De afgelopen tijd zijn verschillende rapporten verschenen die wijzen op deze noodzaak voor een gerichter arbeidsmigratiebeleid, waaronder het rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Arbeidsmigratie ‘Wat werkt voor de toekomst’ en het briefadvies ‘Arbeidsmigratie: Minder waar het kan, beter waar het moet’ van de Sociaal-Economische Raad (SER).
De adviezen laten zien hoe Nederland op de omvang en samenstelling van arbeidsmigratie kan sturen en de omstandigheden van arbeidsmigranten kan verbeteren. De adviezen vragen om grote keuzes in ons economisch- en arbeidsmarktbeleid, waar een volgend kabinet zich ook over zal moeten buigen. Een eerste reactie op deze rapporten.
Wet arbeid vreemdelingen
Voor arbeidsmigranten van buiten de EU/EFTA geldt een vergunningplicht. Volgens Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kunnen, daar waar geen aanbod vanuit Nederland of de EU gevonden kan worden op korte termijn, werkvergunningen worden afgegeven.
De SER adviseert het kabinet in te zetten op betere voorlichting en begeleiding van werkgevers bij het benutten van mogelijkheden binnen de Wav. Het IBO doet een vergelijkbare aanbeveling.
Het uitbreiden van de voorlichting en begeleiding van werkgevers binnen de Wav kan met diverse maatregelen, zonder dat aanpassing van regelgeving nodig is. Hiervoor zijn nu geen middelen beschikbaar, waardoor de uitwerking van deze maatregel afhankelijk is van eventuele budgettaire besluitvorming.
Kenniswerkers
Ten aanzien van kenniswerkers benoemt de SER in haar advies dat kennissectoren (economisch) bovengemiddeld bijdragen aan het toekomstig verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland. De SER adviseert de kennismigrantenregeling te behouden, maar oneigenlijk gebruik strenger aan te pakken.
Het IBO adviseert de kennismigrantenregeling gerichter en selectiever te maken om misstanden en oneigenlijk gebruik te voorkomen.
Deze aanbevelingen sluiten aan bij de voorstellen die het kabinet heeft gedaan om enkele bestaande eisen aan te scherpen, te blijven inzetten op adequate handhaving en toezicht alsook op het beter behouden en gerichter aantrekken van talent.
Bij het verder aanscherpen van de eisen, waaronder het looncriterium, is zorgvuldigheid geboden, zodat ook recht wordt gedaan aan de belangen van (technologie)bedrijven en ongewenste effecten op het vestigings- en innovatieklimaat worden voorkomen. Dit neemt het kabinet mee in de verdere uitwerking van de voorstellen.
Meer zekerheid voor flexwerkers
Het kabinet zet er via het arbeidsmarktpakket op in dat mensen in flexibele contracten meer zekerheid krijgen over hun inkomen, hun rooster en dat schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen. Het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ ligt bij de Tweede Kamer ter behandeling.
Inlenen uitzendkrachten
Daarnaast wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat de tijdelijkheid van inlening van uitzendkrachten waarborgt. Daarin wordt een maximumtermijn van inlenen van 36 maanden ingevoerd, met een open regime voor uitzendkrachten met een contract voor onbepaalde tijd.
Het IBO Arbeidsmigratie adviseert verder op het gebied van arbeidsmarktbeleid om uitzendcontracten voor structureel werk te ontmoedigen en de prijs van laagbetaalde arbeid te verhogen.
Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten
Recent is de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) aangenomen in de Eerste Kamer. Door de Wtta kunnen we malafide uitzenders van de arbeidsmarkt weren. De voorbereidingen voor de invoering van het stelsel zijn in volle gang, met in het bijzonder het oprichten van een nieuwe uitvoeringsorganisatie: de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).
Uit- en inleenverbod
Voor sectoren waar aantoonbaar sprake is van stelselmatige misstanden en geen verbetering te zien is, wordt als stok achter de deur een uit- en inleenverbod voorbereid. De standaarden om te bepalen of een in- en uitleenverbod nodig is gelden voor alle sectoren. Het uitwerken en voorbereiden van een uit- en inleenverbod kost ongeveer een jaar tijd, alvorens het kan ingaan.
Een nieuw kabinet kan besluiten of verdere stappen, bijvoorbeeld het daadwerkelijk invoeren van maatregelen gepast en evenredig is.
Arbeidsbesparende innovaties
Arbeidsmigranten (in het bijzonder vanuit de EU) zijn relatief vaak werkzaam in laagbetaalde banen. De toegang tot laagbetaalde arbeidsmigratie uit de EU kan ertoe leiden dat investeringen in arbeidsbesparende innovaties minder aantrekkelijk worden voor werkgevers.
Productiviteitsagenda
Om de stagnerende productiviteitsgroei aan te pakken, heeft de minister van Economische Zaken de productiviteitsagenda gepresenteerd. Deze agenda bevat maatregelen, verkenningen en voorstellen op onder meer het terrein van digitalisering, innovatie, onderwijs en arbeidsmarkt die bijdragen aan het versterken van de arbeidsproductiviteitsgroei. Ook kondigt het kabinet hierin de oprichting van de Productiviteitsraad aan, die in de eerste helft van 2026 aan de slag zal gaan.
