De nota van wijziging draait om de fiscale behandeling van huisvestingskosten van buitenlandse werknemers. Volgens het ministerie ontstond bij de invoering van de werkkostenregeling een verschil tussen de bedoeling van de wetgever, bestaand beleid en de letterlijke wettekst. Hierdoor konden werkgevers formeel gezien bepaalde huisvestingskosten van expats niet aanwijzen als eindheffingsloon, terwijl dat in de praktijk wel gebeurde.
Praktijk en wet niet synchroon
Het ministerie schrijft dat werkgevers in de praktijk vertrouwen ontleenden aan een beleidsbesluit uit 2013, waarin was toegestaan om een deel van de eerste huisvestingskosten van expats onbelast te vergoeden. Tegelijk stond in de wet zelf dat vergoedingen voor een eerste woning niet onder de werkkostenregeling mochten vallen.
Met de wetswijziging wil het kabinet “overeenstemming bereiken tussen enerzijds het beleidsbesluit en de praktijk en anderzijds de tekst van de Wet LB 1964”. Daarom wordt voorgesteld de reparatie terugwerkende kracht te geven tot en met 1 januari 2011. De wijziging geldt voor werkgevers die gebruikmaken van de regeling waarbij werkelijke extraterritoriale kosten worden vergoed.
Wetswijziging
Aan artikel 31, vijfde lid, onderdeel b Wet LB 1964, wordt, onder vervanging van “, of” aan het slot van subonderdeel 1o door een puntkomma en onder toevoeging van “of” aan subonderdeel 2o, een subonderdeel toegevoegd, luidende:
3o. het andere huisvesting betreft die wordt aangemerkt als extraterritoriale kosten in de zin van artikel 31a, tweede lid, onderdeel e;.
De voorgestelde wijziging is dus niet van belang voor de expatregeling, maar alleen voor de regeling op basis waarvan de werkelijke kosten kunnen worden vergoed.
Technische reparaties
De nota van wijziging bevat daarnaast meerdere technische correcties in belastingwetten. Zo wordt een foutieve verwijzing in de energiebelasting hersteld die betrekking heeft op waterstof en distributienetten voor aardgas.
Ook worden twee technische onvolkomenheden in de motorrijtuigenbelasting gerepareerd. Daarbij gaat het onder meer om de toepassing van het lage kampeerwagentarief voor oudere omgebouwde bestel- en vrachtauto’s en een aanpassing rond LPG-G3-installaties. Volgens het ministerie zijn daarbij “geen inhoudelijke wijzigingen” beoogd.
Verder herstelt het kabinet een onjuiste verwijzing in de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De Belastingdienst noemt die wijziging uitvoerbaar en ziet “geen risico op procesverstoringen”.
Geen budgettaire gevolgen
Volgens het ministerie hebben de wijzigingen geen budgettaire gevolgen en leiden ze niet tot extra lasten voor burgers of bedrijven.

