Wat betekent de verlaging van het maximumdagloon met 20 procent voor vrouwen die met zwangerschapsverlof gaan?
De uitkering bij zwangerschap bedraagt 100 procent van het dagloon in de referteperiode, gemaximeerd op het maximumdagloon. Door de verlaging van het maximumdagloon wordt dit plafond lager, waardoor vrouwen met een inkomen hoger dan 80 procent van het huidige maximumdagloon tijdens hun zwangerschapsverlof een lagere uitkering ontvangen.
Afspraken in cao’s
Uit uitvoeringsgegevens blijkt dat in 2024 circa 17 procent van de vrouwen met een zwangerschaps- of bevallingsverlofuitkering een uitkering had die hoger lag dan 80 procent van het toen geldende maximumdagloon. De werkgever kan er daarnaast voor kiezen om het loon aan te vullen boven het maximumdagloon. In veel sectoren zijn hierover afspraken gemaakt in cao’s. Dit betekent dat werkgevers in die gevallen het verschil boven het maximumdagloon voor eigen rekening nemen.
Uit eerder onderzoek komt naar voren dat bij 44 procent van de cao’s is opgenomen dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot 100 procent van het loon wordt aangevuld. Werkgevers kunnen ook buiten een cao om de uitkering tijdens zwangerschap aanvullen tot 100 procent van het (onbegrensde) loon of het loon doorbetalen. Hier zijn geen cijfers over bekend.
Het aandeel werknemers ligt vermoedelijk hoger dan op basis van cao-afspraken alleen kan worden vastgesteld. Voor zelfstandigen die gebruikmaken van het zwangerschapsverlof geldt dit niet. Voor deze groep werkt een verlaging van het maximumdagloon daardoor volledig door in de hoogte van de uitkering.
Maximum dagloon per 1 januari 2026
Het maximum dagloon lag op 1 januari 2026 op €304,25 per dag. De huidige maximale maandelijkse uitkering is het dagloon keer 21,75 (het gemiddeld aantal werkdagen per maand) en komt hierdoor neer op 6.617,44 euro bruto per maand.
Bij een verlaging van het maximumdagloon met 20 procent zou de maximale uitkering uitkomen op 5.293,95 euro bruto per maand. De maximale uitkering komt hiermee dus 1.323,49 euro bruto per maand lager te liggen. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof duurt 16 weken. Uitgaande van deze verlofduur bedraagt het inkomensverlies over de verlofperiode maximaal 4.868 euro bruto.

Meer inkomstenderving
Kunt u cijfermatig toelichten waarom de werkgeverspremies als gevolg van het verlagen van het maximumdagloon met ruim 2,3 miljard euro dalen, terwijl de besparing op de uitgaven slechts 0,7 miljard euro bedraagt?
De vermindering van 0,7 miljard euro betreft de lagere uitgaven aan de verschillende uitkeringsregelingen als gevolg van de verlaging van het maximumdagloon. De verlaging van het maximumpremieloon leidt tot een veel groter bedrag aan gederfde premie-inkomsten. Dat komt doordat de hoogte van een uitkeringen maar een deel is van het maximumdagloon, vaak 70 procent of lager als bijvoorbeeld sprake is van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of gedeeltelijke werkloosheid.
Daarnaast zijn de premie-inkomsten zelf hoger dan de uitgaven aan de werknemersverzekeringen. Een daling van de grondslag met 20 procent zorgt dus voor meer inkomstenderving dan uitgavenderving.
Verder is het waarschijnlijk zo dat mensen met een loon op of boven het maximumdagloon relatief ondervertegenwoordigd zijn in de uitkeringsontvangers.
Salaris boven maximumdagloon
Hoeveel werknemers hebben een salaris boven het huidige maximumdagloon en het beoogde maximumdagloon?
Het antwoord op deze vraag is gebaseerd op de verwachtingen voor 2029, omdat dit het jaar van invoering is van de maatregel. De verlaging van het maximumdagloon werkt door in de hoogte van verschillende uitkeringen, te weten de ziekte-, arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- en verlofregelingen. Werknemers zijn verzekerd voor inkomensverlies als een van deze situaties zich voordoet.
Op basis van de meest recente inzichten zullen in 2029 naar verwachting circa 1,5 miljoen mensen één van deze uitkeringen ontvangen.
Lagere uitkering
Op basis van de meest recente inzichten zullen grofweg 260.000 mensen hiervan een lagere uitkering ontvangen vanwege de verlaging van het maximumdagloon (en dus een uitkering ontvangen op basis van het beoogde maximumdagloon). Hierbij gaat het om circa 110.000 mensen met een uitkering die gebaseerd is op het huidige maximumdagloon.
Ook kan de verlaging doorwerken in de loondoorbetaling bij ziekte. Het maximale loon waarover een werkgever 70% loon moet doorbetalen bij ziekte is wettelijk gemaximeerd op het maximum premieloon.
Het maximum premieloon daalt mee met de verlaging van het maximumdagloon. Veel cao’s kennen hier echter bovenwettelijke aanvullingen op. Het is mede daardoor niet goed in te schatten hoeveel mensen dit daadwerkelijk raakt.
Hoeveel Aof-premie omhoog?
Met hoeveel procentpunt moet de Aof-premie omhoog om de bezuiniging op het maximum dagloon te realiseren en te compenseren voor de verlaging van het maximum premieloon? Hoeveel is dat voor het lage tarief en hoeveel voor het hoge tarief (bij een gelijkblijvende verhouding)?
Om de verlaging van het maximumdagloon te compenseren moet het tarief van de Aof-premie ongeveer 0,45 procentpunt omhoog. Daarbij is er van uitgegaan dat het hoge en lage tarief even veel stijgen. Als de verhouding tussen het hoge en lage tarief gelijk moet blijven, dan zou het hoge tarief met 0,47 procentpunt stijgen en het lage tarief met 0,38 procentpunt.
Hoeveel Awf-premie omhoog?
Met hoeveel procentpunt moet de Awf-premie omhoog als gevolg van de verlaging van het maximum premieloon?
Om de verlaging van het maximumdagloon te compenseren moet het tarief van de AWf-premie (zowel het hoge tarief als het lage tarief) ongeveer 0,22 procentpunt omhoog.

