Weliswaar verzuimde de werkgever de werknemer schriftelijk te laten weten dat het de arbeidsovereenkomst niet zou verlengen maar uit de gepresenteerde feiten kan niet worden opgemaakt dat hij zijn werkzaamheden na 1 mei 2023 zou voortzetten. De werknemer is meermaals meegedeeld dat de werkgever het bedrijf zijn arbeidsovereenkomst niet wilde voortzetten, ook nog op 1 mei 2023. Het Whatsappbericht en de e-mails die de werknemer daarna nog ontving, veranderen daar niets aan. Ook heeft de werknemer onvoldoende duidelijk gemaakt dat hij na 1 mei 2023 nog daadwerkelijk voor het bedrijf heeft gewerkt. Ook de bonus die hij eist, krijgt hij niet. Uit de ingediende stukken blijkt namelijk niet dat hij daar recht op had.
Wat vordert de werknemer?
De werknemer vordert bij de kantonrechter dat de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 12.000 bruto voor het loon over de maanden mei tot en met juli 2023 alsmede € 12.000 bruto voor de bonus over het jaar 2022. Daarnaast vordert hij de wettelijke verhoging van 50% over deze beide bedragen alsmede de wettelijke rente. Ten slotte vordert de werknemer veroordeling van de werkgever tot betaling van € 4.000 bruto per maand voor elke maand vanaf augustus 2023 tot dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, alles met veroordeling van de werkgever in de kosten van dit geding.
Niet voldaan aan aanzegverplichting en feitelijk doorgewerkt
De werknemer stelt hiertoe dat de werkgever niet heeft voldaan aan haar aanzegverplichting door schriftelijk te melden of zij de arbeidsovereenkomst wilde voortzetten of niet. Daarnaast heeft de werknemer na de einddatum van 1 mei 2023 feitelijk doorgewerkt en heeft hij zich beschikbaar gehouden voor de bedongen arbeid, zodat de arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden voor dezelfde duur is voortgezet. Op die grond maakt hij aanspraak op doorbetaling van zijn salaris.
Bonusregeling overeengekomen
Verder stelt de werknemer dat er tussen partijen een bonusregeling is overeengekomen, zoals blijkt uit de aanbiedingsbrief en de schriftelijke verklaring van 5 oktober 2022. Uitgangspunt zou zijn dat hij voor zijn vaste en variabele beloning een jaarsalaris zou ontvangen van € 60.000. Dit komt overeen met de variabele bonus van 25% van het jaarsalaris.
Werkgever betwist vorderingen werknemer
De werkgever betwist de vorderingen van de werknemer en voert daartoe het volgende aan. Het is juist dat de werkgever heeft verzuimd aan de werknemer schriftelijk kenbaar te maken dat hij de arbeidsovereenkomst niet zou verlengen. Daarom heeft hij aan de werknemer ook de aanzegvergoeding betaald.
Herhaaldelijk laten weten contract niet te verlengen
De werkgever heeft aan de werknemer echter bij herhaling meegedeeld dat hij niet van plan was de arbeidsovereenkomst met de werknemer te verlengen. Ter gelegenheid van de officiële waarschuwing in november 2022 is dit aan de werknemer meegedeeld, bij de bespreking van de resultaten in april 2023 en op 1 mei 2023 heeft de werkgever in niet mis te verstane bewoordingen aan de werknemer meegedeeld dat zijn contract niet zou worden verlengd.
Ook geen werkzaamheden meer verricht
De werknemer heeft vanaf 2 mei 2023 ook geen werkzaamheden meer voor de werkgever verricht, het bezoek op 2 mei 2023 was uitsluitend voor het regelen van de overdracht en afscheid te nemen. de werknemer heeft ook nergens uit kunnen afleiden dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend zou worden voortgezet en er is dus geen voorzetting zonder tegenspraak.
Werknemer kan geen aanspraak maken op bonus
Voor een bonusvergoeding is evenmin plaats. De door de werknemer berekende bonus op basis van de brief van 5 oktober 2022 is nooit overeengekomen en ook het door hem genoemde salaris van € 60.000 bruto per jaar is niet afgesproken. De werknemer kan geen aanspraak maken op de bonus, want zijn prestaties zijn ondermaats geweest en om in aanmerking te komen voor enige bonus moeten alle targets en budgetten gehaald worden, aldus de werkgever.
Oordeel kantonrechter
In dit geding is onvoldoende aannemelijk geworden dat de werknemer na 1 mei 2023 nog aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn salaris. Uit de gepresenteerde feiten en omstandigheden kan op voorhand niet worden opgemaakt dat de werknemer zijn werkzaamheden na 1 mei 2023 zonder tegenspraak heeft voortgezet.
Uit de verschillende overgelegde verklaringen, die door de werknemer weliswaar zijn bestreden maar waar in de bodemprocedure naar verwachting wel gewicht wordh toegekend, is het beeld naar voren gekomen dat de werknemer bij herhaling door de werkgever is meegedeeld dat hij de arbeidsovereenkomst niet wenst voort te zetten, laatstelijk nog op 1 mei 2023 door de manager.
Onvoldoende aangedragen voor conclusie voortzetting arbeidsovereenkomst
Tegen die achtergrond is het enkele Whatsapp-bericht van 1 mei 2023 en de nadien door de werknemer ontvangen e-mailberichten onvoldoende om te concluderen dat de arbeidsovereenkomst na 1 mei 2023 zonder tegenspraak van de werkgever is voortgezet. Daarbij komt nog dat door de werknemer in dit geding onvoldoende voor het voetlicht heeft gebracht dat hij na 1 mei 2023 nog daadwerkelijk werk heeft verricht voor de werkgever.
Tegenover de betwisting van de zijde van de werkgever heeft de werknemer geen feiten of omstandigheden aangedragen die in een bodemprocedure tot dat oordeel kunnen leiden, terwijl uit de gedragingen van de werkgever, het blokkeren van zijn account eerder het tegendeel blijkt. De door hem overgelegde e-mails zijn daarvoor in dit stadium onvoldoende overtuigend.
Geen aanleiding voor toewijzing bonus
Ook voor toewijzing van enig bedrag aan bonus is in dit geding geen aanleiding. Dat partijen een salaris van € 60.000 zijn overeengekomen is op basis van de in dit geding overgelegde stukken niet aannemelijk geworden. Ook de stelling van de werknemer dat hij aanspraak heeft op een bonus van 25% komt uit die stukken niet naar voren.
Voor zover de werknemer in dit verband heeft verwezen naar de brief van 5 oktober 2022 biedt dat geen ondersteuning voor zijn stelling. Deze brief is immers nadrukkelijk niet bedoeld om afspraken tussen partijen vast te leggen of te bevestigen, maar slechts geschreven om een onterecht beeld naar de buitenwereld te wekken dat de werknemer recht heeft op een hoger salaris. Daaraan kan de werknemer in rechte geen rechten ontlenen.
Prestaties werknemer ondermaats
Weliswaar is in de aanstellingsbrief van de werknemer verder opgenomen dat hij aanspraak kan maken op het Incentive Program van de werkgever, maar dat de werknemer op basis hiervan recht heeft op enige vergoeding is in dit geding door hem niet aannemelijk gemaakt. De werkgever heeft aan de hand van overgelegde stukken toegelicht dat de prestaties van de werknemer een vergoeding niet rechtvaardigen en de werknemer heeft daar tegenover geen feiten of omstandigheden aangedragen die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 18 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5853

