In de meeste cao’s is de loondoorbetaling bij ziekte gedurende twee jaar samen, hoger dan 170%. Hieraan is dan wel de voorwaarde verbonden dat sprake moet zijn van gedeeltelijke werkhervatting of actief meewerken aan re-integratie. Voor iets meer dan de helft van de werknemers bedraagt de loondoorbetaling in het eerste jaar 100%. Als sprake is van ziekteverzuim als gevolg van een beroepsziekte of arbeidsongeval, geldt voor ruim een derde van de werknemers de afspraak dat het loon volledig wordt doorbetaald.
Voor ruim twee derde van de werknemers onder de onderzoekcao’s zijn afspraken opgenomen over bovenwettelijke aanvullingen bij arbeidsongeschiktheid na de eerste twee ziektejaren. Het gaat hierbij vooral om afspraken over aanvullingen bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Voor ruim een kwart (circa 1,5 miljoen) van de werknemers onder de onderzoekcao’s gelden bovenwettelijke regelingen over reparatie van het derde WW-jaar.
Begin 2025 is sprake van 19 verzamelcao’s waarin voor sectoren en bedrijven de reparatie concreet is geregeld. Daarnaast kent de sector Metaal en Techniek een eigen cao, waaruit de reparatie van het 3e WW-jaar wordt gefinancierd en is er voor de werknemers in de Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VV&T) een collectieve verzekering afgesloten. De bovenwettelijke afspraken in cao’s, de PAWW-cao’s en de AOV VV&T gelden samen voor circa 4,5 miljoen werknemers.
Loondoorbetaling gedurende 1e en 2e ziektejaar
Een werknemer heeft de eerste twee ziektejaren recht op loondoorbetaling van 70% van zijn loon. In de cao kan zijn afgesproken dat de werknemer een aanvulling op de wettelijke loondoorbetaling krijgt, al dan niet met als voorwaarde het meewerken aan re-integratie. Re-integratie-inspanningen kunnen zijn het deels weer werken in de eigen functie, het verrichten van andere (passende) arbeid, het werken op arbeid therapeutische basis, het volgen van scholing of een re-integratietraject. Op basis van het bovenstaande zijn in cao’s vier categorieën loondoorbetaling tijdens de eerste twee ziektejaren te onderscheiden:
- Minder dan 170%, ongeacht re-integratie-inspanningen
Hiervan is sprake voor circa 1% van de werknemers onder de onderzoekcao’s. Het gaat om drie cao’s: E-commerce Nederland, Nederlands Horecagilde en Facilitaire Contactcenters. De loondoorbetaling in het eerste ziektejaar is daarbij minder dan 100%. - Gelijk aan 170%, ongeacht re-integratie-inspanningen
Dit geldt voor 19% van de werknemers onder de onderzoekcao’s, met name in de sectoren horeca (89%), cultuur, sport, recreatie/overige dienstverlening (47%) en bouw (44%). 13% van de werknemers in deze categorie krijgt in het eerste ziektejaar minder dan 100% doorbetaald. - Gelijk aan 170%, maar hoger dan 170% bij werkhervatting of re-integratie-inspanningen
Dit geldt voor bijna zes op de tien werknemers (58%) onder de onderzoekcao’s. Voor 49% van de werknemers in deze categorie bedraagt de loondoorbetaling tijdens het 1e ziektejaar 100%. Voor het overige deel (9%) is de loonaanvulling tijdens het 1e ziektejaar minder dan 100%. Als de werknemer voldoet aan de re-integratieverplichtingen variëren de aanvullingspercentages van 5% tot 30%. Onder deze categorie vallen bijna alle werknemers in de sectoren landbouw en zorg (circa negen op de tien). Ook valt hieronder ruim driekwart van de werknemers in de sectoren openbaar bestuur, zakelijke dienstverlening en onderwijs. - Hoger dan 170%, ongeacht re-integratie-inspanningen
Voor 23% van de werknemers is de loondoorbetaling bij ziekte tijdens de eerste twee ziektejaren zonder meer hoger dan 170%. Dit geldt voor ruim de helft van werknemers in de sectoren bouw, handel en financiële instellingen en relatief vaker voor werknemers onder een ondernemingscao (37%) dan voor werknemers onder een bedrijfstakcao (26%).
Voor een vijfde van de werknemers in deze categorie (21%) is gedurende het 1e ziektejaar de loondoorbetaling minder dan 100%. Meestal wordt het loon de eerste zes maanden nog wel volledig doorbetaald, daarna daalt het percentage loondoorbetaling.
In 14 cao’s, van toepassing op 2% van de werknemers in de selectie wordt het loon in het eerste ziektejaar voor 100% doorbetaald. Voorbeelden zijn de cao’s in het openbaar vervoer, RET NV, Schiphol Nederland en de Bijenkorf.

