Hoe is het in Nederland in 2025 gesteld met het welbevinden van werkenden? Welke aspecten van werk motiveert werknemers, wat vinden ze belangrijk, hoeveel en waar willen ze werken? En hoe ervaren werkgevers in het mkb dat? Ipsos I&O onderzocht dit.
Hoe zit het met jonge werknemers?
Werkgevers zijn blij met jonge werknemers, omdat ze ambitieus, verfrissend, slim en creatief zijn. Dat ze privé minstens zo belangrijk vinden als het werk wordt door sommige werkgevers gewaardeerd of minstens begrepen. En ze stimuleren innovatie.
Zes op tien ondernemers zeggen: ‘werknemers die zijn opgegroeid met technologie zijn beter in staat om innovatie te stimuleren’, werkgevers met meer dan tien werknemers nog vaker (72%) dan degenen met maximaal tien mensen in dienst (49%). Kortom: bedrijven kunnen niet zonder jonge werknemers.
Maar ondernemers vinden ook dat jonge werknemers (tot 35 jaar) hun privéleven teveel voorop stellen. Ze vinden het lastig dat jongeren niet fulltime willen werken, eerder drie of vier dagen en dan ook nog wanneer en waar zij willen.
Jongeren hebben bovendien een lagere werkethos dan ouderen, zo zeggen veel ondernemers. Ze zijn eigenwijs en missen ambitie, initiatief, flexibiliteit. Daarnaast hebben ze weinig hart voor de zaak. Acht op tien werkgevers stellen ook nog eens: jonge werknemers van nu zijn sneller overbelast dan de jonge werknemers van vroeger.
Daarnaast lijken jonge werknemers zich – in tijden van personeelskrapte – wel érg bewust van hun sterke positie. Ze overschatten zichzelf, met enerzijds het risico op uitval, anderzijds oplopende salariseisen en veelvuldig jobhoppen. Dit doet het enthousiasme om in jong personeel te investeren bij werkgevers afnemen.
Oudere werknemers
Oudere werknemers (vanaf 50 jaar) worden weliswaar als loyaler en stabieler ingeschat, maar zijn ook minder flexibel dan jongeren, minder kneedbaar. Ze worden trager, leren minder snel en staan minder open voor digitale ontwikkelingen.
Werk-privé-balans belangrijkst
Werkenden – en vooral jongeren – zetten ‘een goede werk-privébalans’ op één. Daarna volgen het sociale aspect, salaris, flexibiliteit in werkuren en de mogelijkheid thuis te kunnen werken.

Ook veel stress bij jonge hoger opgeleide vrouw
In het onderzoek valt op hoe breed de wens om werk en privé goed te kunnen combineren is. Van jong tot oud, man of vrouw, alleenstaand of werkenden met kinderen, steeds onderschrijft minimaal 80 procent de stelling “Een goede werk/privé balans is essentieel voor me”. Hoger opgeleiden iets meer (87%) dan lager opgeleiden (75%). Het meest wordt de stelling onderschreven door jonge hoger opgeleiden, vooral hoger opgeleide vrouwen. Zij ervaren echter ook het meest stress. Vooral jongere hoger opgeleiden onderschrijven de stelling “Ik ervaar te veel stress in mijn werk” het meest (31%).
Niet fulltime willen werken
Werkgevers vinden deze instelling van jonge werknemers – de grote waarde die gehecht wordt aan de werk-privébalans, niet fulltime willen werken, snel overbelast zijn – vervelend. Maar liefst zes op de tien ondernemers vinden dat jongere werknemers te veel waarde hechten aan een goede werk-privébalans. Ook zes op tien werkgevers (59%) stellen dat jongere werknemers niet bereid zijn om fulltime te werken.
Werkgevers zien dat jongere werknemers veel verplichtingen hebben naast het werk. Ook zeggen werkgevers spontaan dat jongeren niet bereid zijn om fulltime te werken. Dit wordt doorgaans ervaren als een nadeel.
Werk belangrijk vanwege sociaal contact
Twee op drie Nederlanders vinden werk sociaal heel belangrijk (prettig om contact te hebben met collega’s). Opvallend is dat ouderen, waarvan dus al een groot deel met pensioen is, dat vaker onderschrijven dan 25-34 jarigen, al noemt ook bijna twee derde van deze groep het. De jongste groep (18-24 jaar) noemt het sociale contact het minst (53%, n=50).
Salaris voor veel werknemers belangrijk
Twee op drie (67%) werknemers zijn het eens met de uitspraak “Geld (salaris, secundaire voorwaarden) is essentieel voor me”. Negen procent is het hier niet mee eens. Salaris lijkt een randvoorwaarde. Zonder salaris gaat het niet, maar het is niet de driver waarmee het verschil gemaakt wordt. Wel wordt het door mensen met een hogere opleiding of hoger inkomen ongeveer even vaak genoemd als de sociale contacten.
Werkgevers: jonge werknemers stellen te hoge eisen
Van de werkgevers vindt toch 57 procent dat jongere werknemers te hoge eisen stellen aan de werkgever. Salariseisen van jongere werknemers worden hier meermaals genoemd. Sommigen hebben het over de zelfoverschatting van jongeren: door de schaarste op de arbeidsmarkt lijken ze zich dit te kunnen veroorloven.
Behoefte aan flexibiliteit stoort werkgevers
Zelf kunnen bepalen wanneer (45%) of waar (40%) iemand werkt is voor een substantieel deel van de Nederlanders essentieel. Naarmate men hoger opgeleid is en/of een hoger inkomen heeft neemt de wens om thuis te kunnen werken toe.
De mogelijkheid flexibel te kunnen werken correleert wel met opleiding, maar minder met inkomen. Zowel de lagere als de hogere inkomens willen dat vaak zelf kunnen bepalen, de middeninkomens minder.
Werkgevers hebben het ook lastig met deze eis. Twee derde vindt dat jongere werknemers teveel zelf willen bepalen waar en wanneer ze werken.
Thuiswerken
Toch lijkt het thuiswerken niet meer weg te denken. Ruim de helft van de werkenden (56%) werkt wel eens thuis, relatief vaak zijn dat hoger opgeleiden en mensen met een hoger inkomen. Mensen die thuis werken blijken iets gelukkiger te zijn dan degenen die dat niet doen, al zijn de verschillen beperkt.
Mix tussen jong en oud
Voor werkenden staat de balans tussen werk en privé voorop. Werk is niet zaligmakend. Een groot deel van de werkgevers heeft het hier lastig mee, maar zal er – in een markt van personeelskrapte – toch mee moeten dealen.
Vooralsnog lijkt de oplossing te liggen in de juiste mix van jong en ouder personeel, waarbij beide hun krachten en zwakten meenemen. Een schone taak voor werkgevers en leidinggevenden om het gesprek tussen de generaties gaande te houden. Laat jongeren leren van de loyaliteit en het werkethos van ouderen, laat ouderen openstaan voor het nieuwe, innovatieve en levenslustige van jongeren.
Bron: Ipsos I&O

