Het nieuwe, vereenvoudigde verlofstelsel wordt ingedeeld in drie pijlers, in lijn met het SER-advies Balans in maatschappelijk verlof, namelijk:
- Verlof rond de geboorte van en de zorg voor kinderen.
- Verlof voor de zorg voor naasten.
- Persoonlijk verlof.
Binnen de pijlers worden de voorwaarden en vereisten van de verschillende regelingen zo veel mogelijk gelijkgetrokken. In lijn met het SER-advies zal de vereenvoudiging niet leiden tot een inperking van de maximale betalingshoogte en verlofduur.
Met de brief Scenario’s vereenvoudiging verlofstelsel is eerder geïnformeerd over de verdergaande vereenvoudigingsmogelijkheden, zoals het samenvoegen van verlofregelingen tot één verlofregeling voor ouders.
Aanvullend geboorteverlof
Het valt op dat sommige mensen het aanvullend geboorteverlof om financiële redenen niet opnemen. Onderdeel van het SER-advies was een bodem in de betaalhoogte van verlof en balans in de financiering. Veel mogelijke oplossingsrichtingen brengen echter (grote) financiële gevolgen met zich mee, waarvoor op dit moment geen middelen zijn gereserveerd.
Pijler 1: verlof rond geboorte van en zorg voor kinderen
Onder deze pijler vallen de verlofregelingen rond de geboorte van en zorg voor kinderen. Aan de verlofregelingen in deze pijler wordt veel vereenvoudigd. Wel blijven er verschillen tussen het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de andere verlofregelingen. Dit verlof verschilt in doelen en aard namelijk behoorlijk van de andere regelingen.
De hervorming van het extra bevallingsverlof leidt tot hogere uitgaven, terwijl de vereenvoudiging van de ZEZ-uitkering leidt tot lagere uitgaven.
Opnametermijnen
De opnametermijnen van het verlof rond de komst van het kind worden gelijkgetrokken. De opnametermijn voor het (aanvullend) geboorteverlof, adoptie- en pleegzorgverlof en het flexibel bevallingsverlof wordt een half jaar vanaf de komst van het kind. De opnametermijn van het zwangerschaps- en bevallingsverlof en het (betaald) ouderschapsverlof blijven ongewijzigd. Eenzelfde opnametermijn biedt ouders en werkgevers duidelijkheid. Binnen deze opnameperiode kan de rechthebbende het verlof naar eigen inzicht opnemen, in overleg met de werkgever.
Aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure van de verlofsoorten binnen deze pijler wordt geharmoniseerd. De werknemer moet de wens om verlof op te nemen uiterlijk zes weken voor ingang van het verlof delen met de werkgever. Op dit moment verschilt dit nog van twee weken tot twee maanden vooraf. De werknemer weet dan wat de mogelijkheden zijn om werk en privé te combineren. En de werkgever kan afspraken maken over de verlofopname die passen bij de mogelijkheden binnen de organisatie.
Extra bevallingsverlof
Het extra bevallingsverlof wordt hervormd. In de toekomst krijgt iedereen recht op tien weken bevallingsverlof na de uitgerekende datum. Hiermee weten alle rechthebbenden vooraf altijd waar ze aan toe zijn. Afhankelijk van de situatie bestaat nu recht op tot tien weken extra bevallingsverlof, naast het reguliere zwangerschaps- en bevallingsverlof van ten minste zestien weken. Dit geldt als het kind in het ziekenhuis is opgenomen tijdens het verlof. Met de toekomstige vormgeving zou iemand in haar situatie, naast het reguliere zwangerschaps- en bevallingsverlof, zes weken extra bevallingsverlof krijgen.
Na een zwangerschap van 28 weken zou het reguliere zwangerschaps- en bevallingsverlof namelijk vier weken na de uitgerekende datum aflopen. De nieuwe vormgeving komt dus tegemoet aan situaties van vroeggeboorte voor 34 weken zwangerschap. Ook is het recht op extra verlof niet meer afhankelijk van ziekenhuisopname. Daarmee vereenvoudigt de regeling flink, onder meer omdat rechthebbenden geen aparte aanvraag meer hoeven te doen. En omdat er geen verklaringen over de ziekenhuisopname meer nodig zijn als bewijsstuk.
ZEZ-uitkering (Zelfstandig en Zwanger)
ZEZ-uitkering: urencriterium afgeschaft.