Toename binnenlands arbeidsaanbod
Ook raden het IBO en SER-advies aan om blijvend in te zetten op de vergroting van het binnenlands arbeidsaanbod. De arbeidsparticipatie in Nederland ligt al hoog. Toch blijft het kabinet zich inzetten om belemmeringen voor verdere arbeidsdeelname weg te nemen voor groepen die nog meer kunnen meedoen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld voor statushouders en asielzoekers.
Nederlands taalonderwijs
Zeventig procent van de EU-arbeidskrachten met een laag inkomen wil de Nederlandse taal graag beter beheersen, maar spreekt de taal slecht. Het kabinet zet via een integrale aanpak in op het verbeteren van het taalonderwijs via werkgevers en gemeenten.
Het kabinet onderschrijft het advies van de SER om taalonderwijs en loopbaanontwikkeling voor arbeidskrachten te garanderen die langer dan een jaar in Nederland verblijven en hierover concrete afspraken te maken in cao’s. Graag gaat het kabinet in gesprek met de Stichting van de Arbeid over de verdere invulling van deze voorzieningen.
Nieuwkomers laten werken
Het kabinet zet stevig in op het aan het werk helpen van nieuwkomers. Zo is het UWV verzocht om tewerkstellingsvergunningsaanvragen voor asielzoekers binnen een streeftermijn van twee weken te behandelen in plaats van de wettelijke beslistermijn van vijf weken.
Het kabinet streeft naar een zo groot mogelijke toepassing van startbanen voor statushouders en heeft extra geld beschikbaar gesteld om binnen de bestaande regeling te onderzoeken hoe betaald werk en inburgering beter gecombineerd kunnen worden.
Positie arbeidsmigranten versterken
Het aanpakken van misstanden is essentieel om arbeidsmigratie in goede banen te leiden. Het kabinet is van mening in lijn met de adviezen van het IBO, SER en OVV dat de positie van laagbetaalde arbeidsmigranten zowel op de werkvloer als in de samenleving versterkt moeten worden. Het kabinet werkt aan het versterken van de positie van arbeidsmigranten onder andere door het uitwerken van de aanbevelingen van het Aanjaagteam.
Omgekeerde bewijslast WML
De SER adviseert de Arbeidsinspectie in te zetten op effectieve nabetaling van achterstallig loon. De aanbeveling van het Aanjaagteam om een rechtsvermoeden te introduceren voor betaling van het minimumloon, heeft een vergelijkbaar doel. Om dit te bereiken verkent het kabinet de mogelijkheden voor het omkeren van de bewijslast bij onderbetaling.
Meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen
Ook werkt het kabinet aan het wetsvoorstel invoering meld- en vergewisplicht. Deze wet verplicht uitleners (uitzendbureaus) om arbeidsongevallen met een ter beschikking gestelde werknemer waarbij sprake is van een dodelijke afloop, ziekenhuisopname of blijvend letsel, te melden aan de Arbeidsinspectie. Vervolgens moeten uitleners zich ervan vergewissen (controleren) dat de werkplek (weer) veilig en gezond is voordat er werknemers ter beschikking worden gesteld. Dit wetsvoorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer en de beoogde inwerkingtreding van de wet is 1 juli 2027.
Gedragscode goed werkgeverschap
De SER komt met een raamovereenkomst voor een Gedragscode goed werkgever- en opdrachtgeverschap. Deze gedragscode kan in aanvulling op noodzakelijke wet- en regelgeving bijdragen aan het verbeteren van de kwetsbare positie van laagbetaalde arbeidsmigranten.
Verhoging boetes Eerlijk en Gezond en Veilig werk
De SER en het IBO onderschrijven het besluit van het kabinet om de boetes voor bedrijven die arbeidswetten overtreden te verhogen en jaarlijks te indexeren. Dit besluit is genomen om misstanden bij met name arbeidsmigranten tegen te gaan en eerlijke arbeidsvoorwaarden te bevorderen.
Eerder was al aangekondigd dat de boetes voor de Eerlijk Werk-wetten omhoog gaan. Nu is het kabinet van plan om ook de boetes voor Gezond en Veilig Werk (Arbowet en Arbeidstijdenwet) eenmalig te verhogen en daarna jaarlijks te indexeren.
De SER stelt in aanvulling daarop dat de hoogte van boetes aan bedrijfsomzet moet worden gekoppeld. In het eerste kwartaal van 2026 informeert het kabinet de Tweede Kamer hier nader over.
Detachering werknemers van buiten de EU
Zowel de SER als het IBO adviseren maatregelen om onrechtmatige detachering tegen te gaan. Onrechtmatige detachering brengt arbeidsmigranten in een zeer kwetsbare positie. Daarnaast leidt deze vorm tot een gebrek aan grip op deze vorm van arbeidsmigratie en oneerlijke concurrentie. Het kabinet werkt aan verschillende maatregelen om onrechtmatige detachering tegen te gaan.
Daarnaast zet het kabinet stappen om de positie van derdelanderwerknemers te versterken via advies en ondersteuning aan rechtzoekende derdelanderwerknemers.
Kamerbrief voortgang arbeidsmigratiebeleid en reactie op het IBO, SER-advies en OVV-rapport

