De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag van de Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en België bij uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg in verband met zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof en aanvullingen van de werkgever daarop.
Waar gaat deze casus over?
Belastingplichtige woont in België en werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever. In verband met haar zwangerschap en de geboorte van haar kind ontvangt zij, op basis van de Wet arbeid en zorg (WAZO), uitkeringen in verband met achtereenvolgens zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof.
Deze uitkeringen belopen (een percentage van) het maximumdagloon. UWV betaalt de uitkering aan de werkgever en de werkgever betaalt deze vervolgens door aan de werknemer. De werkgever vult de uitkering uit hoofde van de cao aan tot 100% van het reguliere salaris van de werknemer.
Vragen
Over de verdeling van het heffingsrecht onder het verdrag Verdrag Nederland – België 2001 (Verdrag) over de bovengenoemde betalingen zijn de volgende vragen gerezen:
- Welk land heeft het heffingsrecht over de zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen, die de werkgever ontvangt van UWV en vervolgens doorbetaalt aan de werknemer?
- Welk land heeft het heffingsrecht over de uitkering voor ouderschapsverlof, die de werkgever ontvangt van UWV en vervolgens doorbetaalt aan de werknemer?
- Welk land heeft het heffingsrecht over de aanvulling op de uitkeringen tot 100% van het reguliere salaris, die de werkgever betaalt?
Antwoorden
- Het heffingsrecht over de zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen volgt het heffingsrecht over eventuele werkzaamheden die worden verricht tijdens het verlof. Als gedurende de verlofperiode, zoals gebruikelijk, geen werkzaamheden worden verricht, wordt het heffingsrecht gebaseerd op het gebruikelijke werkpatroon. Dit gebruikelijke werkpatroon wordt in redelijkheid vastgesteld.
- Het heffingsrecht over de uitkering voor ouderschapsverlof is toegewezen aan het woonland.
- De aanvulling door de werkgever is belast in het land dat het heffingsrecht zou hebben gehad over het arbeidsinkomen van de werknemer, als zij geen verlof had gehad.
Genoten vanwege ziekte…
De kennisgroep is van mening dat zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen onder de werking van artikel 18, zesde lid, Verdrag vallen. Er is namelijk sprake van het ‘vanwege ziekte, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of overtolligheid niet of niet volledig kunnen vervullen van de dienstbetrekking’. Dit is anders bij uitkeringen voor ouderschapsverlof. Deze uitkeringen worden niet genoten ‘vanwege ziekte, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of overtolligheid’ en vallen daarom niet onder de uitzondering van het zesde lid maar onder de hoofdregel van artikel 18, eerste lid, Verdrag.
Heffingsrecht
De zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen zijn op grond van artikel 18, zesde lid, Verdrag belastbaar ‘in de verdragsluitende Staat waarin de beloningen genoten ter zake van de daadwerkelijk vervulde dienstbetrekking mogen worden belast.’
Op basis van de tekst van de bepaling sluit het heffingsrecht over de uitkeringen aan bij het heffingsrecht over de beloningen voor werkzaamheden die daadwerkelijk worden verricht gedurende de periode waar de uitkering op ziet.
De Kennisgroep is van mening dat ruimte bestaat voor een invulling in redelijkheid, daarbij zijn er verschillende mogelijkheden.
- Er kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij de referteperiode voor het dagloon van de betreffende uitkering. Er wordt dan bijvoorbeeld teruggekeken naar het werkpatroon in het jaar voorafgaand aan het verlof.
- Er bestaat ook ruimte om aan te sluiten bij het vastgestelde werkpatroon over het volledige jaar waarin de uitkering wordt genoten, dus inclusief de periode na afloop van de periode waarin de uitkering wordt genoten.
- Tot slot kan worden aangesloten bij het heffingsrecht over de aanvullingen die de werkgever betaalt (zie vraag 3). In dat geval wordt beoordeeld waar de werknemer gewerkt zou hebben als zij niet zwanger was geweest.
Uitkering vanwege ouderschapsverlof
De uitkering vanwege het ouderschapsverlof is op basis van de hoofdregel van artikel 18, eerste lid, onderdeel b, Verdrag belast in het woonland.
Aanvulling werkgever
Op de aanvulling op de uitkering, die de werkgever tijdens het zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof betaalt, is vanwege de relatie met de dienstbetrekking en het ontbreken van een meer specifieke bepaling het arbeidsartikel (artikel 15 Verdrag) van toepassing.
De aanvulling is een vorm van inkomen uit inactiviteit. Omdat tegenover deze inkomsten geen daadwerkelijk verrichte arbeid staat, is de vraag op welke wijze deze inkomsten moeten worden toegerekend.
Net als bij ziektedagen moet voor de verdeling van het heffingsrecht over de aanvulling van de werkgever aangesloten worden bij de plaats waar zou zijn gewerkt.

