Het gaat in deze zaak over een werknemer, die in april 2022 twee keer een bonus van € 52.387,43 bruto heeft ontvangen in plaats van één keer. Hij is per 1 september 2023 vertrokken met een vertrekregeling. In de beëindigingsovereenkomst is finale kwijting afgesproken. De vraag is of werknemer de dubbele bonus moet terugbetalen, ondanks een finale kwijting. De kantonrechter beslist dat werknemer niet hoeft terug te betalen.
Waar gaat deze zaak over?
Werknemer is op 1 november 1996 in dienst getreden bij werkgever. Vanaf 1 februari 2021 heeft werknemer op basis van een detacheringsovereenkomst gewerkt voor een aan werkgever gelieerde vennootschap in België. Vanaf 1 september 2021 past werkgever op het arbeidsinkomen de zogenoemde Tax Equalization Policy toe. Daardoor ontvangt werknemer voor zijn werk in België netto hetzelfde als het geval zou zijn geweest in Nederland.
Dubbele bonusbetaling
Naast het vaste loon is aan werknemer jaarlijks een zogenoemde STIP-bonus uitbetaald. De hoogte van die bonus is voor het jaar 2021 vastgesteld op € 52.387,43 bruto. In april 2022 is deze bonus aan werknemer tweemaal uitbetaald. Uit de salarisspecificaties van april 2022 blijkt het volgende.
De ene specificatie noemt als bedrijfsnaam Koninklijke Vopak NV. Dit gaat om een bedrag van € 40.781,55 netto. Deze betaling betrof het vaste loon van de maand april 2022 van € 15.032,85 netto, twee bedragen aan STIP-bonus, namelijk € 19.655,04 netto en € 13.227,83 netto, samen € 32.822,87 netto, en een bedrag aan onbelaste beloningen van € 6.093,66 netto.
De andere specificatie is van Vopak Global IT BV. Hierop staat de betaling van STIP-bonus van € 26.455,66 netto. Bij elkaar heeft werknemer in april 2022 dus € 67.237,21 netto uitbetaald gekregen, waarvan € 59.278,53 netto aan STIP-bonus. Kortom, een dubbele bonusbetaling, terwijl hij de helft daarvan had moeten krijgen.
Arbeidsovereenkomst beëindigd
Bij vaststellingsovereenkomst van 17 april 2023 hebben partijen de arbeidsovereenkomst beëindigd met ingang van 1 september 2023. Werknemer is tot die datum vrijgesteld van werk, met doorbetaling van loon en emolumenten. Hij heeft recht gekregen op een beëindigingsvergoeding van € 284.644 bruto.
Bij het bepalen van de hoogte van de beëindigingsvergoeding is het gemiddelde van de STIP-bonussen 2020, 2021 en 2022 meegenomen, met dien verstande dat over het jaar 2021 is gerekend met eenmaal de STIP-bonus en niet de dubbele STIP-bonus die feitelijk is uitbetaald. Ook is een afspraak opgenomen over uitbetaling van de STIP-bonus 2022.
Te veel betaalde bedrag verrekend
Werkgever heeft bij brief van 11 januari 2024 aan werknemer meegedeeld dat gebleken is dat hij in 2022 een dubbele STIP-uitbetaling ontvangen heeft en dat het bedrag abusievelijk met de salarisbetaling van april 2022 door twee verschillende entiteiten aan hem is uitbetaald.
De werkgever heeft laten weten dat het te veel betaalde bedrag van € 32.887,87 netto wordt verrekend met het bedrag dat werknemer nog tegoed heeft van werkgever, na verwerking van de loonbelastingaangifte over de jaren waarin hij deels in Nederland en deels in België heeft gewerkt.
Werkgever heeft bij brief van 27 maart 2025 aan werknemer meegedeeld, onder vermelding van de nettoafspraak, dat een berekening is gemaakt van het bedrag dat werknemer aan de Belastingdienst moet afdragen over de jaren 2021, 2022 en 2023, namelijk € 59.396,08, en dat, na aftrek van € 32.882,87 aan te veel betaalde STIP-bonus 2021, het resterende bedrag van € 26.513,21 aan hem wordt uitbetaald. Daarbij is werknemer ook meegedeeld dat als de definitieve aanslag hiervan afwijkt, dit wordt gecorrigeerd.
Niet eens met verrekening
Werknemer is het niet eens met de verrekening van € 32.882,87 aan STIP-bonus 2021 en hij beroept zich op de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst.
