Werknemers krijgen meer inzicht in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen op hun eigen werkvloer. Ook moeten werkgevers straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie. En er komt een verbod om in gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris.
Minister Vijlbrief van SZW heeft op donderdag 21 mei een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat dit regelt. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt.
Website ministerie
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moeten bedrijven en organisaties met meer dan 100 werknemers regelmatig gaan rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op een website van het ministerie kunnen werknemers deze informatie ook zelf opzoeken.
Met deze gegevens kun je een vergelijking maken tussen bedrijven of sectoren. Het kabinet wil het op deze manier eenvoudiger maken verschillen aan te kaarten en hier op de werkvloer een gesprek over te hebben.
Verschil in beloning
Vrouwen verdienden in het bedrijfsleven in 2024 volgens het CBS gemiddeld 14,5 procent minder per uur dan mannen. Bij de overheid verdienden vrouwen gemiddeld 4,5 procent per uur minder. Een belangrijk deel van dit verschil valt te verklaren uit het feit dat vrouwen minder vaak een leidinggevende positie hebben, vaker werken in sectoren waar de lonen wat lager liggen of door verschillen in opleidingsniveau.
Ook als hier rekening mee wordt gehouden, blijft er een verschil in beloning voor hetzelfde werk. In het bedrijfsleven verdienen vrouwen gemiddeld per uur 6,1 procent minder voor hetzelfde werk, bij de overheid 1,7 procent. Het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen wordt de afgelopen jaren wel langzaam kleiner.
EU-richtlijn
Het wetsvoorstel volgt uit een Europese richtlijn. Deze richtlijn verplicht lidstaten om maatregelen te nemen die zorgen voor openheid over beloning en die de rechtsbescherming van werknemers versterken. Met het wetsvoorstel ‘implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen’ wordt deze Europese richtlijn opgenomen in de Nederlandse wet.
Ondersteuning werkgevers
Het ministerie van SZW werkt samen met onder meer vakbonden en werkgeversorganisaties aan voorlichting en hulpmiddelen voor werkgevers. Hiermee ondersteunt zij werkgevers om aan de nieuwe verplichtingen te kunnen voldoen.
Administratieve lasten verminderen
Daarnaast wordt in de verdere uitwerking gezocht naar mogelijkheden om de administratieve lasten in de uitvoering zoveel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door voor het opstellen van de rapportage zoveel mogelijk aan te sluiten bij gegevens die al beschikbaar zijn in de salarisadministratie en in de belastingaangifte.
Inwerkingtreding
Het wetsvoorstel gaat nu naar de Tweede Kamer. Als na de Tweede Kamer ook de eerste Kamer instemt, kan het per 1 januari 2027 in werking treden. De eerste groep werkgevers – bedrijven en organisaties met minimaal 150 werknemers – moet dan uiterlijk 7 juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in het kalenderjaar 2027. Werkgevers vanaf 100 tot 150 werknemers volgen in 2031 over de verschillen in 2030.

Wetsvoorstel Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen op tweedekamer.nl

