Volgens Hans Tabak, adviseur loonheffingen bij Fiscount, bestaat er vooral veel onduidelijkheid over de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen voor de dga en zijn partner en de hoogte van het gebruikelijk loon.
“Bij een dga met 100 procent van de aandelen is duidelijk dat er geen verzekeringsplicht bestaat. De discussie zit vooral bij minderheidsaandeelhouders. Vaak wordt gedacht dat iemand met minder dan 50 procent van de aandelen kan worden ontslagen en daardoor automatisch verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Die redenering wordt ook regelmatig door de Belastingdienst gevolgd, maar in de praktijk ligt het een stuk complexer.”
Managementovereenkomst opstellen
Tijdens zijn cursussen ziet Hans dat belastingadviseurs, accountants, HR-medewerkers en salarisadministrateurs worstelen met de verzekeringsplicht.
“Er is inmiddels veel jurisprudentie. De Belastingdienst benadrukt daarbij vooral de negatieve uitspraken.”
Als voorbeeld noemt Hans een werknemer bij een accountantskantoor die voor 20 procent participeert als aandeelhouder. Dan rijzen direct vragen over de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen en of het salaris moet worden aangepast.
“Vaak leeft de gedachte dat een minderheidsaandeelhouder automatisch verzekerd blijft, maar dat is simpelweg niet altijd het geval. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om verzekerd te blijven, maar het is ook mogelijk om die verzekeringsplicht te voorkomen door het aandelenbelang via een eigen bv te laten lopen en een correcte managementovereenkomst op te stellen.”
Het is belangrijk om vooraf goed stil te staan bij welke bepalingen je wel en niet opneemt in de managementovereenkomst.
“Neem de situatie waarin een werknemer 25 procent van de aandelen wil kopen, maar tegelijkertijd de auto van de zaak wil blijven gebruiken. Zo’n regeling is een sterke aanwijzing voor het voortbestaan van een arbeidsovereenkomst. In dat geval is het verstandig dat de betrokkene de auto overneemt of deze via zijn eigen bv ter beschikking stelt, eventueel met een aangepaste managementvergoeding.”
In een managementovereenkomst moeten alle elementen die wijzen op een dienstbetrekking worden vermeden omdat dergelijke details doorslaggevend kunnen zijn bij de beoordeling door de Belastingdienst.

Meewerkende partner
Een ander voorbeeld dat Hans in de praktijk regelmatig tegenkomt, betreft de meewerkende echtgenoot in een bv-structuur. Daarbij is de dga aandeelhouder en werkt de partner gelijkwaardig mee maar heeft een andere rol of achtergrond. Juridisch leidt dat regelmatig tot discussie, omdat de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat, ondanks de familieverhouding, er sprake is van een gezagsverhouding en dus van een dienstbetrekking.
“Dan wordt verondersteld dat de ene partner instructies geeft aan de andere, terwijl dat in de praktijk vaak helemaal niet zo werkt. Zulke aannames leiden tot misverstanden, langlopende discussies en mogelijk zelfs naheffingen. Juist daarom is het belangrijk dat de positie van meewerkende partners en minderheidsaandeelhouders goed en expliciet wordt vastgelegd om discussies en risico’s achteraf te voorkomen. Zo kan de verzekeringsplicht van de partner worden voorkomen als de partner bestuurder wordt en ten minste één aandeel verkrijgt”, benadrukt Hans.
“Vaak leeft de gedachte dat een minderheidsaandeelhouder automatisch verzekerd blijft, maar dat is simpelweg niet altijd het geval.” – Hans Tabak –
Gebruikelijk loon
Volgens Hans is het ook belangrijk om scherp te blijven op het gebruikelijk loon. Op het eerste gezicht lijken de wettelijke regels duidelijk: de gebruikelijkloonregeling bepaalt dat een aanmerkelijkbelanghouder een loon moet genieten dat past bij de aard, het niveau en de omvang van de werkzaamheden. Dat loon bedraagt in beginsel het hoogste van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer binnen de (verbonden) vennootschap of het normbedrag. Dat laatste is in 2026 vastgesteld op 58.000 euro. In de praktijk is het echter genuanceerder.
“In de wet staat weliswaar dat je uitgaat van het hoogste bedrag maar het biedt ook mogelijkheden: als je kunt aantonen dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan de andere bedragen, mag je dat loon als uitgangspunt nemen.”
Hans noemt ook een praktijkvoorbeeld. Een dga verdient een loon van 58.000 euro en neemt vervolgens een werknemer in dienst met een salaris van 80.000 euro. Moet het dga-loon dan worden verhoogd naar dat hogere bedrag, omdat dit het loon van de meestverdienende werknemer is?
“Mijn eerste vraag is dan: hoe is die 58.000 euro vastgesteld? Als dat bedrag is gebaseerd op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en dat loon is lager dan 80.000 euro, mag je dat gewoon blijven hanteren.”
Details geven de doorslag
De voorbeelden laten zien dat advies over loonheffingen en in het bijzonder verzekeringsplicht en het gebruikelijk loon zelden zwart-wit is.
“Juist details geven vaak de doorslag. Dat vraagt van adviseurs niet alleen kennis van wet en regelgeving, maar ook inzicht in jurisprudentie en de praktijk. Daarmee kun je beter onderbouwd en toekomstbestendig advies geven”, besluit Hans.
Volg de cursus DGA verlonen
Op dinsdag 9 juni organiseert Salaris Vanmorgen met Hans Tabak een cursus over DGA verlonen. Na deze cursus kun je de verzekeringsplicht van de dga beoordelen en adviseren over het voorkomen daarvan. Ook ben je in staat het gebruikelijk loon te optimaliseren.
Let op: vanaf nu verzorgen we ook cursussen in ons eigen bedrijfspand aan de Keulenstraat 16 in Deventer. In onze nieuwe cursusruimte volg je trainingen in een professionele en gastvrije omgeving. Ter introductie ontvang je 16% korting!

