Het handelen van de werkgever is ook ernstig verwijtbaar. Billijke vergoeding van € 10.000, vanwege grote financiële en psychische gevolgen voor werknemer en negeren van arbeidsrechtelijke regels. Handelen van werkgever ten opzichte van werknemer staat niet op zich. De billijke vergoeding moet ook zo’n hoogte hebben dat die werkgever afschrikt om in de toekomst op deze manier de arbeidsrechtelijke regels aan zijn laars te lappen.
Overname werkzaamheden
De werknemer stelt dat hij een arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever, hoewel op het schriftelijke contract een andere werkgever staat. Hij onderbouwt dat als volgt. De werkgever heeft de schoonmaakwerkzaamheden overgenomen. Dat heeft de General Manager van het hostel bevestigd. Op basis van de toepasselijke cao in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf moet de werkgever daarom de werknemers overnemen. De werknemer werd in de praktijk op het werk na de overname ook aangestuurd door de werkgever. Hij kreeg namelijk onder andere instructies van een vertegenwoordiger van de werkgever.
De werknemer heeft daarom in de werkelijkheid een arbeidsovereenkomst gesloten met de werkgever. De kantonrechter gaat ervan uit dat al het voorgaande klopt, omdat de werkgever niet heeft gereageerd.
Arbeidsovereenkomst ontbonden
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever per direct, omdat er sprake is van zulke omstandigheden dat de overeenkomst direct moet eindigen.
De werknemer heeft onbetwist het volgende gesteld. Hij heeft een arbeidsovereenkomst voor 19 uur per week. De werkgever heeft hem echter vanaf de start van de arbeidsovereenkomst maar een paar uur per week laten werken en vanaf maart 2025 helemaal niet meer toegelaten tot het werk en in plaats daarvan, in strijd met de cao, ander personeel ingezet. De werkgever heeft daarnaast niet of nauwelijks loon betaald aan de werknemer.
De werknemer heeft namelijk alleen maar van twee onbekende partijen een betaling ontvangen, op 4 maart 2025 € 296,40 en op 21 mei 2025 € 1.714. De werkgever heeft bovendien de werknemer afgemeld bij het pensioenfonds.
De werknemer heeft op allerlei manieren geprobeerd om de werkgever te bereiken, maar hij heeft niet inhoudelijk gereageerd. De werknemer heeft daarnaast in een kort geding betaling van zijn loon geëist, maar ook dat heeft niet geleid tot een inhoudelijke reactie.
Blijkbaar wil de werkgever de werknemer niet laten werken en hem ook niet betalen, ondanks dat hij een arbeidsovereenkomst met hem heeft. Daarom vraagt de werknemer om ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter is in de gegeven situatie van oordeel dat het geen nut heeft om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter ontbindt die daarom per de datum van deze beschikking.
Loon betalen
Tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever loon betalen, op basis van de arbeidsovereenkomst. De werknemer stelt dat het hostel tot 1 februari 2026 het loon heeft betaald. Hij vraagt de kantonrechter daarom om de werkgever te veroordelen om het loon vanaf die datum te betalen. Dat verzoek wordt toegewezen.
Volgens de werknemer is zijn maandloon € 1.402,70 bruto. De kantonrechter gaat voor februari 2026 van dit loon uit. Voor maart komt dit tot 27 maart 2026 neer op € 1.221,71 (€ 1.402,70 / 31 dagen x 27 dagen). In totaal wordt dus € 2.624,41 bruto aan loon toegewezen.
Vakantietoeslag betalen
De werkgever moet vakantietoeslag van 1 februari 2026 tot 27 maart 2026 betalen
De werknemer heeft recht op 8% vakantietoeslag. Hij vroeg eerst om de werkgever te veroordelen om dat te betalen vanaf 1 mei 2025. Tijdens de zitting heeft hij naar aanleiding van vragen van de kantonrechter bevestigd dat het hostel de vakantietoeslag tot 1 februari 2026 al betaald heeft. Daarom wordt de toeslag toegewezen vanaf 1 februari 2026. Dit komt neer op € 209,95 (€ 2.624,41 x 0,08).
Als het hostel betaalt hoeft de werkgever niet meer aan de werknemer te betalen
De werknemer stelt dat het hostel heeft toegezegd dat hij het loon en de vakantietoeslag tot de einddatum zal betalen, als de arbeidsovereenkomst in deze procedure wordt ontbonden. Aangezien dat het geval is, gaat de kantonrechter ervan uit dat het hostel die toezegging zal nakomen. In dat geval hoeft de werkgever (uiteraard) het loon en de vakantietoeslag niet meer aan de werknemer te betalen.
Naar de kantonrechter begrijpt wil de werknemer veroordeling van de werkgever, voor het geval het hostel de toezegging om te betalen niet zal nakomen. De kantonrechter bepaalt dat een eventuele betaling voor loon en vakantietoeslag door het hostel over de periode vanaf 1 februari tot 27 maart 2026 in mindering strekt op de veroordeling van de werkgever tot betaling.
Transitievergoeding betalen
De kantonrechter veroordeelt de werkgever om een transitievergoeding te betalen aan de werknemer , omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
Grote financiële en psychische gevolgen
De werkgever heeft vanaf de start van de arbeidsovereenkomst de werknemer nauwelijks meer laten werken en hem ook niet betaald, met uitzondering van de twee bedragen genoemd, die door derden zijn betaald. Dat heeft grote gevolgen gehad voor de werknemer.
