De wijzigingen komen onder meer voort uit kritische inbreng tijdens de internetconsultatie. De wetgever heeft hiervan diverse suggesties overgenomen.
Pascal Besselink van DAS vindt dat de kritiek uit de praktijk heeft geleid tot een een verbeterd wetsvoorstel concurrentiebeding, een positief signaal dat het maatschappelijk debat serieus wordt genomen.
Misbruik concurrentiebedingen
Concurrentiebedingen worden vaak misbruikt als middel om personeel vast te houden. Een concurrentiebeding is echter bedoeld om (werkelijke) bedrijfsbelangen en het bedrijfsdebiet te beschermen. Veel werkgevers nemen echter standaard een concurrentiebeding op in een arbeidsovereenkomst. Vaak zonder dat hiervoor werkelijk een belang bestaat.
Meerdere aanpassingen
Het aangepaste wetsvoorstel voor de modernisering van het concurrentiebeding bevat op meerdere punten wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel:
- De duur van een concurrentiebeding hoeft niet langer in hele maanden te worden vastgesteld, al blijft de verplichte vergoeding wel gebaseerd op hele maanden.
- Voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd vervalt de eis dat een werkgever een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang moet aantonen en motiveren. Deze motiveringsplicht blijft alleen gelden bij tijdelijke contracten.
- Er wordt nauwkeuriger vastgelegd in welke situaties werknemers moeten worden geïnformeerd over het al dan niet handhaven van een concurrentiebeding.
- Bij meerdere beperkende bedingen tegelijkertijd, zoals een combinatie van een concurrentiebeding en een relatiebeding, is slechts één vergoeding verschuldigd: de hoogste.
- De eerder voorgestelde inkomensgrens van anderhalf keer modaal keert niet terug in het wetsvoorstel, waardoor een concurrentiebeding ook voor lagere inkomens mogelijk blijft.
- Nieuw is ook dat werkgevers wettelijke rente verschuldigd zijn als de vergoeding te laat wordt betaald.
- De overgangsregels zijn eveneens aangepast.
Modernisering nodig
De modernisering van het concurrentiebeding is nodig om oneigenlijk gebruik tegen te gaan, want dat schaadt zowel werknemers als de arbeidsmarkt. Het is nu afwachten wat het oordeel van de Raad van State is en wanneer uiteindelijk het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