Uit figuur 6-1 blijkt dat de loondoorbetaling bij ziekte gedurende de eerste twee ziektejaren voor bijna alle werknemers onder de onderzoekcao’s 170% of meer bedraagt. Voor 81% van de werknemers is de loondoorbetaling hoger dan 170% (al dan niet onder voorwaarden). Voor bijna de helft (43%) van de werknemers wordt het loon tijdens het eerste ziektejaar niet volledig doorbetaald.
In tabel 6-1 zijn de onderscheiden categorieën inclusief de loondoorbetaling in het eerste ziektejaar gespecificeerd naar aantal werknemers onder de selectiecao’s.

Beroepsziekten en arbeidsongevallen: loondoorbetaling
De loondoorbetaling in de eerste twee ziektejaren kan afwijken als er sprake is van een beroepsziekte of arbeidsongeval. Voor ruim een derde (39%) van de werknemers is bij cao afgesproken dat in zo’n situatie 100% loondoorbetaling plaatsvindt. Ook kunnen er in dat geval afwijkende afspraken gelden voor wachtdagen.
Wachtdagen
Een werkgever mag tijdens de eerste twee ziektedagen van de werknemer het loon of een verlofdag inhouden. Dit mag alleen als het in de arbeidsovereenkomst of cao is afgesproken. In 36 van de onderzoekcao’s, van toepassing op 35% van de werknemers, zijn afspraken over wachtdagen opgenomen.
De afspraken over wachtdagen zijn divers. Vaak gelden wachtdagen vanaf de 1e ziektemelding, maar ze kunnen ook pas vanaf een 2e of 3e ziektemelding worden ingehouden. In een aantal cao’s wordt één wachtdag per ziektemelding ingehouden, maar bij frequenter ziekteverzuim (bijvoorbeeld na de 4e ziekmelding) twee dagen. Dit is het geval bijvoorbeeld voor de cao’s Informatie-, Communicatie- en Kantoortechnologiebranche (ICK) en Zorgvervoer en Taxi. In de cao voor de Groothandel in Bloemen en Planten is een maximum (negen) wachtdagen per jaar afgesproken.
Voor ongeveer de helft van de werknemers onder een cao met een afspraak over wachtdagen, worden bij beroepsziekte of arbeidsongeval geen wachtdagen gehanteerd.
Kwetsbare werknemers: loondoorbetaling
Cao’s kunnen speciale afspraken bevatten voor kwetsbare werknemers, bijvoorbeeld met een chronische of levensbedreigende aandoening. In 16 cao’s van toepassing op 21% van de werknemers is een afspraak gevonden, waarbij de loondoorbetaling wordt aangevuld en/of geen wachtdagen gelden.
Bovenwettelijke aanvullingen na 2e ziektejaar
Na twee jaar ziekte bepaalt een arbeidsdeskundige van het UWV de mate van arbeid(on)geschiktheid en kan een werknemer in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Cao-partijen kunnen afspraken maken over aanvullingen op de eventuele uitkering.
In 97 cao’s, van toepassing op 69% van de werknemers, staan afspraken over bovenwettelijke aanvullingen bij arbeidsongeschiktheid na de eerste twee ziektejaren. Het gaat hier om 68% van de werknemers onder de onderzochte bedrijfstakcao’s en om 78% van de werknemers onder de onderzochte ondernemingscao’s.
Loondoorbetaling eerste twee ziektejaren
Een beeld wordt gegeven van het percentage werknemers dat valt onder een cao met een afspraak over de loondoorbetaling gedurende de eerste twee ziektejaren. Tabel 6-3 laat zien wat de percentages waren in de jaren sinds 2020.

Uit de tabel lijkt het alsof er in de afgelopen vijf jaren geen ontwikkeling is. Dat wil niet zeggen dat partijen geen afspraken maken, maar dat het gemiddelde percentage over twee jaren wel hetzelfde blijft. Zo kan het zijn dat ervoor wordt gekozen om het eerste half jaar het percentage loonaanvulling te verlagen en het percentage in het laatste half jaar weer te verhogen. Dit is bijvoorbeeld zo afgesproken in het akkoord van PostNL.
Aanvulling bij arbeidsongeschiktheid na eerste twee ziektejaren
Vanaf 2020 is het percentage werknemers dat valt onder een cao met afspraken over een bovenwettelijke aanvulling vrijwel constant.

Figuur 6-2 laat zien dat het percentage werknemers waarvoor afspraken over bovenwettelijke aanvullingen zijn gemaakt in 2021 vrijwel gelijk blijft aan 2020 nagenoeg gelijk blijft. In 2023 neemt het aantal werknemers met een afspraak voor <35% en >= 35% (WGA) toe. Voor de jaren 2024 en 2025 is sprake van een stabiel beeld.

