Hoewel in de arbeidsovereenkomst een salaris exclusief vakantietoeslag is vermeld, moet worden aangenomen dat partijen feitelijk dat salaris inclusief vakantietoeslag zijn overeengekomen. De werknemer heeft gedurende de hele duur van het dienstverband volgens zijn (duidelijke) loonstroken salaris ontvangen waarin de vakantietoeslag was inbegrepen, en heeft hiertegen nooit bezwaar gemaakt of tijdig geklaagd.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 1 mei 2025 in dienst getreden bij de werkgever. Bij e-mail van 11 april 2025 heeft de werkgever een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar de werknemer verstuurd. Bij e-mail van 17 april 2025 heeft de werknemer deze overeenkomst ondertekend retour gestuurd. De werkgever heeft de overeenkomst niet ondertekend. In de arbeidsovereenkomst staat onder meer het volgende:
“Artikel 8. Salaris
- Het salaris bedraagt ten tijde van het aangaan van deze overeenkomst op fulltimebasis € 3500,00 bruto per maand. (…)
(…)
- De vakantiebijslag bedraagt 8% van het overeengekomen salaris en wordt eenmaal per jaar uitgekeerd.”
Naar de rechter
Bij e-mail van 26 februari 2026 heeft de werknemer zijn dienstverband opgezegd per 31 maart 2026. Hij stapt later naar de rechter en vordert onder meer betaling van € 3.080 bruto aan achterstallige vakantietoeslag,
De werkgever moet volgens de werknemer het vakantiegeld van 8% van het overeengekomen salaris nog uitbetalen.
Wat zegt de werkgever?
De werkgever voert aan dat de werknemer zijn verzoek heeft gebaseerd op een foutieve concept-arbeidsovereenkomst die bewust niet door de werkgever is ondertekend.
De arbeidsovereenkomst die de werkgever naar de werknemer heeft verstuurd bij e-mail van 11 april klopt onder meer niet ten aanzien van de duur van de overeenkomst en het salaris. De bedoeling van partijen was om een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar te sluiten (tot 1 mei 2026) tegen een bruto salaris van € 3.500 per maand ínclusief 8% vakantiegeld. Dit laatste blijkt in ieder geval uit de loonstroken mei 2025 tot en met februari 2026, waarop als bruto salaris € 3.240,74 is opgenomen en daarnaast een component vakantiegeld van € 259,26. Samen bedraagt dit € 3.500 bruto. De werkgever is daarom geen vakantiegeld meer aan de werknemer verschuldigd.
Aanspraak op betaling 8% vakantietoeslag?
Tussen partijen is in geschil of de werknemer nog aanspraak kan maken op betaling van 8% vakantietoeslag. de werknemer beroept zich op de tekst van de door hem getekende arbeidsovereenkomst, waarin is opgenomen dat het overeengekomen salaris exclusief 8% vakantietoeslag is. de werkgever voert aan dat partijen vanaf de aanvang van het dienstverband de bedoeling hadden een salaris inclusief vakantietoeslag overeen te komen.
De kantonrechter stelt voorop dat de vraag wat tussen partijen is overeengekomen, niet alleen wordt beantwoord aan de hand van de tekst van de arbeidsovereenkomst, maar aan de hand van wat partijen over en weer redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden en van hetgeen zij dan ook redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Daarbij is ook de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst van belang.
Salaris inclusief vakantietoeslag
Vast staat dat de werknemer gedurende de hele duur van het dienstverband een salaris heeft ontvangen waarin de vakantietoeslag was inbegrepen, zoals te zien op de loonstroken, en dat de werknemer hiertegen nooit bezwaar heeft gemaakt. De werknemer heeft de hoogte en samenstelling van het loon dus telkens, zonder protest, geaccepteerd. Hij heeft nooit daarover geklaagd. Dit lag wel in de lijn der verwachting.
Daarbij komt dat de werkgever onweersproken heeft gesteld dat een salaris inclusief vakantietoeslag in de horecabranche, en meer in het bijzonder bij de werkgever, gebruikelijk is. Onder deze omstandigheden mocht de werkgever erop vertrouwen, en moet ook worden aangenomen, dat partijen feitelijk een salaris inclusief 8% vakantietoeslag zijn overeengekomen, ondanks de andersluidende tekst van de door de werknemer ondertekende arbeidsovereenkomst. Het verzoek tot betaling van vakantietoeslag wordt afgewezen.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 13 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7682

