Tussen het kinderdagverblijf en de onderneming in administratieve dienstverlening (de administrateur) is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen tot het verzorgen van de salarisadministratie en het opstellen van jaarrekeningen voor het kinderdagverblijf.
Het kinderdagverblijf heeft van Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) op 19 december 2023 een aangetekende brief ontvangen, met daarin de aanzegging dat er boetes opgelegd zouden worden in verband met het niet of niet juist aanleveren van loongegevens.
Contact over boetes PFZW
Het kinderdagverblijf heeft in de periode 8 februari 2024 tot en met 26 september 2024 een aantal boetefacturen van PFZW ontvangen.
In de periode van 26 maart tot en met 19 juni 2024 hebben het kinderdagverblijf en de administrateur via Whatsapp contact gehad over (onder meer) de door het kinderdagverblijf ontvangen brieven en boetes van PFZW.
Bij e-mail van 17 december 2024 heeft het kinderdagverblijf aan de administrateur meegedeeld zij zich tot een advocaat zal wenden in verband met de ontvangen boetes.
Diezelfde dag heeft de echtgenoot van de administrateur hierop gereageerd door te vragen deze mail door te sturen naar medewerker 1 omdat hij daar voor verantwoordelijk is.
Op 19 december 2024 heeft het kinderdagverblijf de administrateur laten weten:
‘Dit is juist waar het steeds misgaat, ik heb niks met medewerker 1 van doen. Ik heb het uitbesteed aan [de onderneming] en jullie zijn dan de eindverantwoordelijke aan wie jullie het uitbesteden is niet aan mij.
Daarom ben ik ook genoodzaakt dit te verhalen op [de onderneming]’
Waarop de administrateur die dag ook heeft gereageerd met:
‘Is goed maar de kosten zijn wel voor hem en die verreken ik wel met medewerker 1’.
Bij e-mail van 20 december 2024 heeft de administrateur het kinderdagverblijf om een specificatie verzocht. Later die dag heeft de administrateur aan het kinderdagverblijf bericht dat hij een gesprek heeft gehad met medewerker 1 en een overzicht heeft gekregen van zijn bevindingen. De medewerker geeft aan dat hij het wel degelijk heeft gedaan. De administrateur vraagt de vordering te willen opschorten, zodat hij alles op zijn gemak kan onderzoeken.
Onder voornoemde e-mail van de administrateur is een e-mail van medewerker 1 aan de administrateur gevoegd. Daarin staat voor zover nu van belang:
“(..)
Alles is dus aangeleverd, wellicht te laat maar wel gedaan. Normaliter laat een pensioenfonds dan de boetes vervallen.
Wat ik niet begrijp m.b.t. de boete van 13K zijn de volgende zaken en mijn advies aan jou is om dit ook te benadrukken (..)
- Voordat het Pensioenfonds boetes op gaat leggen, zijn er al diverse aanmaningen/herinneringen verstuurd naar de werkgever. Ik heb ze in ieder geval nooit gezien en nooit iets van jou toegezonden gekregen?
(..)
Ik ben geen partij tussen jou en [het kinderdagverblijf]/advocaat. (..) Ik heb het gevoel dat jij namelijk nog wat informatie mist. Maar dit is geheel aan jezelf om hier al dan niet navraag over te doen.
(..) Hou mij svp op de hoogte van de ontwikkelingen.“
Pensioenaangifte fout of niet gedaan
Bij brief van 30 januari 2025 heeft de gemachtigde van het kinderdagverblijf de administrateur gesommeerd binnen een week een bedrag van € 13.352,38 te betalen. In de brief staat, voor zover van belang:
“(..) Op grond van een opdrachtovereenkomst tot dienstverlening heeft cliënte aan u opdracht gegeven (..) tot (onder andere) (..) het verzorgen van de aangifte bij het (volgens de cao verplichte) pensioenfonds PFZW. U heeft in dit verband jarenlang samengewerkt. Ik begreep dat u op uw beurt enkele werkzaamheden (waaronder mogelijk de aangiftes bij PFZW) heeft uitbesteed aan een derde (een onderaannemer), echter de contractuele relatie is tussen u en cliënte aangegaan en cliënte heeft voor de werkzaamheden ook (enkel) aan u betaald.
Het is gebleken dat de pensioenaangifte bij de PFZW tijdenlang fout – of zelfs in het geheel niet – is uitgevoerd door u. Dientengevolge heeft cliënte boetefacturen gekregen (..). U bent als opdrachtnemer gehouden om de opdracht op een juiste wijze uit te voeren en wel zodanig dat cliënte daarvan geen schade ondervindt. Het is duidelijk dat u deze plicht niet bent nagekomen en dat u bent tekortgeschoten in uw verplichtingen die uit de opdrachtovereenkomst voortvloeien. (..)
Opdracht aan administrateur gegeven
Bij brief van 31 maart 2025 heeft de gemachtigde van het kinderdagverblijf de administrateur gesommeerd binnen 5 dagen een bedrag van € 14.568,02 te betalen. Daarin is, voor zover hier van belang, opgenomen:
(..)
