De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de doorbetaaldloonregeling als sprake is van een reële overeenkomst van opdracht. Daarbij wordt ook ingegaan op de vaststelling van het gebruikelijk loon. Het standpunt KG:204:2022:21 is hierbij ingetrokken.
Wat is de situatie?
- Alex (natuurlijk persoon) is enig bestuurder en enig aandeelhouder van een besloten vennootschap (bv). Hij heeft een privaatrechtelijke dienstbetrekking bij deze holding-bv.
- De holding-bv houdt 6% van de aandelen in een werk-bv.
- De werk-bv sluit een reële overeenkomst van opdracht met de holding-bv. Op basis van die overeenkomst van opdracht verricht Alex werkzaamheden voor de werk-bv. Alex is de enige persoon die werkzaamheden verricht voor en namens de holding-bv.
- De relatie tussen Alex en de werk-bv kwalificeert niet als een privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964).
- De holding-bv factureert conform de overeenkomst van opdracht € 120.000 op jaarbasis aan de werk-bv. Van het gefactureerde bedrag heeft € 20.000 betrekking op kosten, lasten en afschrijvingen.
- Er is geen sprake van gedeeld ondernemerschap in de werk-bv.
- Partijen willen de doorbetaaldloonregeling van artikel 32d Wet LB 1964 toepassen, zodat Alex uitsluitend door de holding-bv wordt verloond.
Vraag en antwoord
Kunnen partijen de doorbetaalloonregeling toepassen?
Nee, de doorbetaaldloonregeling is niet van toepassing.
De vaststelling van het (gebruikelijk) loon van Alex vindt uitsluitend plaats op het niveau van de holding-bv. De gebruikelijkloonregeling is niet van toepassing op het niveau van werk-bv. Het (gebruikelijk) loon moet worden vastgesteld aan de hand van artikel 12a Wet LB 1964. De hoogte daarvan staat ter beoordeling van de inspecteur.
Werkzaam voor hoofdwerkgever en nevenwerkgever
Een van de voorwaarden voor toepassing van de doorbetaaldloonregeling is dat de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking (de hoofdwerkgever) ook werkzaam is als werknemer van een andere inhoudingsplichtige (de nevenwerkgever).
Voor wat betreft de kwalificatie ‘werknemer’ kan het zowel gaan om een privaatrechtelijke als een fictieve dienstbetrekking. Een fictieve werknemer is volgens de Wet LB 1964 namelijk ook een werknemer. Zie artikel 3 en artikel 4 Wet LB 1964.
Fictieve dienstbetrekking met nevenwerkgever
De vraag is of in casu sprake is van een fictieve dienstbetrekking met de nevenwerkgever.
De fictieve dienstbetrekking voor ab-houders is niet van toepassing. Omdat op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van een reële overeenkomst van opdracht tussen de holding-bv en de werk-bv, verricht Alex de arbeid alleen ten behoeve van de holding-bv en niet (op persoonlijke titel) ten behoeve van de werk-bv.
De relatie tussen Alex en werk-bv voldoet daarmee niet aan artikel 4, onderdeel d, Wet LB 1964. De doorbetaaldloonregeling is niet van toepassing, omdat een (fictieve) dienstbetrekking met de nevenwerkgever (werk-bv) ontbreekt.
Gebruikelijkloonregeling
Omdat Alex arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een ab heeft, geldt de gebruikelijkloonregeling van artikel 12a Wet LB 1964. Dit artikel bepaalt dat het in het kalenderjaar van dat lichaam genoten loon ten minste wordt gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
- het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam, bedoeld in de aanhef, of met het lichaam verbonden lichamen;
- € 58.000 (2026).
N.v.t. op niveau werk-bv
In het verlengde van de conclusie dat Alex alleen arbeid verricht ten behoeve van de holding-bv en niet ten behoeve van de werk-bv, geldt dat de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is voor Alex op het niveau van de werk-bv. De gebruikelijkloonregeling geldt alleen op het niveau van de holding-bv.
Fictief loon bij holding-bv
Bij toepassing van de gebruikelijkloonregeling bij de holding-bv geldt als uitgangspunt het genoten loon. Dit bedraagt in casu € 0. Het fictief loon bij de holding-bv wordt vervolgens vastgesteld met toepassing van de gebruikelijkloonregeling. De hoogte daarvan staat ter beoordeling van de inspecteur.
Bij het bepalen van welke dienstbetrekking het meest vergelijkbaar is met die van Alex bij de holding-bv kan aansluiting worden gezocht bij een dienstbetrekking tussen de werk-bv en haar werknemer(s).
KG:204:2026:12 Doorbetaaldloonregeling bij reële overeenkomst van opdracht

