Het staat de werkgever vrij om de afweging te maken om de arbeidsovereenkomst wel of niet te verlengen. Niet gebleken is dat zwangerschap de reden was om niet te verlengen. Daarom heeft de werknemer geen recht op billijke vergoeding. Dat oordeelt de kantonrechter.
Verboden onderscheid?
Levert het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst met de werknemer een verboden onderscheid op wegens zwangerschap als bedoeld in artikel 7:646 lid 1 BW. De kantonrechter oordeel dat daar geen sprake van is.
De werknemer meent dat de werkgever haar dienstverband niet heeft omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat zij zwanger is. De werknemer stelt dat de arbeidsovereenkomst, als zij niet zwanger zou zijn, was voortgezet voor onbepaalde tijd. Volgens de werknemer is er bij de werkgever een kentering opgetreden vanaf 13 februari 2024, de dag dat de werknemer heeft verteld dat zij zwanger is.
Volgens de werkgever heeft de zwangerschap van de werknemer geen rol gespeeld bij de beslissing om haar arbeidsovereenkomst niet om te zetten naar onbepaalde tijd. de werkgever heeft toegelicht dat er al voor de zwangerschap van de werknemer twijfels waren over haar functioneren in de functie van Wijkbeheerder. Toen de manager in april 2024 is begonnen op de afdeling van de werknemer bleek hem uit de overdracht van zijn voorganger dat hij nog twijfels had over het functioneren van de werknemer. Daarom is volgens de werkgever ook gekozen voor een derde tijdelijke verlenging van de arbeidsovereenkomst en ook omdat de nieuwe manager enige tijd nodig zou hebben zich een beeld van de werknemer te kunnen vormen.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat het tot de vrijheid van de werkgever behoort om te beslissen of hij een tijdelijke arbeidsovereenkomst al dan niet voortzet.
‘Altijd uitstekend gefunctioneerd’
Volgens de werknemer heeft zij altijd uitstekend gefunctioneerd en is er altijd tegen haar gezegd dat er een mooie toekomst voor haar bij de werkgever zou zijn en is hierin plots een verandering opgetreden nadat zij had verteld dat ze zwanger was.
Al enige twijfel
De werkgever heeft diverse stukken overgelegd waaruit blijkt dat er in elk geval al voor het moment van het besluit om de arbeidsovereenkomst voor zes maanden te verlengen al enige twijfel bestond over het functioneren van de werknemer en dat die twijfel bij de beoordeling in december 2023 is uitgesproken door de toenmalige manager van de werknemer.
Juist is ook dat er verder in die beoordeling vrijwel uitsluitend positieve waardering voor de werknemer wordt uitgesproken, maar uit de beoordeling blijkt wel dat de manager op dat moment nog niet volledig overtuigd was van het functioneren van de werknemer.
Onzichtbaar, een black box
De werknemer heeft tijdens de zitting ook erkend dat de voormalige manager omstreeks december 2023 richting haar heeft uitgesproken dat zij voor hem niet zichtbaar is, dat hij toen onder meer heeft gezegd dat zij voor hem een black box was en dat hij naar aanleiding daarvan twee keer met haar heeft meegelopen in de wijk om meer inzicht te krijgen in het doen en laten van de werknemer als wijkbeheerder. Die twijfels bestonden bij de werkgever dus al voordat de werknemer haar zwangerschap aan de werkgever bekend had gemaakt.
Twijfels over functioneren in overdracht meegenomen
Vast staat ook dat de voormalig manager van de werknemer bij de overdracht naar de manager heeft medegedeeld dat hij twijfels had over het functioneren van de werknemer.
De werknemer heeft er op gewezen dat zij dat niet wist en dat haar voormalig manager in de overdracht naar de manager heeft gesproken over haar zwangerschap en dat dit haar vermoeden van de niet verlenging wegens zwangerschap bevestigt. De kantonrechter volgt de werknemer in dat laatste punt niet, omdat de reden dat de zwangerschap van de werknemer in die overdracht wordt genoemd onmiskenbaar samenhangt met de periode waarin de manager zich nog een beeld van haar functioneren kan vormen.
Onvoldoende transparant
Wel is de kantonrechter het met de werknemer eens dat de werkgever onvoldoende transparant is geweest in haar communicatie naar de werknemer over de twijfels die zij had over het functioneren van de werknemer. Weliswaar heeft de voormalig manager zich eerder uitgesproken over de onzichtbaarheid van de werknemer, maar is hij verder uitsluitend positief geweest over haar, terwijl hij vervolgens wel duidelijk zijn twijfels over de werknemer kenbaar heeft gemaakt aan de opvolgend manager.
Verder heeft de werknemer aangevoerd dat de tijdelijke verlenging van zes maanden per
1 augustus 2024 is afgesproken, omdat de manager pas in april 2024 is begonnen en zich nog een beeld moest vormen over haar functioneren. De werknemer heeft benadrukt dat zij feitelijk die kans helemaal niet heeft gehad, omdat zij vanaf juni 2024 met zwangerschapsverlof is gegaan en nog voor zij weer aan het werk zou gaan in november 2024 al aan haar is meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet wordt voortgezet.
Waarom geen verlenging van 1 jaar?
De kantonrechter is het met de werknemer eens dat een verlenging van een jaar hier meer op zijn plaats had geleken, omdat de werknemer dan daadwerkelijk nog de kans zou hebben gehad haar manager te overtuigen haar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te geven. de werkgever had echter wel de vrijheid te kiezen voor een verlenging van slechts zes maanden. Daarover heeft de werkgever ook uitgelegd dat hij er vanuit ging in de periode na het verlof een voldoende beeld te kunnen vormen van het functioneren van de werknemer.
Doorslag gegeven
Dit moment is echter niet afgewacht door de werkgever, omdat tijdens het zwangerschapsverlof van de werknemer meerdere zaken over het functioneren van de werknemer naar voren zijn gekomen die de doorslag hebben gegeven de arbeidsovereenkomst niet te verlengen, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou ontstaan. Dat volgt ook uit de diverse stukken die de werkgever heeft verstrekt. Daarbij ging het met name om het niet administreren of (onvolledig) overdragen van zaken en dat heeft bij de werkgever de doorslag gegeven om de arbeidsovereenkomst met de werknemer niet te verlengen.
De werkgever heeft dat besluit volgens de kantonrechter ook mogen nemen, omdat hij als werkgever in principe de vrijheid heeft zijn eigen afweging te maken of hij al dan niet een arbeidsovereenkomst met een werknemer wil verlengen.
Onverwachtse beslissing
Voor de werknemer is de beslissing om de arbeidsovereenkomst niet meer voort te zetten, al voordat hij weer zou hervatten na haar verlof, door de gebrekkige communicatie daarover wel onverwachts gekomen. Dat de werknemer daardoor het gevoel heeft gekregen dat dit te maken zou kunnen hebben met haar zwangerschap, is daarom wel voorstelbaar. Dat een verband bestaat tussen het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst en de zwangerschap heeft de werknemer echter onvoldoende onderbouwd en de werkgever heeft geobjectiveerd dat dit verband niet bestaat.
Proceskosten compenseren
Hoewel de werknemer in het ongelijk is gesteld, zal de kantonrechter bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, gelet op de gebrekkige communicatie vanuit de werkgever. Als de werkgever wel open had gecommuniceerd met de werknemer had dat deze procedure mogelijk kunnen voorkomen.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 13 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2855

