Uitvoeringsorganisaties, zoals UWV en SVB, en gemeenten krijgen door het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid meer ruimte om bij het opleggen van sancties, zoals waarschuwingen, boetes en maatregelen, rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde.
Als iemand een fout maakt zonder opzet, hoeft dat niet automatisch te leiden tot een hoge boete. De bedoeling is om onderscheid te maken tussen fraude en vergissingen. Het is aan de uitvoeringorganisaties om te definiëren wat een vergissing is. Gekozen wordt voor maatwerk en niet voor volledige rechtszekerheid. De uitvoeringsorganisaties stemmen hun beleid onderling af.
Ook gaan de boetebedragen omlaag. Deze zijn nu te hoog waardoor mensen sneller in de financiële problemen komen.
Daarnaast wordt de termijn voor het terugvorderen van onterecht betaalde uitkeringen ingekort van 20 tot 5 jaar. Dit verlaagt de administratieve druk voor zowel uitvoerders als burgers. Verder kan straks in bepaalde gevallen worden afgezien van terugvordering.
De Eerste Kamer gaat vanaf 22 september aan de slag met het wetsvoorstel.