Op mijn brief van 30 januari 2025 kreeg ik van u helaas geen inhoudelijke reactie en ook uw betaling is uitgebleven. Wel heeft u op 20 februari 2025 per mail aan cliënte gevraagd om de zaak even op te schorten, zodat u een en ander zou kunnen uitzoeken. Sindsdien is het van uw zijde stil gebleven.
In uw mail geeft u overigens ook aan dat u over deze kwestie in bespreking bent met [de onderaannemer]. Hoewel cliënte begrijpt dat u de claim op uw beurt wilt doorschuiven aan hem, staat cliënte daar buiten.
Cliënte heeft u de opdracht gegeven (..) en die opdracht heeft u aanvaard. Dat u die werkzaamheden op uw beurt weer heeft laten uitvoeren door een derde regardeert cliënte niet. (..)”
Wie moet boetefacturen betalen?
Het kinderdagverblijf is naar de rechter gestapt en vordert dat de administrateur wordt veroordeeld aan haar te betalen een bedrag van € 14.568,02 (bestaande uit € 13.352,38 aan hoofdsom en € 116,33 aan wettelijke rente).
Beoordeeld moet worden of de administrateur de door het kinderdagverblijf ontvangen boetefacturen moet vergoeden. De vraag die partijen in dat kader verdeeld houdt is of het doen van de pensioenaangiften bij PFZW onderdeel is van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht.
Administrateur
Tussen partijen staat vast dat de echtgenoot van de administrateur met name werkzaamheden voor het kinderdagverblijf heeft verricht en de contactpersoon van het kinderdagverblijf was. De handelingen van de echtgenoot van de administrateur vallen onder de verantwoordelijkheid van de administrateur en worden als gevolg daarvan als handelingen door de administrateur zelf beschouwd. De administrateur wordt daarom hierna in vrouwelijk enkelvoud aangeduid.
Inbegrepen in overeenkomst van opdracht?
Het kinderdagverblijf stelt dat het verzorgen van de pensioenaangiften was inbegrepen in de overeenkomst van opdracht met de administrateur en verwijst ter onderbouwing daarvan naar de Whatsappcorrespondentie tussen partijen. Daaruit blijkt dat het kinderdagverblijf steeds contact met de administrateur opnam na ontvangst van brieven van PFZW en dat de administrateur vervolgens bevestigde dat zij het zou regelen.
De administrateur betwist dat zij het verzorgen van de pensioenaangiften heeft aanvaard en stelt dat het kinderdagverblijf rechtstreeks een machtiging aan medewerker 1 heeft verleend, waarbij de administrateur als intermediair heeft gefungeerd.
De kantonrechter stelt voorop dat ‘intermediair’ geen juridische kwalificatie is en de administrateur heeft dit tijdens de mondelinge behandeling ook niet nader kunnen duiden.
Onderaanneming
De administrateur heeft gesteld dat zij salarisgerelateerde werkzaamheden, waaronder kennelijk de pensioenaangiften, heeft uitbesteed aan medewerker 1. Dit impliceert dat sprake is van onderaanneming, dus dat het kinderdagverblijf een overeenkomst met de administrateur heeft gesloten en dat de administrateur aan medewerker 1 de opdracht heeft gegeven een deel van de afgesproken werkzaamheden uit te voeren. Een en ander blijkt, anders dan de administrateur meent, ook uit de feitelijke gang zaken.
Overeenkomst inclusief pensioenaangiften
Op grond van het voorgaande is daarom de conclusie dat tussen het kinderdagverblijf en de administrateur een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, waarin de pensioenaangiften begrepen zijn, en dat de administrateur medewerker 1 de opdracht heeft gegeven die pensioenaangiften feitelijk (op basis van onderaanneming) uit te voeren.
Als gevolg daarvan is de administrateur jegens het kinderdagverblijf aansprakelijk voor onjuistheden/fouten in de werkzaamheden die medewerker 1 in onderaanneming van de administrateur heeft uitgevoerd.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat het kinderdagverblijf boetes van PFZW heeft ontvangen, omdat de pensioenaangiften niet (juist) zijn gedaan.
Wanprestatie
Medewerker 1 heeft in zijn e-mail van 19 februari 2025 bevestigd dat aangiften ‘wellicht’ te laat zijn gedaan en heeft daarbij niet betwist dat als gevolg daarvan boetes worden opgelegd. Daarmee staat de wanprestatie van medewerker 1 vast.
Aangezien geoordeeld is dat medewerker 1 als onderaannemer van de administrateur moet worden beschouwd, heeft zijn wanprestatie jegens het kinderdagverblijf te gelden als een wanprestatie van de administrateur. Op grond van artikel 6:74 BW is de administrateur gehouden de schade die de schuldenaar, in dit geval het kinderdagverblijf , daardoor lijdt te vergoeden.
De kantonrechter veroordeelt de administrateur om aan het kinderdagverblijf te betalen een bedrag van € 14.568,02, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 13.352,28 vanaf 1 april 2025 tot de dag dat alles is betaald.
Uitspraak Rechtbank Gelderland, 27 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1790

