Een schadeherstelbedrijf heeft bij de eindafrekening te veel genoten verlofuren en de kosten voor het rijklaar maken van een privéauto van de werknemer verrekend. De werkgever heeft hierbij ten onrechte geen rekening gehouden met de wettelijke bepaling dat verrekening onder de minimumloongrens niet is toegestaan.
De werkgever heeft bij de eindafrekening onterecht geen rekening gehouden met het bepaalde in artikel 7:632 lid 2 BW: de werknemer mag bij verrekening niet minder overhouden dan het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag. Hierdoor is de werkgever de wettelijke verhoging van 25% verschuldigd over dat wat de werkgever teveel heeft verrekend.
Vorderingen voor verrekening?
Tussen partijen heeft een arbeidsovereenkomst bestaan van 4 september 2023 tot en met 31 augustus 2024. Omdat de werknemer de arbeidsovereenkomst niet wenste voort te zetten, moest de werkgever een eindafrekening opstellen.
De werkgever heeft een eindafrekening opgemaakt met betrekking tot het loon over de maand augustus 2024. De berekening is als volgt:
- “(…) Brutoloon Augustus 3.250,00
- Nog te ontvangen vakantiegeld 515,85
- AF:118 uur teveel opgenomen snipperdagen 2.329,00
- Totaal Bruto 1.436,85
- AF: Loonheffing + Premies -319,96
- AF: Personeelsverenging -4,54
- Per saldo netto 1.112,35
- Door u betalen – factur inzake rij klaar maken auto -1.100,00
- Saldo door u te ontvangen 12,35 (…)
Als bijlagen ontvangt u de factuur inzake het rij klaarmaken van uw auto, alsmede de eindafrekening van uw loon over de maand augustus 2024. (…)”
Op de factuur van het rijklaar maken van de auto zijn de volgende bedragen opgenomen:
- Spuiten € 495,49
- Autokeuring RDW € 206,60
- Ruit vervangen € 207,00, te vermeerderen met 21% btw,
totaal een bedrag van € 1.100.
Wat vorderen werkgever en werknemer?
De werknemer vordert de veroordeling van de werkgever tot betaling van een bedrag van € 3.429 bruto als achterstallig salaris, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente.
Voor het geval de vorderingen van de werknemer worden toegewezen en de werkgever de vorderingen van de werknemer geheel dan wel gedeeltelijk ten onrechte heeft verrekend met het loon van de werknemer, vordert de werkgever tot veroordeling van de werknemer tot betaling van een bedrag van €2.329 bruto en een bedrag van € 1.100 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Negatief verlofsaldo
Heeft de werkgever vorderingen op de werknemer die bij het einde van de arbeidsovereenkomst voor verrekening in aanmerking komen?
De werkgever stelt dat hij een vordering heeft op de werknemer vanwege tijdens het dienstverband teveel opgenomen vakantie-uren, te weten: 118 uren. In verband hiermee heeft de werkgever een bedrag van € 2.329 bruto in mindering gebracht op het salaris van de maand augustus 2024.
De werknemer betwist dat sprake is van een negatief verlofsaldo van 118 uur bij het einde van het dienstverband. Hij stelt in dat verband dat de werkgever de ziektedagen als snipperdagen (verlof) heeft aangemerkt.
Tijdens de mondelinge behandeling is het door de werknemer overgelegde verlofoverzicht van 2024 besproken. Hieruit blijkt dat de werkgever de ziektedagen, niet heeft aangemerkt als verlofdagen, met uitzondering van 27 maart 2024.
De werkgever heeft toegelicht dat dit conform de cao Carrosseriebedrijf is gebeurd waarin is bepaald dat bij de tweede ziekmelding een verlofdag in rekening mag worden gebracht. De kantonrechter acht dat correct gezien op hetgeen in artikel 52 van de betreffende cao is bepaald.
Min 118 uren
Nu van de kant van de werknemer desgevraagd is meegedeeld dat de werknemer niet kan vermelden wat volgens hem dan wel het juiste saldo aan verlofuren zou zijn bij het einde van het dienstverband aangezien door hem geen administratie is bijgehouden, wordt het saldo aan verlofuren bij einde dienstverband vastgesteld conform de opgave van de werkgever, te weten: min 118 uren.
De werknemer heeft nog aangevoerd dat de werkgever hem niet gewaarschuwd heeft voor een negatief verlofsaldo, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. Bij emailbericht van 2 juli 2024 heeft de werkgever namelijk de werknemer al gewezen op het negatieve verlofsaldo en hem ook de kans gegeven door tot 1 november 2024 te blijven werken bij werkgever, dat negatieve saldo in te lopen.
Welk uurloon?
Voor de beoordeling van de vraag tegen welk uurloon de teveel genoten vakantie-uren bij de werknemer in rekening kunnen worden gebracht, is bepalend wat zijn uurloon is bij het einde van de arbeidsovereenkomst.
De werkgever stelt dat ingaande 1 juli 2024 sprake is geweest van een voorwaardelijke salarisverhoging van €1.000 bruto per maand en wel onder de voorwaarde dat de werknemer na 31 augustus 2024 in dienst zou blijven. Nu hij dat niet heeft gedaan, moet volgens de werkgever het salaris ongewijzigd worden vastgesteld op €2.250 bruto per maand.
