In het coalitieakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ presenteren D66, VVD en CDA hun plannen voor de komende jaren. In de publicatie ‘Een sociaal-maatschappelijke reflectie op het coalitieakkoord‘, reflecteert het SCP op de plannen van het kabinet.
Vanuit drie blikrichtingen kijkt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de beleidsvoornemens:
- Kwaliteit van leven
- Sociale samenhang
- De relatie tussen burgers en overheid
Wat betekenen de kabinetsplannen voor mensen en de samenleving? Het SCP ziet positieve ambities, zoals investeringen in veiligheid, wonen en economie, maar waarschuwt ook voor risico’s. Vooral bezuinigingen in zorg en sociale zekerheid kunnen kwetsbare groepen raken en ongelijkheid vergroten.
Vertrouwen in de overheid groeit alleen als plannen haalbaar zijn en goed worden uitgelegd.
Er is weinig aandacht voor de gevolgen van het beleid voor ongelijkheden in de samenleving en groepen in een kwetsbare positie. Er zijn bijvoorbeeld risico’s voor intensieve mantelzorgers, zorgbehoevenden en mensen met beperkte digitale vaardigheden.
Risico’s
Hoewel de voorgenomen investeringen positief bijdragen aan de kwaliteit van leven, zijn er ook risico’s aan de bezuinigingen en maatregelen om stijgende kosten te beperken. Voorbeelden hiervan zijn het snijden in het zorgbudget en de sociale zekerheid en het verhogen van de AOW-leeftijd. Door deze verhoging neemt het risico toe dat werk op latere leeftijd samengaat met gezondheidsproblemen en zorg voor anderen. Daarnaast zullen de versobering van de zorg en uitkeringen de hulp beperken die aan mensen kan worden geboden.
Druk op mantelzorgers
Een toename van het aantal mantelzorgers voorkomt formeel zorggebruik en een hoger aantal werkenden en lerenden voorkomt gebruik van de sociale zekerheid. De vraag is hoe de druk om meer mee te doen in het leven van mensen samenkomt en in hoeverre dit qua belasting en tijdsinvestering voor iedereen realistisch is. De oplossing wordt vooral gezocht in verlof, maar dat is bij bijvoorbeeld intensieve en/of langdurige mantelzorg niet voldoende.
Risico op toenemende en blijvende ongelijkheid
In het akkoord is er oog voor steun aan een aantal groepen in kwetsbare situaties, zoals chronisch zieken, mensen in armoede en arbeidsmigranten. Dat is positief voor hun kwaliteit van leven. Maar er is weinig expliciete aandacht voor hoe andere plannen, zoals op het gebied van sociale zekerheid en zorg, uitwerken op deze en andere groepen in de samenleving.
Hoewel er bijvoorbeeld aandacht is voor mensen met een zwaar beroep, blijven verdere verschillen in de gezonde levensverwachting tussen diverse groepen onbenoemd bij de verhoging van de AOW-leeftijd. Daarnaast is er – ondanks een ambitieuze digitaliseringsagenda – weinig oog voor verschillen in digitale vaardigheden. Een gebrek aan digitale vaardigheden belemmert bepaalde groepen bijvoorbeeld de toegang tot hulp.
Ongelijkheid bij eenvoudiger stelsels zorg en sociale zekerheid
Het vereenvoudigen van systemen is een terugkerende maatregel in het akkoord. Er is brede consensus dat de stelsels voor zorg en sociale zekerheid nu te ingewikkeld zijn. Daarom is het inderdaad belangrijk om de stap naar hulp eenvoudiger en toegankelijker te maken. Een vereenvoudiging van maatregelen heeft vaak ook tot gevolg dat de steun minder gericht is op de mensen die de hulp het meest nodig hebben en dat deze niet per definitie voor iedereen gelijk uitpakt.
Vereenvoudiging kinderopvangstelsel
Zo houdt de coalitie vast aan de wijziging van de financiering van het kinderopvangstelsel. Het nieuwe stelsel is eenvoudiger doordat de overheidsbijdrage inkomensonafhankelijk wordt en de betaling via de kinderopvanginstellingen loopt. De verwachting is echter dat de nettokosten voor werkende ouders in de lagere inkomensgroep zullen toenemen.
Het is ook bij stelselwijzigingen belangrijk om expliciete aandacht te hebben voor wat die betekenen voor kwetsbare groepen.
Nog geen grip op arbeidsmigratie
Voor arbeidsmigratie – de in omvang grootste vorm van migratie – wil het kabinet vooral sturen op migranten ‘die we écht nodig hebben’. Er komt beleid om ‘geschoolde krachten’ tot Nederland toe te
laten, maar onduidelijk is welk beleid gevoerd gaat worden om de omvang van laagbetaalde arbeidsmigratie te beïnvloeden. Dit laatste moet vooral gaan via arbeidsmarkt- en economisch structuurbeleid. Dit vereist een visie op de toekomstige economische, ruimtelijke en sociale ontwikkeling van Nederland en wat hiervan de gevolgen zijn voor de omvang en samenstelling van de arbeidsmigratie. Aangezien in het coalitieakkoord zo’n analyse ontbreekt, is het vooralsnog niet realistisch om ervan uit te gaan dat hiermee grip op de omvang en samenstelling van de arbeidsmigratie wordt gerealiseerd.
Een sociaal-maatschappelijke reflectie op het coalitieakkoord

