldaan. De werkgever is een bedrag van € 24.582,13 bruto aan transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd.
Billijke vergoeding
In de eerste gerechtelijke procedure tussen partijen is naar voren gekomen dat de werkgever (mogelijk) onjuist is geïnformeerd door het moederbedrijf over het beëindigen van de arbeidsovereenkomsten met zijn werknemers, namelijk dat hij faillissement moest aanvragen of een vaststellingsovereenkomst met de werknemers moest sluiten.
Geen ontslagvergunning aangevraagd
De werkgever was kennelijk niet gewezen op de mogelijkheid van het aanvragen van een ontslagvergunning via het UWV wegens bedrijfsbeëindiging en was op dat gebied wellicht onwetend. Daarna is de werkgever echter meerdere keren, waaronder door de kantonrechter tijdens de kortgedingzitting, erop gewezen dat hij een ontslagvergunning moest aanvragen bij het UWV. Dit heeft hij om onbekende redenen nog altijd niet gedaan.
Geen WW-uitkering kunnen aanvragen
Aangezien de werkgever geen ontslagvergunning heeft aangevraagd, heeft de werknemer tot nu toe geen (WW-)uitkering kunnen aanvragen bij het UWV. Dit wordt echter gecompenseerd door de titel die de werknemer op 3 februari 2025 heeft verkregen, op basis waarvan zij tot de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst loon op de werkgever kan verhalen.
In financiële problemen door werkgever
De werknemer heeft gemotiveerd gesteld dat zij in de financiële problemen is gekomen doordat de werkgever niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Hoewel de werknemer (mogelijk) nog niet erin is geslaagd een nieuwe werkgever te vinden en zij aanneemt dat het nog twee jaar zal duren voordat zij ander werk heeft gevonden, geldt als uitgangspunt dat de werknemer eerder tot een einde van het dienstverband met de werkgever wenste te komen, maar dat dat niet gebeurde door het nalaten van de werkgever. Dat is nu juist het verwijt aan de werkgever; als hij juist had gehandeld, was de werknemer al enige tijd uit dienst geweest vanwege bedrijfseconomische redenen.
De kantonrechter acht in de gegeven omstandigheden een vergoeding van € 5.000 bruto passend en wijst dit bedrag toe.
Uitspraak Rechtbank Gelderland, 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9457