Loon met salarisverhoging betaald
De kantonrechter volgt de werkgever hierin niet. De werkgever heeft over juli en augustus 2024 het hogere loon betaald en daarom ook het loon met de salarisverhoging van €1.000 bruto betaald nadat deze al wist dat de werknemer na 1 september 2024 niet meer voor de werkgever wilde werken. Hieruit blijkt niet dat aan de loonsverhoging de gestelde voorwaarde was verbonden.
Ook heeft de werkgever de vordering in verband met teveel genoten vakantie-uren berekend aan de hand van het hogere salaris.
Kortom: onvoldoende is gebleken dat de salarisverhoging van €1.000 bruto per maand is gedaan onder de voorwaarde dat de werknemer vanaf 1 september 2024 zijn arbeidsovereenkomst met de werkgever zou voortzetten. Dit betekent dat de werkgever een bedrag van €2.329 bruto van de werknemer te vorderen heeft.
Kosten rijklaar maken auto
Waar het betreft de vordering van de werkgever verband houdende met de kosten verbonden aan het opknappen van de importauto van de werknemer, overweegt de kantonrechter dat uit de e-mail van 2 juli 2024 volgt dat de kosten van het rijklaar maken van de importauto voor rekening van de werknemer komen.
De werkgever heeft een voorstel gedaan op grond waarvan hij die kosten zou dragen, maar vaststaat dat dit voorstel niet is aanvaard omdat de werknemer na 1 september 2024 niet langer in dienst wilde blijven bij de werkgever.
De werkgever heeft op de werknemer een vordering voor de kosten van het rijklaar van de auto van in totaal €1.031,04 inclusief btw.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat de werkgever bij het einde van de arbeidsovereenkomst een verrekenbare vordering op de werknemer heeft van €3.360,04 (= €1.031,04 + € 2.329).
Vorderingen verrekenen
Op grond van het bepaalde in artikel 7:632 lid 1 BW is bij het einde van de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid van de werkgever om vorderingen te verrekenen weliswaar groter dan tijdens de arbeidsovereenkomst, maar op grond van het bepaalde in lid 2 van dit artikel vindt verrekening (in principe) niet plaats op het deel van het loon tot het bedrag, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Te laag bedrag uitbetaald
Het is duidelijk dat door de werkgever over de maand augustus een te laag bedrag is uitbetaald, aangezien hij geen rekening heeft gehouden met het bepaalde in artikel 7:632 lid 2 BW. De werkgever betwist dit ook niet en heeft toegelicht dat hij dit niet wist.
Nu het wettelijk minimumloon in augustus 2024 €13,68 bruto per uur bedroeg en de minimumvakantiebijslag 8% was, gold voor de werknemer een vrij te laten bedrag van €2.432,853 bruto over de maand augustus 2024 waarmee de werkgever niet mocht verrekenen.
De werkgever heeft slechts een bedrag van €12,35 netto uitbetaald in augustus 2024. Dit betekent dat de werkgever slechts tot een bedrag van €3.250 (loon augustus 2024) + 515,85 (uitbetaling vakantiegeldreservering) = €3.765,85 minus €2.432,85 (vrij te laten bedrag) is €1.333 bruto had mogen verrekenen.
Dit leidt tot de conclusie dat de werkgever over de maand augustus 2024 een bedrag van €2.432,85 minus het bruto equivalent van €12,35 netto, is ongeveer €2.415 bruto te weinig heeft uitbetaald.
Wettelijke verhoging gematigd
Over dit bedrag is de werkgever dan ook de wettelijke verhoging verschuldigd waarbij de kantonrechter aanleiding ziet dit percentage vast te stellen op 25%, een bedrag van €603,75 bruto, nu gesteld noch gebleken is dat de werkgever bewust geen rekening heeft gehouden met het bepaalde in artikel 7:632 lid 2 BW.
De kantonrechter veroordeelt de werkgever ook tot afgifte aan de werknemer van een nieuwe deugdelijke bruto-netto loonspecificatie over de maand augustus 2024 en een specificatie van de toegekende wettelijke verhoging.
Nettobedrag betalen
De verrekening van de vorderingen van de werkgever bij het einde van de arbeidsovereenkomst is slechts tot een bedrag van €1.333 bruto toegestaan. Dit betekent dat van de vorderingen van de werkgever voor teveel genoten verlofuren nog een bedrag resteert van (€2.329 -/- €1.333 =) €996 bruto.
De vordering voor de gemaakte kosten voor het rijklaar maken van de auto is nog geheel in stand zodat hiervoor een bedrag van €1.031,04 inclusief btw toewijsbaar is.
Dit betekent dat de vordering van de werknemer met een bedrag van €996 bruto kan worden verrekend met de resterende vordering van de werkgever wegens teveel genoten verlofuren, zodat van de vordering nog een bedrag van €2.022,75 bruto overblijft. Op het netto-equivalent van de dit bedrag kan vervolgens een bedrag van €1.031,04 in mindering worden gebracht vanwege verrekening van de kosten van het rijklaar maken van de auto van de werknemer.
De werkgever moet aan de werknemer een nettobedrag betalen, bestaande uit het netto equivalent van €2.022,75 bruto, minus een bedrag van €1.031,04 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Uitspraak Rechtbank Overijssel, 7 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1877

