De werkgever is verantwoordelijk voor een deugdelijke urenregistratie. Nu de werkgever dit niet goed heeft bijgehouden, is dit voor zijn rekening en risico. Hij moet de werknemer achterstallig salaris betalen.
Onbetaald verlof
Tussen partijen is niet in geschil dat de werknemer in juli 2025 op verzoek van de werkgever drie weken (van maandag 7 juli 2025 tot en met vrijdag 25 juli 2025) onbetaald verlof heeft opgenomen.
Volgens de werknemer zijn partijen daarbij overeengekomen dat de werknemer per week onbetaald verlof, één dag betaald zou krijgen (in totaal dus drie dagen). De werkgever heeft het bestaan van deze afspraak niet betwist, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen.
Ook staat als onbetwist vast dat de werknemer voorafgaand aan het onbetaalde verlof vier dagen heeft gewerkt (van dinsdag 1 juli tot en met vrijdag 4 juli 2025).
Compensatieverlof
Ter discussie staat de vakantie die de werknemer na afloop van het onbetaalde verlof heeft opgenomen (van maandag 28 juli tot en met donderdag 31 juli 2025). De werkgever heeft in dit verband gesteld dat drie van de vier vakantiedagen als TOIL (‘time off in lieu’, ook wel: compensatieverlof) moeten worden aangemerkt.
De werknemer heeft volgens de werkgever echter niet aangetoond op welke momenten zij extra (over)uren zou hebben gewerkt, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake was van een positief compensatieverlofsaldo.
Het ontbreken van een positief compensatieverlofsaldo heeft tot gevolg dat de opgenomen vrije dagen moeten worden aangemerkt als onbetaald verlof.
De werknemer heeft hiertegen aangevoerd dat zij (op verzoek van de werkgever) wel eens extra zaterdagen heeft gewerkt, in ruil waarvoor zij vrije dagen (TOIL) zou krijgen. De gewerkte (over)uren gaf zij door aan de HR-afdeling van de werkgever, die de uren vervolgens in het HR-systeem ‘HiBob’ registreerde.
Geen deugdelijke urenregistratie
De kantonrechter overweegt als volgt. Het is aan de werkgever om een deugdelijke urenregistratie bij te houden. Nu de werkgever geen urenoverzicht of andere administratie heeft overgelegd waaruit blijkt welke uren zijn opgebouwd, opgenomen of nog openstonden, kan zijn stelling dat geen compensatieverlofsaldo bestond niet zonder meer worden gevolgd.
Het door de werkgever overgelegde overzicht van geaccordeerde vakantieaanvragen is in dit verband onvoldoende, omdat hieruit geen urensaldo blijkt. De gevolgen van het ontbreken van een deugdelijke registratie van het verlofsaldo komen voor rekening van de werkgever.
Recht op salaris van 11 werkdagen
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de werknemer over de maand juli 2025 recht heeft op een salaris gelijk aan 11 werkdagen. Dit komt volgens de werknemer neer op een bedrag van € 2.135,55 bruto (naar rato berekend). De werknemer heeft echter slechts een bedrag van € 404,44 netto uitbetaald gekregen. Dit betekent dat de werknemer nog recht heeft op uitbetaling van het netto equivalent van € 2.135,55 bruto minus € 404,44 netto.
Onjuiste vermenging bruto- en nettobedragen
De werknemer vordert het verschil tussen deze bedragen, zonder het bruto bedrag eerst naar een netto bedrag te herleiden. De vordering berust daarmee op een onjuiste vermenging van bruto- en nettobedragen. De vordering wordt daarom in zoverre toegewezen dat het bruto bedrag van € 2.135,55 toewijsbaar is, onder inhouding van de wettelijk verplichte loonheffingen en onder verrekening van het reeds betaalde bedrag van € 404,44 netto.
Wettelijke verhoging gematigd
Omdat de werkgever zich bereid heeft getoond om het achterstallig salaris over juli 2025 te voldoen, maar hij door financiële redenen de uiterste betaaldatum heeft gemist en er dus geen sprake is van betalingsonwil, ziet de kantonrechter aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 15 procent.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 24 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7434