Het urencriterium dat wordt gebruikt bij de ZEZ-uitkering wordt afgeschaft. Zelfstandigen die in het afgelopen (boek)jaar minimaal 1.225 uur hebben gewerkt, ontvangen nu de maximale ZEZ-uitkering (het minimumloon). Het is nu niet duidelijk welke uren al dan niet meetellen in dit criterium en UWV kan hier niet goed op controleren. In de toekomst wordt voor de vaststelling van de uitkeringshoogte naar het inkomen (de winst) gekeken. Bij de nieuwe vormgeving wordt rekening gehouden met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarin speelt het VN-Vrouwenverdrag een belangrijke rol, namelijk dat (de kans op) zwangerschap en bevalling voor vrouwen geen belemmering mag vormen om te gaan of blijven werken.
Pijler 2: verlof voor de zorg voor naasten
Binnen deze pijler is plaats voor verlof voor de zorg voor naasten. Werknemers kunnen dit verlof inzetten om voor hulpbehoevende of zieke naasten te zorgen. Het kan om uiteenlopende situaties en sociale relaties gaan. Bijvoorbeeld om voor een ziek kind te zorgen, om te mantelzorgen voor een ouder, maar ook om een buur te helpen die thuiszit met een gebroken been. Het huidige kort- en langdurend zorgverlof vallen onder deze pijler. Het kortdurend en langdurend zorgverlof wordt samengevoegd tot één zorgverlofregeling van acht weken.
Twee betaalde weken
Tijdens de eerste twee weken van het verlof is recht op zeventig procent van het loon en ten minste het minimumloon (het huidige kortdurend zorgverlof). De overige zes weken zijn (wettelijk) onbetaald (het huidige langdurend zorgverlof).
Met het samenvoegen worden de twee betaalde weken voor een breder aantal situaties inzetbaar. Naast de noodzakelijke verzorging van een zieke naaste, wordt het ook mogelijk dit in te zetten voor de noodzakelijke verzorging van een hulpbehoevende naaste. Ook kan men het verlof inzetten voor de verzorging van een levensbedreigend zieke naaste, bijvoorbeeld bij palliatieve zorg.
Pijler 3: persoonlijk verlof
In deze pijler passen verlofregelingen voor persoonlijke situaties.
Het gaat daarbij om specifieke of persoonlijke omstandigheden waardoor het werk tijdelijk niet kan worden verricht. Kenmerkend voor persoonlijk verlof is dat het niet per definitie gaat om de zorg voor een ander, zoals voor verlof in de andere pijlers wel geldt. Van de bestaande verlofregelingen past het calamiteiten- en ander kortverzuimverlof onder deze pijler. Dit verlof kan onder meer worden ingezet bij zeer bijzondere persoonlijke of onvoorziene omstandigheden, bijvoorbeeld een brand of lekkage thuis of bij het overlijden van een naaste.
Decentrale afspraken
De duur van het verlof is kort en wordt op basis van de situatie vastgesteld. Binnen de invulling van pijler 3 is er ruimte voor decentrale afspraken en maatwerk rondom verlof, bijvoorbeeld via cao’s, zoals wordt aanbevolen in het SER-advies. De nieuwe inrichting van het verlofstelsel biedt ruimte om in de toekomst bijvoorbeeld een rouwverlof of transitieverlof aan deze pijler te kunnen toevoegen. Op dit moment zijn hier geen wettelijke verlofregelingen voor. Wel worden hier in cao’s afspraken over gemaakt.
Streefdatum wetsvoorstel: 1 juli 2027
De komende periode wordt gebruikt om de vereenvoudigingsmaatregelen verder uit te werken. Het voornemen van de minister is om voor het einde van dit jaar een conceptwetsvoorstel klaar te hebben voor toetsen en consultaties, zoals de internetconsultatie en de uitvoeringstoets van UWV. Hierna kan Paul meer duidelijkheid geven over wanneer de nieuwe wet in kan gaan. Het streven is het wetsvoorstel per 1 juli 2027 te laten ingaan.
Deze maand start de evaluatie van het betaald ouderschapsverlof. Hierin worden deze punten verder onderzocht. De uitkomsten hiervan worden in de eerste helft van 2026 met de Tweede Kamer gedeeld. Ook zal UWV na invoering van het wetsvoorstel een invoeringstoets uitvoeren, dat inzicht biedt in de eerste ervaringen met het nieuwe verlofstelsel.
Kamerbrief Voortgang vereenvoudiging verlofstelsel

