De werknemer is op 1 oktober 2023 bij de werkgever in dienst gekomen en op 1 september 2025 is de arbeidsovereenkomst geëindigd. Zijn salaris bedroeg € 2.700,00 bruto per maand.
De werkgever heeft de vakantietoeslag voor juli 2025 en augustus 2025 en de openstaande vakantie-uren niet uitbetaald.
Bij beschikking van 20 oktober 2021 heeft de kantonrechter voor de werknemer een bewind ingesteld. De bewindvoerder vordert onder meer een verklaring voor recht dat de werkgever de achterstallige vakantietoeslag en de openstaande vakantie-uren aan de werknemer moet betalen.
Oordeel kantonrechter
De werkgever is verplicht om de vakantietoeslag en openstaande vakantie-uren aan de werknemer uit te betalen. Omdat de werkgever de door de bewindvoerder gestelde openstaande vakantie-uren betwist, is de werkgever in de gelegenheid om een akte te nemen waar de bewindvoerder nog op mag reageren.
Vakantietoeslag
De bewindvoerder maakt aanspraak op betaling van € 432 bruto aan vakantietoeslag. Vakantietoeslag is een wettelijk verplichte vergoeding die werknemers ontvangen bovenop hun salaris. Vaststaat dat de vakantietoeslag is verloond, maar door de werkgever niet is uitbetaald. De werknemer heeft hier dus nog recht op. Het door de bewindvoerder gevorderde bedrag heeft de werkgever niet weersproken. De werkgever moet € 432 bruto aan vakantietoeslag betalen.
Openstaande vakantie-uren
De bewindvoerder maakt ook aanspraak op uitbetaling van de openstaande vakantie-uren met de daarover verschuldigde vakantietoeslag. Als er nog vakantie-uren openstaan, heeft de werknemer recht op uitbetaling daarvan. Dat wordt ook niet door de werkgever betwist. De werkgever betwist wel de vakantie-uren die volgens de bewindvoerder moeten worden uitbetaald.
De bewindvoerder stelt dat er 222,64 vakantie-uren open staan en dat de werknemer daarom nog recht heeft op € 3.745,48 bruto zonder vakantietoeslag en € 4.177,48 bruto met vakantietoeslag. De bewindvoerder heeft de berekening van die uren opgenomen. Op de loonstrook van december 2024 staat een resterend saldo van 148 uur aan wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren.
Acht maanden opbouw vakantie-uren
In 2025 heeft de werknemer acht maanden vakantie-uren opgebouwd. Die opbouw bedraagt 17,33 uur (208 / 12) per maand, bestaande uit 13,33 wettelijke uren en 4 bovenwettelijke uren. Het totaal aan opgebouwde uren in 2025 bedraagt dan 138,64.
Van het totaal aantal vakantie-uren heeft de werknemer in 2025 acht dagen en dus 64 uur opgenomen. Het saldo aan openstaande vakantie-uren bedraagt aan de hand van deze berekening volgens de werknemer (148 + 138,64 – 64 =) 222,64.
Deugdelijk verlofoverzicht aanleveren
De werkgever heeft geen verlofoverzicht aan de werknemer ter beschikking gesteld. De werknemer heeft daarom aan de hand van zijn agenda gereconstrueerd welke vakantie-uren hij heeft opgenomen. De bewindvoerder meent dat als de werkgever de gestelde openstaande vakantie-uren betwist, de werkgever een deugdelijk verlofoverzicht moet aanleveren.
De werkgever betwist dat er 222,64 vakantie-uren openstaan, maar onderbouwt dat vooralsnog niet. De werkgever zegt wel een onderbouwing in de vorm van de verlofregistratie uit de salarisadministratie te kunnen en willen aanleveren. De kantonrechter stelt de werkgever daartoe in de gelegenheid. De werkgever mag zich bij akte onderbouwd uitlaten over de vakantie-uren die volgens hem nog openstaan. De bewindvoerder wordt daarna in de gelegenheid gesteld om op die akte te reageren.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4508