Het bedrag aan STIP-bonus 2021 dat werkgever in april 2022 onverschuldigd betaald heeft aan werknemer, hoeft werknemer niet terug te betalen. Dit bedrag mag dus niet verrekend worden met het bedrag waarop werknemer tegenover werkgever nog recht heeft op grond van de Tax Equalization Policy. De ruime finale kwijting die is afgesproken in de vaststellingsovereenkomst staat hieraan in de weg.
Werkgever niet op de hoogte
De werkgever was tijdens het sluiten van de vaststellingsovereenkomst niet op de hoogte was van de dubbel betaalde bonus. Ook is niet weersproken dat sprake is van onverschuldigde betaling door werkgever en ongerechtvaardigde verrijking door werknemer.
Werknemer wist wel van dubbele betaling
Werknemer stelt dat hij niet had gemerkt dat hij in april 2022 een dubbele bonusbetaling had ontvangen – hij werkte destijds hele lange dagen – maar de kantonrechter gaat er vanuit dat werknemer wel van die onverschuldigde betaling op de hoogte was ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.
Werknemer had een hoge positie en werkte als laatste als CEO van de aan werkgever gelieerde onderneming in België en was in die rol ook (mede) verantwoordelijkheid voor de financiën. Hij heeft in april 2022 een veelvoud ontvangen van zijn gebruikelijke salaris (€ 67.237,21 netto in plaats van € 15.032,85 netto) en de salarisstroken van de betalingen kon hij raadplegen in het digitale systeem. Daarnaast was het bonusbedrag aanzienlijk hoger dan de bonussen die hij in de jaren daarvoor had ontvangen.
Niet denkbaar is dat werknemer tegen de tijd dat hij – een jaar later – de vaststellingsovereenkomst tekende, niet had gemerkt dat hij een dubbele bonus had ontvangen.
Tekst finaal kwijtingsbeding duidelijk
De vordering van werkgever voor onverschuldigde betaling, omdat werkgever ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst niet bekend was met de dubbele STIP-bonusbetaling, ketst in de gegeven situatie echter af op de finale kwijting.
De vaststellingsovereenkomst ziet niet alleen op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met afspraken zoals de datum van beëindiging van het dienstverband en de beëindigingsvergoeding waarop werknemer aanspraak heeft, maar ook op het voorkomen van toekomstige onzekerheid of geschil.
Partijen hebben afgesproken dat zij – nakoming van de gemaakte afspraken uitgezonderd – over en weer geen andere aanspraken meer hebben voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst en/of de beëindiging daarvan. De tekst van het finaal kwijtingsbeding is op dit punt duidelijk.
Kwijting ook voor aanspraken die werkgever niet wist
Gezien de ruime formulering van het finale kwijtingsbeding, waaronder de bewoordingen “mogelijke” en “alle” aanspraken “uitputtend en allesomvattend te regelen”, is de kantonrechter in deze situatie van oordeel dat de kwijting ook betrekking heeft op aanspraken op basis van de arbeidsovereenkomst waarmee werkgever tijdens het sluiten van de vaststellingsovereenkomst niet bekend was, zoals in dit geval de onverschuldigde betaling in verband met de dubbel betaalde STIP-bonus in april 2022.
Voor dit oordeel is niet alleen de tekst maar ook de datum, de wijze van totstandkoming en de inhoud van de vaststellingsovereenkomst maatgevend. De vaststellingsovereenkomst is gesloten op 17 april 2023. Er was toen al een jaar verstreken na de onverschuldigde betaling. Werkgever werd bijgestaan door professionele adviseurs bij het opstellen van de vaststellingsovereenkomst.
Meer terughoudendheid nodig
In deze zaak gaat het om een werknemer, die door een fout van de werkgever tweemaal een bonus heeft ontvangen. Bijna twee jaar nadat de onverschuldigde betaling is verricht, en een jaar nadat finale kwijting is afgesproken, wordt hij door zijn werkgever alsnog aangesproken op terugbetaling.
In de relatie tussen werkgever en werknemer past meer terughoudendheid om ondanks de ruime finale kwijting, die juist bedoeld is ook om toekomstige onzekerheid of geschil te voorkomen, toch nog een verplichting tot terugbetaling aan te nemen.
De door werknemer geëiste verklaring voor recht dat werkgever verplicht is om de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen finale kwijting na te leven en geen vorderingen uit de STIP-bonus op werknemer heeft, wijst de kantonrechter toe.
Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1314