De werknemer heeft erop gewezen dat de enige inkomstenbron die hij sinds 10 oktober 2018 had opeens wegviel. Hij heeft beschreven welke gevolgen dit voor hem heeft gehad. Hij stelt dat hij in ernstige financiële problemen is gekomen en dreigde zijn woning te verliezen. De werknemer stelt verder dat de situatie grote psychische problemen bij hem heeft opgeleverd, omdat hij in onzekerheid verkeerde.
Doordat de werkgever onbereikbaar was voor de werknemer heeft ze hem bovendien lang in die onzekerheid gelaten. Dit handelen en nalaten van de werkgever vindt de kantonrechter ernstig verwijtbaar.
Transitievergoeding
De kantonrechter gaat bij de berekening uit van de gegevens die de werknemer heeft aangevoerd, namelijk het salaris van € 1.402,70 per jaar, 8% vakantietoeslag en 5% eindejaarsuitkering. Dat leidt voor de berekening van de transitievergoeding tot een maandsalaris van € 1.585,05 (€ 1.402,70 x 1,13). Daarnaast gaat de kantonrechter ervan uit dat als startdatum 10 oktober 2018 moet worden gehanteerd.
Dit leidt tot een transitievergoeding van € 3.944,66, namelijk:
- € 3.698,45 voor de zeven volle jaren (1/3 x € 1.585,05 x 7 jaar);
- € 220,15 voor de resterende vijf volle maanden (1/3 x € 1.585,05 / 12 maanden x 5 maanden);
- € 26,06 voor de resterende 18 dagen (1/3 x € 1.585,05 / 365 dagen x 18 dagen).
Billijke vergoeding
De kantonrechter kent aan de werknemer een billijke vergoeding van € 10.000 bruto toe, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zoals hiervoor is geoordeeld, het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
De werknemer maakt aanspraak op een billijke vergoeding van € 27.984,30. Hij neemt daarbij als uitgangspunt dat er sprake is van drie jaar inkomensschade.
Tijdens de zitting heeft de werknemer echter verklaard dat hij al sinds juli 2025 weer werkt voor BoClean voor 19 uur per week, omdat de werkgever hem niet betaalde en hem geen werk gaf. Dat is dezelfde arbeidsomvang als die hij bij de werkgever had.
Ernstig verwijtbaar handelen
Sinds juli 2025 verdient de werknemer dus het loon dat hij ook bij de werkgever zou hebben gehad. Hij heeft niet gesteld dat het aannemelijk is dat dit loon binnenkort zal wegvallen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de werknemer geen inkomensschade lijdt door het ernstig verwijtbare handelen en nalaten van de werkgever. Sterker nog, hij heeft voor de achterliggende periode zelfs dubbel loon gekregen, omdat het hostel het loon van januari 2025 tot en met januari 2026 ook heeft betaald.
Daar staat tegenover dat door het ernstig verwijtbare handelen van de de werkgever wel alle inkomsten van de werknemer per 1 januari 2025 zijn weggevallen. De loonbetaling door het hostel heeft pas recentelijk plaatsgevonden. Zoals hiervoor is beschreven, heeft dat grote financiële en psychische gevolgen gehad voor de werknemer, waar hij nog steeds psychisch onder lijdt. Daarvoor moet hij worden gecompenseerd.
Geen enkel oog voor arbeidsrechtelijke verplichtingen
Verder weegt de kantonrechter mee dat de werkgever geen enkel oog heeft gehouden voor de arbeidsrechtelijke verplichtingen die op haar als werkgever rusten. Tot nu toe heeft zij nauwelijks iets betaald (via derden) en vallen de financiële gevolgen voor de werknemer vooral mee door het ingrijpen van het hostel en BoClean.
De billijke vergoeding moet ook zo’n hoogte hebben dat die de werkgever afschrikt om in de toekomst op deze manier de arbeidsrechtelijke regels aan zijn laars te lappen.
De werkgever is wettelijk verplicht om loonstroken te geven aan de werknemer.
Aanmelden bij pensioenfonds
De werkgever had de werknemer moeten aanmelden bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Dat staat in de arbeidsovereenkomst. Het gaat bovendien om een verplichtgesteld pensioenfonds (artikel 2 Wet bpf 2000).
Volgens de werknemer heeft de werkgever dat niet gedaan, omdat hij bericht kreeg van het pensioenfonds dat hij geen pensioen meer opbouwt. De kantonrechter veroordeelt de werkgever om de werknemer opnieuw te registreren als werknemer voor de periode 2 januari 2025 tot en met 27 maart 2026, zoals de werknemer verzoekt.
‘Uitvoeren correcte pensioenopbouw’
De werknemer wil dat de kantonrechter de werkgever ook veroordeelt om ‘zorg te dragen tot correctie van het ten onrechte niet-opgebouwde pensioen’ en ‘tot het uitvoeren van een correcte pensioenopbouw’. Dat deel van het verzoek wijst de kantonrechter af. Dit verzoek is te onbepaald. Bovendien heeft de werknemer geen belang bij dit verzoek.
Uiteraard moet de werkgever pensioenpremie afdragen, maar dat is iets dat speelt tussen het pensioenfonds en de werkgever. Ook als een werkgever gedurende een bepaalde periode geen pensioenpremie afdraagt, maar de werknemer wel onder een verplichtgesteld pensioenfonds valt, kan de werknemer aanspraak maken op een pensioenuitkering over deze periode.
Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 27 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3422

