Tweede Kamerlid Van Ark (CDA) vraagt minister Vijlbrief van SZW over het nieuwe pensioenstelstel en de compensatieregeling. Zij dient ook een motie in over vrijwillige voortzetting bij een vorig pensioenfonds om zo alsnog de gemiste compensatie te kunnen ontvangen.
De minister heeft de toegezegde brief over de compensatieregeling naar de Kamer gestuurd. Van Ark geeft aan dat die brief haar teleurstelt. Zij zegt hier het volgende over:
Compensatie
“Het gevoel blijft dat iets niet goed is gegaan in de uitwerking van de regeling, die juist bedoeld is om mensen te compenseren voor iets waar ze nadeel van ondervinden. (…) De Kamer heeft de uitvoering van de compensatie bewust overgelaten aan sociale partners. Daarnaast is er, om goede redenen, gekozen voor een gefaseerde overgang van pensioenfondsen, in plaats van één vaste datum. Ook is besloten om het compensatiebedrag niet geleidelijk over tien jaar uit te smeren, maar in één keer toe te kennen. Maar juist door die keuzes is er onvoldoende oog geweest voor mensen die in de tussentijd van baan zijn gewisseld en daardoor tussen wal en schip vallen, terwijl de bedoeling van de wetgever wel was dat zij ook die compensatie zouden krijgen.”
Betere communicatie
“Betere communicatie is uiteraard belangrijk, maar we moeten ook constateren dat die communicatie laat op gang is gekomen en niet iedereen tijdig heeft bereikt. Daarnaast is vrijwillige voortzetting niet voor iedereen een reële oplossing. In de praktijk hangt het sterk af van de bereidheid van de voormalige werkgever en de afspraken binnen het pensioenfonds. De minister stelt dat maatwerk mogelijk is bij ontslag of reorganisatie, maar dat veronderstelt de medewerking van de werkgever. Dat is niet iets waar de deelnemer zelf altijd invloed op heeft. Bovendien blijkt uit de cijfers dat in circa 7% van de pensioenfondsen vrijwillige voortzetting überhaupt niet mogelijk is. Voor die groep is er dus feitelijk geen alternatief.”
Opnieuw in gesprek met sociale partners
“Mijn vraag aan de minister is dan ook of hij bereid is om juist voor de 7% waarvoor geen enkele alternatieve route bestaat opnieuw met sociale partners in gesprek te gaan, om te bezien of vrijwillige voortzetting alsnog mogelijk kan worden gemaakt. Erkent de minister dat we ons uiterste best moeten doen om de groep van compensatiemissers te bereiken? We krijgen nu een onwenselijke situatie waarin de schoolmeester die de zorg ingaat op 1 februari 2026 de compensatie misloopt. Maar dat geldt ook omgekeerd: de verpleger die schoolmeester wordt op 1 februari 2026 krijgt de compensatie twee keer. Beide situaties zijn onwenselijk, maar in het eerste geval kunnen we mogelijk nog iets oplossen.”
Minister Vijlbrief van SZW gaat hier op in:
“Laat ik nog even de compensatie erbij pakken. (…) Dit punt wil ik met alle liefde nog een keer bij de sociale partners aan de orde stellen. Ik zie niet heel goed in hoe ik dit zonder allerlei collateral damage, om het maar even zo te zeggen, zou kunnen gaan regelen vanuit de overheid. Ik wil echt nog een keer het gesprek aangaan met de partners om te kijken of een vrijwillige voortzetting mogelijk is. (…)
Ik zal dit nog een keer met sociale partners opnemen, omdat ik het probleem zie, maar ik probeer ook een klein beetje te waarschuwen voor dingen waarvan we over een paar jaar weer met elkaar zeggen: waarom hebben we dit ooit gedaan?”
Motie over vrijwillige voortzetting bij vorig pensioenfonds
De Kamerleden Van Ark en Patijn (GroenLinks-PvdA) hebben de volgende motie ingediend:
“constaterende dat pensioenfondsen met sociale partners een regeling hebben afgesproken om de effecten van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel voor 40- tot 60-jarigen te compenseren;
constaterende dat niet alle pensioenfondsen tegelijkertijd overgaan naar het nieuwe stelsel;
constaterende dat deelnemers die in het afgelopen jaar van baan zijn gewisseld of bijvoorbeeld mantelzorg opgenomen hebben tussen wal en schip kunnen vallen of minder gecompenseerd worden en daardoor mogelijk niet of beperkt in aanmerking komen voor compensatie;
overwegende dat bij 93% van de pensioenfondsen vrijwillige voortzetting bij het pensioenfonds van de voormalige werkgever mogelijk is, waardoor deelnemers alsnog de gemiste compensatie kunnen ontvangen;
overwegende dat in 7% van de gevallen vrijwillige voortzetting geen oplossing biedt en dat dit met name speelt bij bedrijfspensioenfondsen;
verzoekt de minister om opnieuw in overleg te treden met sociale partners en pensioenfondsen en te komen tot afspraken om voor deze groep alsnog vrijwillige voortzetting mogelijk te maken, daarbij tijdelijke dispensatie te organiseren bij het pensioenfonds van de nieuwe werkgever, en zich tevens in te spannen om de communicatie richting deelnemers te verbeteren over de gevolgen van baanwisseling en verlof, ook bij pensioenfondsen die reeds zijn overgestapt op het nieuwe stelsel”.
Vóór de zomer in gesprek
Minister Vijlbrief behandelt deze motie (nr. 14) en geeft het volgende aan:
“Ik ga even heel precies zijn, want anders krijgen we verwachtingen die niet met elkaar in overeenstemming zijn. Ik lees de motie dan zo, dat ik met de sociale partners en de sector in gesprek ga over vrijwillige voortzetting en daarbij ook de mogelijkheid van dispensatie bespreek. Ik zeg er ook wel bij (…) dat ik de uitvoerbaarheid en de juridische houdbaarheid daarbij wel een belangrijke rol ga geven. Natuurlijk ben ik het eens met de oproep om hierover beter en zo veel mogelijk te communiceren. Daar zal ik me voor inzetten. Met die interpretatie kan ik de motie oordeel Kamer geven.”
Wanneer gaat de minister dit doen? Dit moet voor de zomer kunnen, aldus Vijlbrief.

