Wat zijn de financiële gevolgen voor de werknemer en de werkgever bij toepassing van de cafetariaregeling. Twee rekenvoorbeelden.
Wat is de situatie?
Een werknemer met een brutoloon van € 3.500 wil de vakbondscontributie via het cafetariamodel betalen. Hij ruilt hiervoor een deel van zijn bruto maandloon van januari 2026 in. Hij laat de loonheffingskorting toepassen. De werkgever wijst de vakbondscontributie aan als eindheffingsloon.
Gevolgen voor de werknemer
Berekening nettoloon zonder toepassing van het cafetariamodel:
| Brutoloon per maand | € 3.500,00 |
|---|---|
| Belasting volgens maandtabel inclusief loonheffingskorting | € 592,08- |
| Nettoloon | € 2.907,92 |
| Te betalen vakbondscontributie | € 100,00- |
| Te besteden | € 2.807,92 |
Berekening nettoloon met toepassing van het cafetariamodel:
| Brutoloon | € 3.500,00 |
|---|---|
| Uitruil vakbondscontributie | € 100,00- |
| Brutoloon per maand | € 3.400,00 |
| Belasting volgens maandtabel inclusief loonheffingskorting | € 550,50- |
| Nettoloon | € 2.849,50 |
| Vakbondscontributie | € 100,00+ |
| Te besteden | € 2.949,50 |
| Te betalen vakbondscontributie | € 100,00- |
| Te besteden na betaling vakbond | € 2.849,50 |
Het voordeel voor de werknemer in dit voorbeeld bedraagt € 41,58. In dit voorbeeld is de cafetariaregeling toegepast op het maandloon, maar je kunt het ook toepassen op bijzondere beloningen. Door het cafetariamodel bij bijzondere beloningen toe te passen, is het belastingvoordeel in de loonheffing groter.
Let op: door de uitruil wordt het brutoloon van de werknemer lager. Dit kan gevolgen hebben voor uitkeringen die berekend worden op basis van het brutoloon, zoals een eventuele WW-uitkering, vakantiebijslag en een 13e maand.
Gevolgen voor de werkgever
De werkgever moet de € 100 aanwijzen als eindheffingsloon. Voor de vakbondscontributie geldt geen gerichte vrijstelling. Dit bedrag komt ten laste van de vrije ruimte. Wel moet zijn voldaan aan de gebruikelijkheidseis. Als de werkgever geen vrije ruimte meer heeft, betaalt hij 80% eindheffing. In het voorbeeld heeft de werkgever voldoende vrije ruimte.
De uitruil kan ook gevolgen hebben voor de af te dragen premies werknemersverzekeringen. Hieronder vind je een rekenvoorbeeld op basis van bovengenoemde situatie.
In het voorbeeld gaat het om een kleine werkgever die ingedeeld is in sector 17. De werknemer heeft een vaste arbeidsovereenkomst
Premies werknemersverzekeringen zonder toepassing van de cafetariaregeling:
| Premieloon per maand | € 3.500,00 |
|---|---|
| AWf-premie laag (2,74%) | € 95,90 |
| Aof-premie laag (6,27%) | € 219,45 |
| Gedifferentieerde premie Whk (1,35%) | € 47,25 |
| Opslag Wko (0,50%) | € 17,50 |
| Werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (6,10%) | € 213,50 |
| Totaal af te dragen premies werknemersverzekeringen | € 593,60 |
Premies werknemersverzekeringen met toepassing van cafetariaregeling:
| Premieloon per maand | € 3.400,00 |
|---|---|
| AWf-premie laag (2,74%) | € 93,16 |
| Aof-premie laag (6,27%) | € 213,18 |
| Gedifferentieerde premie Whk (1,35%) | € 45,90 |
| Opslag Wko (0,50%) | € 17,00 |
| Werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (6,10%) | € 207,40 |
| Totaal af te dragen premies werknemersverzekeringen | € 576,64 |
Het voordeel voor de werkgever is € 16,96.
Let op: heeft de werkgever geen vrije ruimte meer, dan betaalt hij 80% eindheffing over € 100. Dat is in dit geval € 80. De uitruil kost hem dan € 80 -/- € 16,96 = € 63,04.
Relevante informatie:
Paragraaf 4.15 Handboek Loonheffingen 2026
Besluit Loonheffingen, wijziging beloningen; cafetariaregelingen
Bron: Forum Salaris

